'Zij van de universiteit willen rotzooi'

Het protest in Jemen was vreedzaam omdat de oppositie dat met het regime had afgesproken. Nu zijn er andere betogers op straat verschenen.

De aard van de protesten in Jemen is sinds het aftreden van de Egyptische president Mubarak radicaal veranderd. Waren het tot afgelopen vrijdag strak georganiseerde massademonstraties tussen de regeringspartij en de oppositie, nu is dat voorbij. De oppositiepartijen hebben ingestemd met president Ali Abdullah Salehs voorstel om te onderhandelen en niet langer te protesteren. De straat is nu het strijdtoneel van de jeugd die zich niet neerlegt bij Salehs beloften en niet is gelieerd aan een politieke partij.

Tahrir-plein, Sana’a, gisteravond. Uit de achterbak van een pick-uptruck worden eten en thee uitgedeeld. Het eten wordt verstrekt door de regeringspartij. In Jemen is het Tahrir-plein in het bezit van de regering. In en rond de enorme tenten, opgezet om het plein te bezetten, is het druk. Zeker duizend mannen uit plaatsen rond Sana’a zijn naar de hoofdstad gekomen, of gehaald. Ze luisteren naar toespraken of verdringen zich rond het gratis eten.

De gezichten staan grimmig. Abdulrani Salem (32): „We komen niet alleen voor het eten, we zijn hier om de president te steunen, we willen vrede, eenheid en ontwikkeling. Zij van de universiteit willen rotzooi.” Zij van de universiteit zijn de jongeren, vooral studenten, die de afgelopen dagen met duizenden de straat opgingen en met geweld uiteen werden geslagen. Door de politie, maar ook door mannen in burger. Mannen die niet alleen eten kregen maar ook stokken met daaraan foto’s van de president, en knuppels om mee te slaan.

Vandaag gaan de mannen van Tahrir massaal naar de universiteit. Ze zijn met veel en ze zijn agressief. Uit een zijstraat bij het universiteitsplein komen plotseling de studenten. De regeringsaanhangers rennen op hen af, de stokken geheven. De politie voorkomt dat het uit de hand loopt. Anti-regeringsdemonstrant Adnan al-Emad (32), werkloos jurist en blogger, staat recht tegenover een woedende regeringsaanhanger. „Wat doen jullie hier? Blijf op Tahrir, waarom al dat geweld?” De man schreeuwt terug dat Adnan zijn leven niet meer zeker is. „Vertel de journalisten geen leugens, ik weet wie je bent, je gaat dood!”

De jongeren marcheren door, het zijn er pakweg driehonderd. Ze scanderen: „Ali, Ali, na Mubarak jij!” Ze houden handgeschreven A4’tjes boven hun hoofd, „ga weg” staat er op. Stokken hebben ze niet. Ze houden elkaars hand vast als ze een kruispunt naderen waar de politie hen tegenhoudt met de wapenstok. Echt gevochten wordt er niet, maar als aan de andere kant van het kruispunt regeringsdemonstranten naderen heeft de politie even moeite de groepen uit elkaar te houden.

De demonstranten, die op weg zijn naar het presidentiële paleis, lopen vast bij het kruispunt. Tegen twaalven lijkt de rek er uit, tot Tawakel Karman op het toneel verschijnt. De mensenrechtenactiviste posteert zich voor de politie, ze wordt weggeduwd, maar duwt terug. Bang is ze niet. „Ik weet dat ik een prijs moet betalen voor verandering. De jeugd heeft de toekomst in handen, elke dag komen er meer bij, let maar op.”

Tot vrijdag verliepen de protesten vreedzaam omdat dat zo was afgesproken tussen regering en oppositie. Nu de tegenstander is veranderd, is het ook gedaan met het vreedzame karakter. Wat al langer werd gevreesd, lijkt nu te gebeuren: de wapens komen tevoorschijn. Veel Jemenieten vrezen dit soort escalaties. Hakeem Assamawy, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Sana’a, waarschuwde er al voor. „Als de zaak uit de hand loopt, zul je zien dat Jemen een door en door gewapende maatschappij is. Dan wordt ingeslagen op de betogers en worden intussen ook onderlinge stammentwisten uitgevochten.”