Paniek op financiële markten over Portugal

Voor de wankele economie van Portugal is de noodzaak van ‘redding’ van buitenaf dichtbij. Maar Lissabon wil gunstige voorwaarden.

De paniek op de financiële markten over Portugal is terug. De rente die het land betaalt over zijn staatsobligaties bereikte de afgelopen dagen opnieuw recordniveaus. Donderdag steeg de tienjaarsrente tot boven de 7,6 procent, wat de Europese Centrale Bank dwong Portugees schuldpapier op te kopen. De daaropvolgende relatieve rust was van korte duur. Gistermiddag piekte de Portugese tienjaarsrente alweer kortstondig boven het record van donderdag.

Een financiële redding van het wankelende euroland is daarmee opnieuw een stap dichterbij gekomen, maar de regering in Lissabon blijft zich hier vooralsnog heftig tegen verzetten. Vanuit het oogpunt van de minderheidsregering van de socialistisch premier José Sócrates zijn er goede redenen om het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Unie nog even buiten de deur te houden.

Binnenlandse politieke overwegingen spelen een rol: Sócrates’ socialisten staan in peilingen op fors verlies en zijn eigen politieke carrière is waarschijnlijk over als Portugal ‘gered’ moet worden. Maar de regering rekt ook tijd om binnen Europees verband een reddingsactie onder gunstigere voorwaarden te bedingen. Lissabon zou de rol van het onder Portugezen gehate IMF kleiner willen maken. Maar vooral wil de regering dat de noodleningen goedkoper worden. In het geval van Ierland, dat afgelopen herfst ‘gered’ werd, bedraagt de rente 5,8 procent. De Grieken, die in de zomer noodleningen kregen, betalen een soortgelijk tarief.

Portugal redeneert dat het daarmee amper geholpen zou zijn. Zo erkende een directielid van de centrale Banco de Portugal vorige maand dat „het makkelijkste zou zijn om noodhulp aan te vragen”. Maar stelde zij: „De rentes die voor Griekenland en Ierland worden gerekend zijn zeer hoog. [...] Wij kunnen niet simpelweg dezelfde voorwaarden accepteren.”

Bij leningen tegen 5,8 procent zou de economie elk jaar met een soortgelijk percentage moeten groeien wil een land binnen enkele jaren niet alsnog in betalingsproblemen geraken. Voor Portugal, dat al een decenniumlang kwakkelt, zijn zulke ‘Aziatische’ groeicijfers absoluut niet haalbaar. De strenge begrotingsmaatregelen die het momenteel neemt, zullen de economie later dit jaar terugduwen in een recessie. En de aanvullende ingrepen die IMF en EU na een redding zouden opleggen, zullen de economie evenmin vooruithelpen.

Dit maakt dat een bankroet van het land ook na een ‘redding’ zeer waarschijnlijk zou blijven. Volgens sommigen zou het daarom beter zijn als Portugal en andere probleemlanden hun schuldenlast herstructureren (later of minder afbetalen). Sterkere Europese landen verzetten zich hier echter tegen, omdat het vooral hun banken zijn die daar de lasten van zouden dragen.

Dat de paniek binnen de muntunie door de Portugese weigering van hulp weer oploopt, raakt andere eurolanden (met name Spanje) die hierdoor besmet raken. Maar het biedt Portugal de kans de onrust aan te wenden als onderhandelingswapen. „De perifere eurolanden moeten de dreiging van schuldherstructurering en bankroet gebruiken om druk te zetten op Europa om lagere rentes te bedingen op noodleningen”, adviseerde Matt King, hoofd strategie van Citigroup King bijvoorbeeld vorige week in de Portugese krant Público.

Gisteren leek Portugal tijdens de top van Europese ministers Financiën al enige steun te krijgen. De Franse minister Lagarde suggereerde dat de rente verlaagd kan worden als een gered land zich goed gedraagt.

Portugal kan dit debat nog wel enkele weken uitzingen. Al kan het nu steeds duurder lenen in het buitenland, het heeft voorlopig geen acuut liquiditeitsprobleem. De regering wil dit morgen onderstrepen met een zogenoemde omgekeerde obligatieveiling. Ze zal 9,7 miljard euro aan staatsschuld uitgeven en deze meteen zelf opkopen.