Door de stijgende voedselprijzen

De prijzen van graan, vetten, zuivel, suiker en vlees staan op het hoogste niveau sinds de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in 1990 de voedselprijzen wereldwijd bijhoudt. Sinds oktober 2010 zijn de prijzen met 15 procent gestegen. En de spurt is nog niet voorbij. De Wereldbank waarschuwde gisteren dat de prijzen op een „gevaarlijk niveau” staan.

De demonstranten in Tunesië, Egypte, Algerije, Jordanië en Soedan eisen niet alleen vrijheid, democratie en werkgelegenheid, maar evenzeer betaalbaar voedsel. Of zoals commentator Melvyn Krauss van The New York Times schreef: „In tegenstelling tot de conventionele wijsheid gaat de revolte tegen Mubarak minder om het feit dat hij een dictator is, dan om het feit dat hij een dictator is die zijn volk niet van voedsel kan voorzien.”

In de Arabische regio is al langer bekend dat wanneer het eten duurder wordt, het volk begint te morren. Ook tijdens de laatste plotselinge stijging van de voedselprijzen in 2008 gingen demonstranten van Soedan tot Syrië de straat op.

In de meeste landen in het Midden-Oosten leeft een groot deel van de bevolking onder de armoedegrens. Voor deze groep bestaan voedselsubsidies, die als reactie op de onlusten de afgelopen maanden in bijna elk land in de regio verhoogd werden. Begin deze maand maakte de FAO bekend dat de voedselprijzen een recordhoogte hebben bereikt. Oorzaken van de prijsstijgingen zijn groeiende consumptie dankzij welvaartsstijgingen, tegenvallende oogsten en marktverstoringen door speculanten die de prijzen opdrijven.