Crucifixen in de klaslokalen, adoptie, verbod op kraken...

Het Europese Hof voor de Mensenrechten is ooit opgericht om schending van mensenrechten te voorkomen.

Daar moet het zich dan ook mee bezighouden.

De Britse, pragmatisch-conservatieve denktank Policy Exchange publiceerde op 7 februari een dik rapport waarin werd geconcludeerd dat het Hof voor de Mensenrechten in Straatsburg veel te veel macht naar zich toe trekt en steeds vaker op niet-fundamentele thema’s inbreekt in de nationale regelgeving. In het rapport wordt het Hof opgeroepen zijn koers te wijzigen. Als het dat niet doet, moet het Verenigd Koninkrijk overwegen om zich eruit terug te trekken. De gezaghebbende Britse jurist Lord Hoffmann beaamt dat. Volgens hem heeft het Hof zichzelf „een buitengewone bevoegdheid toegekend tot micromanagement van de rechtssystemen van de lidstaten”. Op de voorstellen van Policy Exchange reageerde hij aldus: „it’s worth a try”.

Drie dagen later was er een debat in het Britse Lagerhuis over het Straatsburgse Hof, dat meende dat een verbod om te stemmen voor gevangenen in strijd was met de mensenrechten. Een grote meerderheid van de MP’s bleek van mening dat dit verbod om te stemmen, tegen de wil van Straatsburg, toch moest worden gehandhaafd. Eerder zei David Cameron zelfs dat afschaffing van het verbod hem „fysiek ziek” zou maken.

Belangrijker nog dan deze casus inzake stemrecht voor gevangenen is voor de Engelsen de principekwestie. Steeds meer zaken van nationale voorkeur verklaart het Hof tot ‘universele mensenrechten’. Zo schreef het conservatieve weekblad The Spectator dat „het parlement zijn eigen soevereiniteit moet verdedigen – desnoods door ons terug te trekken uit de rechtspraak van het Europees Hof – of het wordt gereduceerd tot irrelevantie”. Lagerhuislid Dominic Raab verwoordde het tijdens het debat in het Lagerhuis als volgt: „Tot hier en niet verder. Het is tijd dat we een heldere boodschap brengen: dit Huis bepaalt of gevangenen mogen stemmen. Dit Huis bepaalt de wetten van het land.”

The Daily Telegraph, The Sun, en Daily Mail voeren campagne tegen het Straatsburgse Hof.

In Nederland wordt het Hof meestal verdedigd met een beroep op ‘de rechtsstaat’, die ‘de democratie’ op nationaal niveau in balans dient te houden. Dat is een misvatting. Het is geenszins intrinsiek aan ‘de rechtsstaat’ dat anonieme rechters alle bestaande wetten en regelgeving buiten werking zouden mogen verklaren. Een rechtsstaat is niets meer dan een staat die gebonden is aan 1. dezelfde regels als zijn burgers; 2. aan wettelijke procedures voor het aanpassen van die regels, en 3. aan een onafhankelijke rechterlijke macht die deze regels toepast. Met of zonder grondwettelijke toetsing kun je een degelijke rechtsstaat hebben.

Grondwettelijke toetsing wordt daarnaast verdedigd als een manier om minderheden tegen de meerderheid te beschermen. Waar men het woord ‘rechtsstaat’ gebruikt, bedoelt men dan in feite ‘rechtersstaat’. Maar wie garandeert dat rechters rechtvaardige beslissingen nemen?

Zoals het parlement kan ontsporen, kan de rechterlijke macht dat ook. Alle macht corrumpeert. Met dát verschil, dat je het parlement weg kunt stemmen na vier jaar wanbeleid, en rechters niet. Voor het oerprobleem van de politiek, namelijk wie de bewakers bewaakt, bestaat geen ready made oplossing in de vorm van een supranationaal Hof.

NRC Handelsblad schreef afgelopen vrijdag dat ‘fundamentele mensenrechten niet à la carte [kunnen] worden vastgesteld. Het einde zou letterlijk zoek zijn’. Precies dat is echter wat we het Hof de afgelopen decennia hebben zien doen. ‘A la carte’ heeft het Hof de betekenis van het verdrag opgerekt. En inderdaad, het einde is inmiddels volledig zoek. Van kinderadoptie tot politieverhoor, van huiszoekingen tot ontruiming van krakers, van immigratie en asielbeleid tot crucifixen in klaslokalen – met een wachtlijst van 140.000 zaken is het Europees Hof in Straatsburg elk gevoel voor proportie kwijt.

In landen als Rusland, Turkije en Azerbajdzjan zijn vrije verkiezingen, een eerlijk proces en habeas corpus (geen gevangenschap zonder rechter) nog altijd niet vanzelfsprekend. Het is met het oog op dit soort – waarlijk – fundamentele zaken dat het Hof in Straatsburg is opgericht. Daar zou het zich dan ook mee moeten bezighouden. Juist voor het Hof is het van het grootste belang dat ‘mensenrechtenschending’ een zeer zware kwalificatie blijft, die niet te pas en te onpas wordt gebruikt. Hoe meer het zijn tentakels uitstrekt naar nationale kwesties die daar niets mee te maken hebben, des te zwakker wordt zijn legitimiteit.

Thierry Baudet (1983) is jurist en historicus. Aan de Universiteit Leiden doet hij promotieonderzoek naar nationale soevereiniteit.