Italië vreest migranten

De Italiaanse regering hoopt dat ook het nieuwe Tunesische bewind helpt de migratiestroom te stoppen. En zij ruziet met de EU.

Onstuimig weer heeft gisteren voorkomen dat er nieuwe boten met Tunesische immigranten zijn geland op het Italiaanse eiland Lampedusa. Maar de Italiaanse regering is zeer bezorgd. De situatie op het met immigranten overspoelde eilandje is precair en men vreest dat nog veel meer Noord-Afrikanen in Europa op zoek gaan naar werk.

„We hebben te maken met de val van de Muur van de Magreb”, stelde minister van Binnenlandse Zaken Roberto Maroni gisteren, verwijzend naar de vluchtelingenstroom die na de val van het IJzeren Gordijn vanuit Oost-Europa op gang kwam.

Gisteravond bezocht de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Franco Frattini in Tunis de Tunesische premier Mohammed Ghannouchi om over de dreigende uittocht van jonge Tunesiërs te spreken. Frattini bood marinepersoneel, vaartuigen en patrouille-uitrusting aan. Ook moedigde hij de Tunesische regering aan Europese hulp te vragen bij het controleren van vluchtelingenstromen. De Italiaanse financiële beloftes bleven beperkt: 5 miljoen euro om de Tunesische begroting te ondersteunen, een bedrag dat eerder al beloofd was. Verder een krediet voor Tunesische bedrijven van 73 miljoen, en 35 miljoen om de vervuiling van de wateren voor de kusten tegen te gaan.

Het zijn de eerste pogingen om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de nieuwe Tunesische regering. Italië heeft daar groot belang bij, want Lampedusa is maar 150 kilometer verwijderd van Tunesië en de overtocht is relatief gemakkelijk. Italië steunde tot een maand geleden de door het volk weggestuurde president Ben Ali. Deze had emigratie bij wet verboden en werkte mee aan het blokkeren van illegale immigratie.

Met de val van Ben Ali is het voor Italië de vraag of de nieuwe regering die wet zal handhaven. „We staan klaar om de nieuwe Tunesische regering van nationale eenheid te steunen”, was gisteren de boodschap van Frattini, die ook aanbood het jaarquotum voor Tunesische immigranten te vergroten als de regering meewerkt aan het stoppen van de uittocht.

Premier Silvio Berlusconi belde gisteren met de voorzitter van de Europese Commissie Herman Van Rompuy om hulp te vragen. „De noodtoestand van de immigranten is een kwestie die heel Europa aangaat”, zei Berlusconi, die om een snelle top hierover heeft gevraagd. Het telefoontje diende ook om het conflict tussen Brussel en de Italiaanse minister Maroni te sussen. Maroni had Europa verweten niets te doen. Eurocommissaris Malmström had geantwoord dat ze zaterdag hulp had aangeboden, maar dat dit afgeslagen was. Gisteren vroeg Maroni om 100 miljoen euro steun om de noodtoestand aan te pakken en het Europese grensbewakingsagentschap Frontex te hervormen.

De toestand op Lampedusa blijft gespannen. Van de 5.000 migranten die zijn aangekomen, slapen er meer dan 2.000 in het heropende opvangcentrum dat een capaciteit heeft van 850. Persbureau AFP meldt dat een boot van de Tunesische kustwacht op volle zee een vaartuig met 120 immigranten ramde. Het schip zou zijn gezonken. 85 opvarenden zouden zijn gered, vijf verdronken en nog dertig zouden er worden vermist.