De bouw moet radicaal anders

Het grootschalige, van bovenaf bepaalde bouwproject is passé. De crisis dwingt de bouw om de bewoners erbij te betrekken.

Artistieke impressie van woning- en winkelcomplex De Oriënt voor Hindoestaanse Nederlanders in de Haagse Transvaalbuurt. Design: Molenaar & Van Winden architecten / WAM architecten
Artistieke impressie van woning- en winkelcomplex De Oriënt voor Hindoestaanse Nederlanders in de Haagse Transvaalbuurt. Design: Molenaar & Van Winden architecten / WAM architecten

Het is geen toeval dat het manifest De Spontane Stad van Urhahn Urban Design juist nu, midden in de bouwcrisis, verschijnt. De crisis – 25.000 woningen minder per jaar en een ontslaggolf bij projectontwikkelaars, aannemers en architectenbureaus – heeft een gevoel versterkt dat al langer bij velen sluimert: het moet radicaal anders in de woning- en stedenbouw.

De Spontane Stad, dat behalve het manifest ook beschouwingen en praktijkvoorbeelden omvat, is een pleidooi voor een „nieuw systeem” in de stedenbouw. De tijd van de grootschalige bouwprojecten in de weilanden is voorbij, zo is de boodschap, kleinschalig bouwen in de bestaande stad met een grote inbreng van de gebruikers heeft de toekomst (zie inzet).

Job van Zomeren, directeur van ERA Contour, heeft een bijdrage geleverd aan De Spontane Stad. Het ontwikkelings- en bouwbedrijf, met een verleden van decennia en in vakkringen bekend van de ERA-flats, werkte al voordat het manifest uitkwam volgens de principes van De Spontane Stad. Hierdoor heeft ERA Contour, anders dan de meeste projectontwikkelaars, nauwelijks last van de crisis in de bouw, zegt Van Zomeren in zijn kantoor in Zoetermeer.

Van Zomeren: „We hebben bijna geen projecten die zijn stopgezet of afgeblazen. Los van alle drama’s van mensen om ons heen die door werkloosheid worden getroffen, vind ik deze crisisjaren een wereldtijd. Het gaat heel anders worden in de woningbouw. De crisis brengt niet alleen het einde van de dominantie van de grootschalige bouwindustrie, maar ook van de topdownbenadering. Ook zal de smaak van architecten die ze tijdens hun opleiding hebben aangeleerd, niet meer overheersend zijn in de architectuur.”

Dat ERA Contour weinig last heeft van de crisis, komt doordat het bedrijf het karakter heeft van een familiebedrijf, denkt Van Zomeren. „Familiebedrijven zijn niet in handen van handelaren in aandelen. Daarom zijn ze meer gericht op de lange termijn”, legt hij uit. „Ze komen relatief goed door de crisis heen, doordat ze hun klanten heel goed kennen en steeds inspelen op hun wensen.”

Voor Van Zomeren is betrokkenheid van de consument bij de bouw dan ook niet iets van de laatste jaren. Al in 1995 ging ERA in zee met de architect Carel Weeber, de pleitbezorger van het Wilde Wonen, dat als uitgangspunt heeft, dat iedereen die dat wil zijn eigen huis moet kunnen bouwen.

De beginselen van De Spontane Stad heeft ERA Contour zich eigen gemaakt in de stedelijke vernieuwing. „Wij zijn al twintig jaar geleden begonnen met het bouwen in herstructureringswijken”, zegt Van Zomeren. „Dit zijn de gebieden waar het al jaren crisis is, alles gaat hier op het scherp van de snede. Het bouwen van huurwoningen en grote koopwoningen voor wijkbewoners die zich een koopwoning kunnen permitteren, gaat nog wel. Echt moeilijk wordt het als je koopwoningen moet bouwen voor middenklassers van buiten de wijk. Dan moet je precies weten wat ze willen en dat voor ze maken. Anders gaan ze niet in zo’n wijk wonen.”

Een bekend herstructureringsproject van ERA Contour (samen met de corporaties Com Wonen en Woonbron) is Le Medi in Bospolder-Tussendijken in Rotterdam. Le Medi begon op initiatief van Hassani Idrissi, Rotterdammer van Marokkaanse afkomst. Hij wilde dat de verschillende culturen in Rotterdam ook in de architectuur zichtbaar werden.

„Wij vonden Bospolder-Tussendijken heel geschikt voor een dergelijk project”, vertelt Van Zomeren. „Van begin af aan hebben we geïnteresseerden erbij betrokken. Via internet hebben we 300 mogelijke kopers voor Le Medi gevonden. Voor de architect echt ging ontwerpen, gingen we via enquêtes en panels na wat die wilden.

„Op basis van de uitkomsten ontwierpen Geurst & Schulze architecten een ‘mediterraan’ complex met hofjes. Mensen van buiten de wijk willen wel in het drukke Bospolder-Tussendijken wonen als ze een eigen rustig terrein te midden van het stadsgedruis hebben. Ook het mediterrane karakter van het project trok ze over de streep.”

Toch ziet Van Zomeren ook een andere reactie van bouwers op de crisis. „Bij veel bouwers zie je nu een vlucht in de techniek als antwoord, een terugkeer naar heel efficiënte woningen. Dat is een herhaling van de truc van de bouwers in de vorige grote woningcrisis, in de jaren tachtig. En het is waar: het is een manier om de bouw weer goedkoper te krijgen, wij leren daar ook veel van. Maar het levert geen duurzame verandering van de bouwsector op. Voor duurzaamheid moet het bouwproces worden omgedraaid. De techniek moet volgend zijn. We moeten maatwerk leveren, de gebruikers erbij betrekken en iedereen die iets wil laten bouwen faciliteren en begeleiden. ‘De consument als co-producent’, noemen we dat.”

Zo is ERA Contour ook te werk gegaan bij De Oriënt, een groot woning- en winkelcomplex in de Haagse Transvaalbuurt, waarvan de bouw midden in de crisis begon. De Oriënt is bedoeld voor de Hindoestaanse Nederlanders.

„Den Haag heeft na Londen de grootste Hindoestaanse gemeenschap in Europa”, legt Van Zomeren uit. „Toen er een nieuw blok woningen moest komen, stelden we vast dat veel Hindoestanen wel een winkel of onderneming hebben in Transvaal, maar daar niet wonen. Terwijl er de laatste tien jaar toch veel nieuwbouwwoningen zijn gebouwd. We hebben ze toen gevraagd hoe de woningen moesten worden om ze in Transvaal te laten wonen. Dat leverde heel interessante inzichten op. Veel Hindoestanen hebben bijvoorbeeld niets met tuinen. En ze willen op de begane grond ook geen glas van onder tot boven.”

Ook bleek uit het onderziek dat de toekomstige gebruikers trots willen zijn op hun gebouw. ‘Trots als een pauw’ werd daarom het ‘beeld’ voor De Oriënt. WAM architecten maakten er een Haags woningblok met veel soorten verschillende woningen van, voorzien van oriëntaalse ornamenten.

„Het is niet het soort architectuur waar veel architectuurcritici hard voor zullen klappen”, zegt Van Zomeren. „Maar het zorgt wel voor een duidelijke identiteit van het gebouw; gebruikers zijn trots om erin te wonen. Architecten zullen hun talenten meer moeten gebruiken om de smaak van de gebruikers vorm te geven.”

Door de crisis krijgt de gebruiker eindelijk de aandacht die hij verdient, denkt Van Zomeren. „Dat brengt met zich mee dat de projectontwikkelaar een andere rol krijgt dan nu gemiddeld het geval is. Je moet veel verschillende partijen bij elkaar brengen, je moet uitvinden wat ze willen, hun belangen afwegen, met ze samenwerken en voor iedere betrokkene maatwerk leveren. Dat vraagt een ander soort ontwikkelaar: iemand met maatschappelijke betrokkenheid, die het leuk vindt om op een zeepkist in de wijk te staan.”