Alleen om mensen te laten zien hoe mooi hun dorp is

Nauwgezet brengt architect Andreas Brandt dorpsleven over de hele wereld in kaart. Schetsen uit innerlijke noodzaak.

Andreas Brandt is mijn overbuurman. Hij is 73 jaar, een gepensioneerde architect die voor mij de verpersoonlijking is van het begrip deutsche Kulturnation: het Duitsland van de beschaving, de kunsten en de cultuur. Dat klinkt hoogdravend en juist dat woord is niet van toepassing op mijn buurman. Hij is een bescheiden mens; het tegenovergestelde van een dikdoener. De door hem ontworpen woningen en gebouwen zien er ook niet hoogdravend uit. Ze ogen dienstbaar aan de gebruiker, dringen zich niet op en zijn van een tijdloze elegantie.

Maar om zijn gebouwen gaat het hier niet. Andreas Brandt heeft zich de laatste tien jaar nauwelijks beziggehouden met architectuur in de gebruikelijke zin van het woord. Hij is met potlood, meetlint en een eenvoudig fototoestel op zoek gegaan naar, zoals hij het zelf noemt, „dorpen in de wereld die verdwijnen”. Zijn zoektocht bracht hem tussen 2000 en 2009 in Nepal, Vietnam, Orissa (India) en Mongolië. Daar, op de meest afgelegen plekken, bracht hij de traditionele en eeuwenoude architectuur in kaart van de lokale bewoners. Hij woonde bij ze, sprak en at met ze; leefde kortom zoals zij. Maandenlang noteerde hij minutieus de maten van hun huizen, voorraadschuren, tempels en van de wegen in hun dorpen. Hij ging op berghellingen zitten en maakte schetsen van het landschap. Dit alles met als doel om vast te leggen wat geen mens eerder heeft gedaan en wat misschien zo nooit meer zal gebeuren: het in beeld brengen van een autochtone beschaving op de rand van een nieuwe tijd, tot aanpassing gedoemd.

Terug in Berlijn begon hij z’n schetsen en maten over te zetten op grote vellen papier. Zonder computer – alles met de hand. Zijn instrumenten waren pen, Oost-Indische inkt, mesjes om fouten weg te krabben, potlood en vlakgom en „heel veel verse kleurpotloden”. Na een monnikenwerk van maanden was een nauwgezette weergave ontstaan van, bijvoorbeeld, het dorp Kuru in het district Bajura in West-Nepal. Op de plattegrond die Brandt van dit gehucht heeft gemaakt, is een vijftiental huizen te zien. De tekenaar heeft erbij genoteerd: „Twee huistypen zijn bepalend voor de dorpen in dit dal. In november steken de wegen en open plekken okerkleurig af. De dorsplaatsen zijn roodbruin, de korenvelden lichten geel op.”

Op een volgende plaat is een lengtedoorsnede van een traditionele woning te zien, „vijf meter breed en bestaande uit metselwerk van natuursteen”. Het blad daarna toont een dwarsdoorsnede van dit huis, met een stal voor het vee en woon- en voorraadkamers. Alles voorzien van de precieze maten en technisch knap getekend.

Het werk van Andreas Brandt is nu verzameld in het prachtig vormgegeven boek Haus und Landschaft in Asien (Alpheus Verlag), dat binnenkort in Berlijn wordt gepubliceerd. Het is een boek over een wereld die verdwijnt, van een auteur die naar huidige maatstaven zelf eigenlijk ook niet meer in deze tijd hoort. Hij past in de beste Duitse cultuurtraditie van dingen maken, scheppen, zonder commerciële aandrang; alleen gedreven door innerlijke noodzaak. Hoe kom je anders op het idee om naar het dorp Die Ba Na in het centrale hoogland van Vietnam te gaan, om daar de hoogte en doorsnee van het lokale mannenhuis op te meten?

Brandt heeft nu lang genoeg in zijn Berlijnse woning zitten tekenen. Afgelopen najaar is hij met een nieuw project begonnen. Binnenkort reist hij naar Lindoso, in het noorden van Portugal. Daar brengt hij eeuwenoude graanschuren in kaart, „zodat de mensen zich realiseren hoe mooi hun dorp is”.