Een ramp? Dat is goed voor het bbp

Economische groeicijfers zeggen niks over welzijn, sociale verhoudingen of duurzaamheid.

Maar voorlopig doen we het er maar mee.

Nederland, Delft, 31 augustus 2005 souvenirs. Souvenirwinkel molentjes meisjes in klederdracht folklore Delftsblauw holland Souvenirshop aardewerk Japanse amerikaanse toeristen Giftshops, Delftware, producten. toeristen Tourism Tourisme Populaire Hollandse souvenirs cliche Hollandse klompen, tourisme recreatie Handel cultuur miniatuur kitsch. souvenir shop Klompen, wooden shoes soevenierswinkel Traditie, folklore, ambacht. souveniers. souveniers prullaria grachtenhuisjes Traditie & Folklore Holland The Netherlands sleutelhangers Merchandise foto: Peter Hilz
Nederland, Delft, 31 augustus 2005 souvenirs. Souvenirwinkel molentjes meisjes in klederdracht folklore Delftsblauw holland Souvenirshop aardewerk Japanse amerikaanse toeristen Giftshops, Delftware, producten. toeristen Tourism Tourisme Populaire Hollandse souvenirs cliche Hollandse klompen, tourisme recreatie Handel cultuur miniatuur kitsch. souvenir shop Klompen, wooden shoes soevenierswinkel Traditie, folklore, ambacht. souveniers. souveniers prullaria grachtenhuisjes Traditie & Folklore Holland The Netherlands sleutelhangers Merchandise foto: Peter Hilz Peter Hilz/Hollandse Hoogte

Vandaag om half tien ’s ochtends weten we officieel hoeveel welvarender we vorig jaar zijn geworden. Het Centraal Bureau voor de Statistiek maakt dan de economische groei over het vierde kwartaal van 2010 bekend, en daarmee meteen ook de groei over het hele jaar.

Hoe het de Nederlandse economie in het vierde kwartaal precies is vergaan is nu nog lastig te voorspellen, maar over het hele jaar zal er een groei van rond de 1,7 procent uit komen – misschien nog ietsje meer. De traagheid van de cijfers, als je het natuurkundig zou willen kenschetsen, garandeert dat min of meer.

Maar stel dat de economische groei inderdaad 1,7 procent is, of een promille of wat meer of minder, wat weten we dan eigenlijk? Weten we hoe de welvaart verdeeld is? Hoe houdbaar die welvaart is, hoeveel schade onze welvaart elders toebrengt? Hoeveel welzijn die welvaart brengt?

Nee. Welvaart staat bij de berekening van het bruto binnenlands product (bbp) gelijk aan het gezamenlijke inkomen, de gezamenlijke bestedingen of de gezamenlijke productie binnen de landsgrenzen. Welke van deze drie je ook hanteert: uiteindelijk moeten ze, met wat haken en ogen, gelijk zijn aan elkaar. En als die optelsom, gecorrigeerd voor inflatie, is toegenomen, dan zijn we nu kennelijk beter af dan vorig jaar.

Het is nog niet zo heel lang geleden dat we dit überhaupt niet wisten. Pas in 1934 formuleerde de econoom Kuznets, een naar Amerika geëmigreerde Oekraïner, het bruto nationaal product. Hij kreeg er aan het eind van zijn loopbaan in 1971 de Nobelprijs voor. De diepe Depressie van de jaren dertig vroeg niet alleen om een verklaring, maar ook om een daadwerkelijke diagnose van wat er aan het gebeuren was.

Voordat Kuznets op het idee kwam een samenhangende nationale rekening te calculeren, tastten beleidsmakers, ondernemers en burgers min of meer in het duister over hoe het de economie verging. Zoals Wall Street nu heftig kan reageren op de economische groeicijfers van de VS, gingen de beurskoersen in de jaren twintig op en neer op basis van gegevens als de ‘hoogovenindex’, een anekdotisch cijfer dat aangaf hoe groot de productie van de staalindustrie was geweest. Pas toen het bruto nationaal product was teruggerekend naar de tijd vóór de jaren dertig, rees er met terugwerkende kracht een samenhangend beeld op van het verloop van de economische conjunctuur.

De berekening is sindsdien verfijnd, met als belangrijkste verandering dat het bruto nationaal product werd gewijzigd in bruto binnenlands product. Die verfijning heeft te maken met de globalisering van de wereldeconomie. Vroeger maakte Philips vrijwel al zijn producten in Nederland en werd de productie van Philips in het buitenland gewoon meegeteld. Maar die situatie bestaat al lang niet meer. In plaats van uit te gaan van de nationaliteit van de producent, werd het logischer de plaats van productie te gaan hanteren. Het bruto binnenlands product beperkt zich tot alles binnen de landsgrenzen.

De laatste jaren groeit de kritiek op het bbp, omdat het een wel erg hardvochtige en ruwe benadering zou zijn van het begrip ‘welvaart’ – iets waar Kuznets zelf destijds als eerste voor waarschuwde. De brand bij Moerdijk van vorige maand is bijvoorbeeld uitstekend voor de economische groei. Er moet worden opgeruimd en hersteld, en dat zijn allemaal economische activiteiten die positief meetellen. En dat het chemische bedrijf zelf een tijdje stilligt, dat pakken andere bedrijven wel op. Auto-ongeluk? Wegslepen, aanvegen, ziekenhuiskosten: allemaal goed voor de economie. Zoals ook een gifpolder dat is.

Dat is inderdaad cynisch. Maar niet makkelijk op te lossen.

Het voormalige Oost-Duitsland hanteerde een ‘bruto sociaal product’, waaruit de zegeningen van de socialistische heilstaat jaar in jaar uit bleken. In werkelijkheid werd de economie even kunstmatig opgepompt als de topsporters van destijds. Toen in 1989 de grenzen open gingen en het land zich aansloot bij de zuster uit het Westen, bleek de in decennia opgebouwde schade aan milieu en economie enorm.

Dan is er het bruto nationaal geluk, een aan voormalig koning Jigme Singye Wangchuk van het Himalayastaatje Bhutan toegeschreven maatstaf, waar inmiddels met Nederlands ontwikkelingsgeld een paar conferenties tegenaan zijn gegooid. Het is misschien een goede poging, maar wel bedacht door de verlichte despoot onder wie hardhandige etnische zuiveringen werden uitgevoerd. Wiens land op de (best lage) 102de plek staat van de 167 landen op de democratie-ranglijst van The Economist – vlak achter Cambodja. Maar goed, vier jaar geleden stond Bhutan nog samen met Zimbabwe op plek 147.

Het laten prevaleren van geluk boven aards bezit is een lastige. Boomomhelzers mogen er oprecht over zijn, ze hebben makkelijker praten dan een Afrikaanse die in haar eentje een gezin moet onderhouden.

De Franse president Sarkozy pakte het drie jaar geleden systematischer aan en gaf aan Nobelprijswinnaars Joseph Stiglitz, Amartya Sen en de Franse econoom Jean-Paul Fittoussi opdracht maatstaven in kaart te brengen die verder gingen dan de optelsom van het bbp. Deze ‘commissie inzake de meting van economische prestaties en sociale vooruitgang’ publiceerde vorig jaar een rapport met als voornaamste aanbeveling een dashboard met gegevens over de kwaliteit van leven, de impact van activiteiten op het milieu, de uitputting van grondstoffen en dergelijke. Het is, in de woorden van de drie opstellers, belangrijk om te weten hoe hard je gaat. Maar je moet ook weten waar naartoe.

Sindsdien worstelen economen vooral met de vraag of dit soort maatstaven in een soort bbp 2.0 moeten worden ondergebracht, of afzonderlijk naast het bbp moeten worden gepubliceerd. Belangrijk is dat er een standaardisering komt van maatstaven die moeten worden aangelegd om zoiets ongrijpbaars als ‘welzijn’ te meten en samen te vatten.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), ook bekend als de club van gevestigde industrielanden, is sinds 2004 al bezig om een inventarisatie te maken van welke indicatoren zouden moeten meetellen, en vooral hoe.

Maar hoe zit het intussen met het goede oude bbp zelf? Het kan verguisd worden, maar intussen voldoet het, met al zijn beperkingen, nog naar behoren. De stabiliteit en houdbaarheid van de overheidsfinanciën kan er prima langs worden gelegd. En misschien wel de allerbelangrijkste sociale indicator, de officiële werkgelegenheid, is in grote lijnen consistent met de ontwikkeling van de gemeten productie. Er zijn nauwelijks of geen perioden bekend dat de werkloosheid duurzaam steeg in een tijdvak waarin een hoge economische groei werd gemeten, of waarin de werkloosheid sterk daalde terwijl de telling van het bbp een langdurige recessie aangaf.

Zo slecht is het bbp dus ook weer niet. Zoals de Amerikanen plegen te zeggen: als iets niet stuk is, moet je het ook niet repareren. Daarom lijkt de tweede keuze vooralsnog beter: het internationaal overeenkomen van een welzijnsmetgezel voor de gevestigde welvaartsmeter. Zolang das Fressen in het grootste deel van de wereld nog eerder komt dan die Moral, is het beter om ze voorlopig nog statistisch uit elkaar te houden. Want beperkt als het is, het bbp kan beter niet te snel met het badwater worden weggegooid.