Steden korten lokaal op kunst

Bijna driekwart van de Nederlandse gemeenten bezuinigt de komende jaren op kunst en cultuur. Ook de meeste provincies hebben bezuinigingsplannen. Dat blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de DSP-groep in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Meer dan 20 procent van de gemeenten geeft aan dat de bezuinigingen op kunst en cultuur groter zijn dan die op de totale uitgaven van de gemeenten. De bibliotheek staat bovenaan als bezuinigingspost. Daarna komen cultuureducatie, amateurkunst, podia en podiumkunsten en musea. Monumenten, archeologie, letteren en omroep blijven het meest buiten schot.

Het Rijk bezuinigt de komende jaren miljoenen op de cultuurbegroting – een bedrag dat oploopt van 48 miljoen dit jaar tot 200 miljoen euro vanaf 2014. Om te kunnen besluiten waar de bezuinigingen precies terechtkomen, wilde het ministerie inzicht hebben in de bezuinigingsplannen bij de lagere overheden. De DSP-groep hield enquêtes en telefonische interviews met ambtenaren bij de gemeenten en provincies.

In 2011 bezuinigt bijna de helft (49 procent) van de gemeenten op kunst en cultuur en dat percentage loopt de jaren daarna op. In de periode 2010-2016 bezuinigt uiteindelijk bijna driekwart (69 procent) van de gemeenten hierop. Bij eenderde (29 procent) van de gemeenten is nog niet bekend of er op kunst en cultuur wordt bezuinigd en 2 procent (6 van de 245 ondervraagde gemeenten) weet zeker dat hierop niet bezuinigd zal worden.

Ook de meeste provincies beginnen dit jaar of volgend jaar met bezuinigen. Alleen Zuid-Holland, Overijssel, Flevoland en Limburg doen dat (nog) niet.

Gemeenten proberen de subsidies voor het aanbod aan kinderen overeind te houden. In 25 gemeenten wordt er geïnvesteerd in cultuur, bijvoorbeeld om mee te dingen naar de kandidatuur voor culturele hoofdstad van Europa (2018), of voor nieuwe podia, een nieuwe bibliotheek, nieuw- en verbouw van het archief en musea.