Ontslagen in Palestina door domino-effect

De hypothese dat de ommekeer in Egypte invloed heeft op het Israëlisch-Palestijnse conflict is al tweeënhalve dag na de voorlopige ontknoping in Kairo bewaarheid.

Gisterochtend heeft de Palestijnse premier Fayyad zijn ontslag aangeboden bij president Abbas van de Palestijnse Autoriteit in Ramallah. Fayyad gaat zelf een nieuw kabinet samenstellen, in de hoop wat vertrouwen bij de bevolking terug te winnen. Vermoedelijk zal hij ook moeten buigen voor de eisen van Fatah, de spil van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) die meer politieke invloed op de Westelijke Jordaanoever eist.

Het was het derde signaal in een paar dagen dat de Palestijnen onrustig zijn geworden nu president Mubarak in Egypte opzij is geschoven. Zaterdag kondigde Abbas aan dat hij in september eindelijk de verkiezingen gaat uitschrijven die hij al in 2009 en 2010 had moeten houden. Dezelfde dag nam de oud-vredesonderhandelaar Erekat ontslag. Zijn positie was onhoudbaar geworden door de onthulling in de ‘Palestine Papers’ dat hij bereid zou zijn geweest tot verregaande concessies over de status van Oost-Jeruzalem en de terugkeer van ‘vluchtelingen’.

Al deze stappen wijzen erop dat het heet is geworden onder de voeten van Abbas. Wat Mubarak gebeurde, kan hem eveneens overkomen. Abbas, wiens bewind in belangrijke mate steunt op dollars en euro’s, wordt ook weggezet als een handlanger van het Westen en Israël, die niet luistert naar zijn eigen volk.

Het is de vraag of het niet te laat is. De presidents- en parlementsverkiezingen kunnen alleen worden gehouden als Fatah en Hamas het eens zijn. En ze kunnen het alleen eens worden, als ze dat al willen, wanneer Abbas een harde koers tégen Israël gaat varen.

Het democratische appèl, waar de Palestijnse president gehoor aan zegt te geven, zet de verhoudingen met Israël dus nog verder op scherp. Premier Netanyahu van Israël op zijn beurt wekt niet de indruk haast te willen maken met een herijking van zijn eigen beleid, dat decennia was gebaseerd op de macht van Mubarak en de aanname dat Egypte nooit aan het vredesakkoord van Camp David (1978) zou gaan morrelen. Toch is dat laatste niet ondenkbaar, ondanks de verzekering van de nieuwe militaire leiding in Kairo dat de verdragen niet ter discussie staan.

Achteraf is het doodzonde dat de verregaande toezeggingen van de Palestijnse en ook Israëlische onderhandelaars in 2008 geen vervolg hebben gekregen. Als de uitgelekte documenten de waarheid spreken, heeft met name Israël toen een kans laten lopen die het nooit meer krijgt. Het vredesproces is sindsdien al zo goed als tot stilstand gekomen. Maar nu dreigt het echt alleen nog in achterwaartse richting te kunnen bewegen.