Klein is fijn en wel zo gezond

en nieuwe politieke beweging broeit: Liberalen tegen Schaalvergroting. Initiatiefnemer is Edith Schippers (VVD), minister van Volksgezondheid.

Morgen houdt de Tweede Kamer een rondetafelgesprek over fusies in de zorgsector.

Kleinschaligheid was in de jaren zeventig een links onderwerp, met iconen als Small is beautiful, het boek van E.F. Schumacher. Als het aan links lag, was alles klein, behalve het spandoek en de rol van de overheid.

De liberalisering en mondialisering maakten vanaf de jaren tachtig een lachertje van ‘klein is fijn’. Fusies en overnames beheersten het bedrijfsleven. En de publieke sector volgde: gemeentes, woningcorporaties, scholen, zorgconcerns – alles werd groter, meer dan eens onder leiding van sociaal-democratisch politici en bestuurders. Oude reflexen sterven langzaam: de provincies Utrecht, Flevoland en Noord-Holland willen nu ook samen.

Pim Fortuyn verwoordde als eerste in 2001 met verve de tegenbeweging, de SP en de PVV pikten het op, het kabinet-Balkende IV (CDA, PvdA en ChristenUnie) zette wat voorzichtige stappen met hun gewenste terugkeer naar de ‘menselijke maat’.

En nu ontvouwt minister Schippers in haar beleidsvisie een aparte toets voor fusies van zorgaanbieders. Hoezo marktwerking? Hoezo administratieve lastenverlichting? Een liberale minister wil de ondernemersvrijheid limiteren en een extra toezichtslaag invoeren. Kortom: extra regels zijn best goed voor uw gezondheid.

Ziekenhuizen zijn hier groter dan in ons omringende landen, schrijft Schippers in een recente brief aan de Tweede Kamer. De minister ontpopt zich als een fusiescepticus, maar wel op milde toon, nog niet streng SP. „Niet altijd”, schrijft zij aan de Kamer, vindt vóór de fusie een „integrale afweging van alle belangen en mogelijkheden plaats” en „niet altijd” is duidelijk „wat het doel van de fusie is en waarom de patiënt hier beter van wordt”.

De minister noemt geen namen. Niet van falende bestuurders. Niet van de mensen in raden van toezicht. Niet van de zorgbedrijven. Onwillekeurig schieten toch namen te binnen als thuiszorgconglomeraat Meavita (bankroet) en zorg- en woningcorporatiecombinatie Espria (half mislukt). Hoe exotischer de naam, hoe groter het risico.

De extra toets die minister Schippers zich voorstelt komt vóór de bestaande beoordeling van ‘concurrentiewaakhond’ NMa. En de criteria voor de NMa-toets zijn per 1 januari 2008 al verlaagd na aanhoudende druk vanuit de Tweede Kamer. Daardoor moeten ook kleinere fusies in de zorg eerder worden gemeld en eventueel getoetst.

De NMa is streng op fusieplannen van zorgaanbieders met verregaande lokale consequenties. Omdat zorg plaatselijk is gebonden, heeft dat wel invloed. Slechts één categorie zorgaanbieders werkt echt landelijk: de zorgverzekeraars. Zij staan in de coulissen van de macht. Een van hen, Roger van Boxtel van Menzis, is D66-lijsttrekker voor de Eerste Kamer. Zij kunnen tot nu toe ongestoord fuseren. Vier verzekeraars hebben 90 procent van de markt. De volgende test is de fusie van De Friesland met Achmea/Eureko tot een regionaal bijna-monopolie.

Hier sputtert de politieke kleinschaligheidsbeweging. De verzekeraars moeten als regisseurs van inkoop van zorg bij ziekenhuizen en anderen de onbeheersbare kosten van de volksgezondheid van 84 miljard euro (2009) helpen drukken. Klein is fijn, maar in Den Haag zijn de belangen van de schatkist te groot.

Menno Tamminga