Wie krijgen er een orgaan?

De toewijzing van een donororgaan gebeurt op basis van medische criteria. De belangrijkste zijn overeenkomsten in bloedgroep, lengte en gewicht van de donor en ontvanger. Jaarlijks zijn er in Nederland ongeveer 220 donoren, die goed zijn voor 640 transplantaties. Wanneer er meer patiënten geschikt zijn voor hetzelfde orgaan, wordt gekeken naar de periode dat iemand op de wachtlijst staat en de medische urgentie. Maar er kunnen ook andere overwegingen meespelen, zoals de afstand die moet worden afgelegd om het donororgaan bij de ontvanger te krijgen.

Voor nieren staan de meeste mensen op de wachtlijst (864 op 1 januari). Dit is aan de andere kant ook de meest uitgevoerde transplantatie, omdat iedere donor twee nieren heeft. Een nierpatiënt kan bovendien lang op de lijst blijven staan, omdat nierdialyse hem vrij lang in leven houdt – voor harttransplantaties ligt dat uiteraard anders.

Donatie na overlijden is anoniem, de donor blijft voor de ontvanger onbekend, en ook nabestaanden weten niet voor wie organen en weefsel bestemd zijn. Nabestaanden kunnen wel algemene informatie krijgen over de transplantatie. Of die gelukt is bijvoorbeeld, en dat het hart naar een man van 20 is gegaan en de longen naar een vrouw van 32. De ontvanger kan ook iets doen: een brief schrijven aan de nabestaanden. Die wordt – als de nabestaanden dat op prijs stellen – geanonimiseerd.