Groene banen juist slecht voor economie

Voorstanders van groene energie beweren dat subsidiëring ervan de economie zou helpen. Dat is onwaar, stelt Bjørn Lomborg.

Illustratie Paul Lachine
Illustratie Paul Lachine

De politieke retoriek heeft het inmiddels niet meer over de noodzaak om een antwoord te vinden op de uitdaging van de klimaatverandering ‘voor onze generatie’. In plaats daarvan wordt de ‘economische winst’ voorgehouden, en dan vooral de belofte van zogeheten ‘groene banen’. Helaas strookt dit niet met de werkelijkheid.

Ik vroeg Gürcan Gülen, energie-econoom aan het Center for Energy Economics aan de University of Texas, om te beoordelen of het subsidiëren van groene banen inderdaad gunstig is voor de economie. Gülen kwam tot een tegengestelde slotsom. Het aantal banen dat deze maatregelen opleveren, wordt vermoedelijk zelfs geneutraliseerd – of erger – door het aantal banen dat ze tenietdoen.

Op het eerste gezicht lijkt de nieuwe, groene werkgelegenheid een duidelijke zaak. De inzet van windturbines en zonnepanelen schept een behoefte aan bouwers, technici, handelaars en gespecialiseerde medewerkers. Voilà: door in groene maatregelen te investeren, hebben we niet alleen het klimaat geholpen, maar ook de werkloosheid verlaagd.

Wat mankeert er aan die gedachte? Er zijn verschillende bezwaren.

In sommige gevallen, constateert Gülen, maken de pleitbezorgers van groene banen geen onderscheid tussen constructiewerk (bouw van de windturbines), dat tijdelijk is, en operationele taken op langere termijn (onderhoud van de windturbines), die blijvend zijn. Bovendien zijn de voorstanders er soms zonder rechtvaardiging van uitgegaan dat de nieuwe banen meer zouden betalen dan werk in de conventionele energie.

In andere gevallen is de omschrijving van een ‘groene’ baan zo vaag dat ze vrijwel nutteloos wordt. Als een adviseur in duurzaamheid bij een betonfabriek overstapt naar een project voor hernieuwbare energie, mogen we dan echt concluderen dat het aantal groene banen is toegenomen?

Zorgelijker is de constatering van Gülen dat de beweerde banengroei soms een productie van groene energie veronderstelde die ver uitsteeg boven redelijke schattingen. Wie aanneemt dat enorme lappen van het platteland met windturbines en zonnepanelen zullen worden bedekt, zal natuurlijk onvermijdelijk voorspellen dat er een groot aantal constructiebanen nodig zal zijn.

Maar het grootste probleem bij deze analyses is dat ze vaak voorbijgaan aan de hogere kosten of het banenverlies waartoe deze maatregelen zullen leiden. Alternatieve energiebronnen als zon en wind leveren een aanzienlijk duurdere brandstof en elektriciteit dan traditionele energiebronnen. Een verhoging van de elektriciteits- en brandstofkosten zal de productiviteit schaden, de totale werkgelegenheid verminderen en het bedrag verlagen dat mensen als besteedbaar inkomen hebben. Maar in veel studies waarvan de pleitbezorgers van groene banen gebruik hebben gemaakt, is op deze hogere kosten in het geheel niet ingegaan en zijn zowel de investeringskosten als de prijsstijgingen voor eindgebruikers over het hoofd gezien.

De bedrijven die roepen om politiek ingrijpen ten behoeve van groene banen hebben meestal zelf baat bij subsidies en tarieven. Maar omdat deze maatregelen de brandstof- en elektriciteitskosten verhogen, hebben ze ontslagen elders tot gevolg, in allerlei verschillende economische sectoren.

Zodra deze effecten wel worden meegerekend, wordt de vermeende werkgelegenheidsgroei meestal tenietgedaan. In sommige economische modellen daalt de totale werkgelegenheid dan zelfs. Ondanks een aanzienlijke investering zouden de overheidspogingen om groene banen te scheppen per saldo zelfs kunnen uitmonden in verlies van banen.

Dan nog, zouden de voorstanders kunnen betogen, blijven investeringen in groene banen toch een goede manier om een slappe economie te stimuleren? Gülen laat zien dat tal van andere economische sectoren, zoals de gezondheidszorg, voor hetzelfde bedrag aan overheidsinvesteringen meer werk zouden opleveren.

Sommige onderzoekers beweren zelfs vrolijk dat investeringen in alternatieve energie niet alleen banen scheppen, maar ook allerlei andere economische voordelen zullen opleveren, waaronder stijgende productiviteit, hogere besteedbare inkomens en lagere operationele bedrijfskosten. Ook hier stelt Gülen vast dat deze stellingen „niet worden gesteund door enig bewijs en in strijd zijn met de realiteit van groene technieken en energiemarkten”.

Het fundamentele probleem is dat groene-energietechnieken nog altijd heel inefficiënt en duur zijn vergeleken met fossiele brandstoffen. De inzet van minder efficiënte, duurdere alternatieve energiebronnen zal bedrijven en consumenten schaden, niet helpen.

Om de wereld tot een overstap naar duurzame bronnen te bewegen, moeten we koolstofarme energie goedkoper én efficiënter maken, maar dat vergt aanzienlijk meer onderzoek en ontwikkeling daarvan. De bestaande onderzoeksbudgetten zijn miniem. Subsidies kunnen dus beter daaraan worden besteed.

Intussen moet het publiek niet al te veel vertrouwen stellen in politici die beweren dat het gebruik van de bestaande, inefficiënte, dure technieken zal leiden tot meevallers.

Bjørn Lomborg is verbonden aan het Kopenhagen Consensus Center. Hij is schrijver van The Skeptical Environmentalist en Cool It.