Anti-Duits sentiment luwt weer

De boosheid over de coup van Merkel en Sarkozy in de eurocrisis ebt weg uit het euro-overlegcircuit. Goed gemanagede woede kan constructief werken aan het begin van het proces.

De Zweedse minister van Financiën Borg (met staart) zoent zijn Spaanse collega Salgado bij aanvang van de vergadering gisteren. Foto AFP Luxembourg Finance Minister Luc Frieden (L), Spanish Finance Minister Elena Salgado (C) and Swedish Finance Minister Anders Borg arrive on Febuary 15, 2011 for an Economy and Finance Council meeting at EU headquarters in Brussels to decide on Egypt's request to freeze the assets of ousted President Hosni Mubarak's henchmen, and consider French proposals for a web of investment across the Arab world. AFP PHOTO / GEORGES GOBET
De Zweedse minister van Financiën Borg (met staart) zoent zijn Spaanse collega Salgado bij aanvang van de vergadering gisteren. Foto AFP Luxembourg Finance Minister Luc Frieden (L), Spanish Finance Minister Elena Salgado (C) and Swedish Finance Minister Anders Borg arrive on Febuary 15, 2011 for an Economy and Finance Council meeting at EU headquarters in Brussels to decide on Egypt's request to freeze the assets of ousted President Hosni Mubarak's henchmen, and consider French proposals for a web of investment across the Arab world. AFP PHOTO / GEORGES GOBET AFP

Op 4 februari, tijdens een Brusselse lunch, gingen Europese regeringsleiders nog tekeer tegen de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Dat Duitsland en Frankrijk een plan voor een Europese economische regering hadden uitgedokterd, riekte naar een dictaat van de twee grootste landen. Dat de rest dat uit de krant moest halen, was de druppel. Wat voor soort Europa was dit, waarin het recht van de sterkste weer geldt?

Maar ziet: gisteravond leek de lucht alweer opgeklaard. Tijdens hun eerste vergadering sinds de explosie van tien dagen geleden, bespraken de ministers van Financien van de eurolanden het vermaledijde Frans-Duitse ‘zespuntenplan’ alsof er weinig aan de hand was. „Alles ligt op tafel”, verzekerde een diplomaat. Van anti-Duitse sentimenten was weinig meer te merken. De ministers boekten nog vooruitgang ook, al wilde niemand zeggen op welke punten.

Zo gaat het vaker. Om de euro te redden, moeten eurolanden hun financieel-economische beleid harmoniseren. Zij verzetten zich lang: belastingen zijn nationaal, dus „ons uitgavenbeleid gaat Brussel niets aan”. Maar de constante aanvallen van investeerders op de euro laten hen geen keus. Griekenland en Ierland gingen onderuit, Portugal wankelt. De rot moet stoppen. Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy hebben teveel aanvaringen gehad met de Europese Commissie om haar, zoals vroeger, plannenmakerij over meer Europese samenwerking toe te vertrouwen. Ze zijn zelf achter het stuur gekropen. Dat dit de anderen irriteert, is logisch: zij worden per definitie gepasseerd.

Ook midden oktober waren velen witheet, toen Duitsland en Frankrijk in Deauville een akkoord aankondigden over veranderingen in het Stabiliteitspact (regels om de euro stabiel te houden). Daarna volgde een Europese top, waar expres ruimte was ingebouwd voor ‘stoom afblazen’. Toen iedereen uitgeklaagd was, werd er rustig vergaderd over die veranderingen in het Pact. Hetzelfde gebeurt nu. Het gewraakte zespuntenplan blijkt niet zo extreem. „Het proces had beter gekund”, zei minister Jan Kees de Jager gisteravond. „Maar er zitten goede elementen in dat plan.”

Het plan pleit voor vergelijkbare winstbelasting voor bedrijven in alle eurolanden, verhoging van pensioengerechtigde leeftijden, loslaten van de koppeling van lonen aan inflatie, wederzijdse erkenning van diploma’s en een grondwettelijke ‘rem’ op staatsschuld. Als alle landen meewerken, is Duitsland bereid een permanent reddingsfonds op te richten (in 2013). Duitsland is hoofdfinancier van zo’n fonds met 500 miljard euro aan garanties erin. Eind maart, beloofden de regeringsleiders in december, is alles beslist. Sindsdien houden de markten zich gedeisd. „Regeringen snappen eindelijk wat de euro nodig heeft”, zei Citibank-econoom Willem Buiter vorige week. „Ze moeten eind maart wel met een bazooka komen, anders breekt de hel weer los.”

Het bleek gisteren niet de bedoeling dat alle landen dezelfde pensioenleeftijd als Duitsland hanteren. De Fransen moeten daar zèlf niet aan denken. Zij benadrukten dat in elk land andere maatregelen nodig heeft om competitief te zijn. „Hier komen we wel uit”, zei minister Christine Lagarde gisteren. Maar voor eind maart moeten de eurolanden méér harde noten kraken. Over het vergroten van het tijdelijke noodfonds, tot 2013. Over sancties voor overtreders van het Pact. Over lagere rente op de leningen aan Griekenland en Ierland. Het is één groot pakket. Elk land heeft andere eisen, andere taboes. Noord staat tegenover Zuid, AAA-landen tegenover landen met lagere ratings, enzovoort. Dit gladstrijken, daar is Europa voor. Uitbarstingen horen bij dit ingewikkelde proces. De bedaardheid waarmee ministers gisteren vergaderden, toont aan dat woede, mits goed gemanaged, constructief kan zijn. Een diplomaat bevestigt dat „explosies beter aan het begin van de onderhandelingen kunnen komen dan aan het eind. Aan het begin is het constructief. Aan het eind zijn ze destructiever. Dan heb je vlak voor de deadline niets meer.”