'Rutte, spreek Wilders eens een keer tegen'

GroenLinks-senator Tof Thissen is wel eens gevraagd of hij ‘Femke’ zou willen opvolgen. Hij zei nee. „Die permanente druk, dat vreet mensen aan.”

Tof Thissen: "Het vooruitzicht dag en nacht op het Binnenhof te werken, trekt me niet." Foto Mieke Meesen Tof Thissen, 13 02 2011, Woonhuis te Roermond, foto: Mieke Meesen
Tof Thissen: "Het vooruitzicht dag en nacht op het Binnenhof te werken, trekt me niet." Foto Mieke Meesen Tof Thissen, 13 02 2011, Woonhuis te Roermond, foto: Mieke Meesen

Tof Thissen straalt. Het is begin december, in de Eerste Kamer zijn de Algemene Politieke Beschouwingen bezig. Het hele kabinet zit achter één tafel en de fractievoorzitter van GroenLinks vraagt in enkele welluidende zinnen wat de regering vraagt van hem, Tof, om bij te dragen aan het op orde brengen van de staatsfinanciën. Vanachter het spreekgestoelte geeft hij het antwoord zelf. „Niets!”

Er worden geen offers gevraagd van een man als hij – senator, directeur van het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten, voorzitter van het Nederlands Genootschap voor Sociale Zekerheid, en nog veel meer. Maar het kabinet, zegt Thissen met een stevig zuidelijke tongval, vraagt dat wel van de minstbedeelden in de samenleving.

De senator van GroenLinks heeft niet het bedachtzame of omfloerste dat de meeste, dikwijls erudiete heren en dames van de Eerste Kamer eigen is. Wilders is voor hem „die Prins Carnaval van Venlo”. Zichzelf noemt hij „geen standpuntenboer”.

U leek werkelijk te genieten, tijdens de Algemene Beschouwingen.

„Dat was ook zo. Dat is toch ook prachtig? Waar in Nederland kun je nou het hele kabinet toespreken?”

Dat kan ook in de Tweede Kamer, maar daar wilde u niet in. Waarom niet?

„Vanaf ’98 ben ik gevraagd, en veel later weer, om mogelijk op termijn Femke [Halsema, red.] op te volgen. Inmiddels heb ik definitief nee gezegd. Het vooruitzicht dag en nacht op het Binnenhof te werken, trekt me niet. Die permanente druk, dat vreet mensen aan. Ik zie het gebeuren. Bovendien vind ik de combinatie bestuurder en volksvertegenwoordiger erg mooi. Die wil ik niet kwijt.”

Is die combinatie niet een recept voor belangenverstrengeling?

„Nee. Die combinatie geeft het werk in de Eerste Kamer juist waarde. Dat is voor bijna iedereen hier een nevenfunctie. Wekt dat de schijn van belangenverstrengeling? Niet als je duidelijk en eerlijk bent. Dat was ook de fout van Hans Hillen: niet dat hij voor de tabaksindustrie lobbyklussen verrichtte, maar dat hij dat als senator niet eerlijk had gemeld.”

Dus ook burgemeesters mogen in de senaat?

„Dat vind ik lastig. In het huis van Thorbecke moet je jezelf eigenlijk niet tegenkomen met verschillende petten op. Neem het strafbaar stellen van illegaliteit, waar dit kabinet mee zal komen. Stel dat je als Eerste Kamerlid een vurig pleidooi houdt waarom die wet vreselijk is, maar als-ie eenmaal is aangenomen moet je ’m als burgemeester wel uitvoeren. Dat is eigenlijk niet meer geloofwaardig te doen.

„Er zijn wel senatoren die burgemeester zijn. Sommige partijen vinden dat goed. Net als D66 tegenwoordig, die de Nijmeegse burgemeester Thom de Graaf op de lijst heeft staan. Van mijn partij mag het niet. En ook van het CDA mag het trouwens niet. Dit is zeker geen zaak van rechts tegen links.”

Wat is nu het ergst van dit kabinet?

„Dat de bezuinigingen niet ten koste gaan van de strategische beleidsfuncties, maar van de publieke dienstverlening: van de uitvoerders. Terwijl we die juist nodig hebben. Aan de uitvoeringskant, aan het loket, groeien de frustraties van burgers over de overheid. Daar moet je niet bezuinigen.”

Dus dit kabinet is geen antwoord op de boosheid van de burger, maar wakkert die juist aan?

„Zo is het. En die boze burger realiseert zich niet, zo lijkt het, dat zijn ergernis groeit door bezuinigingen van een kabinet dat via een gedoogakkoord steun krijgt van Geert Wilders.”

U ergert zich al langer aan politici die hun pijlen richten op uitvoerders, daar kunt u moeilijk dit kabinet de schuld van geven.

„Inderdaad, vanuit Den Haag uit de heup schieten op de eigen uitvoerders, daar erger ik me al zo lang aan. Ik heb de bazen van Albert Heijn nog nóóit horen zeggen dat de eigen kassières niet deugen. Een bedrijf dat winst wil maken, houdt dergelijke kritiek natuurlijk intern. Waarom doen Nederlandse politici dit dan wel voortdurend?”

Hoe vindt u dat de VVD en het CDA met de PVV omgaan?

„Om maar één ding te noemen: ik vind het schandalig dat de regeringspartijen onweersproken laten hoe de PVV hardwerkende migranten permanent beledigt. Die krijgen bij voortduring het signaal: eigenlijk willen we je hier niet. Rutte moet de ballen hebben om tegen Wilders te zeggen: ‘het is niet waar wat u zegt’. Na het debat over Kunduz heb ik hem ge-sms’t: je kunt misschien blij zijn dat GroenLinks je steunt, maar het had van lef getuigd als je in dit debat eindelijk had gezegd dat de wijze waarop Wilders weer op het orgel tegen de moslims tekeerging, dat je daar als premier van Nederland afstand van neemt.”

Dat was een lange sms...

„Ja, je hebt veel tekens hè? André Rouvoet, van de ChristenUnie, die vroeg Rutte in het debat naar de opstelling van Wilders. Dan zegt Rutte dat hij niet gaat over andere partijen. Dat is waar, die houding siert hem. Maar hij gaat wel over zestien miljoen Nederlanders en dan kun je die scheldkanonnades niet onweersproken laten.”

Ooit zien we u terug als minister?

„Ik weet dat natuurlijk niet, maar ik steek mijn ambities niet onder stoelen of banken. Ik ben een bestuurder en bovendien een aartsoptimist. Die combinatie maakt zo’n scenario niet onmogelijk.”