Adviseur voor Rosenthal zéér parttime

Buitenlandse Zaken wil alleen in heel bijzondere gevallen volkenrechtelijk advies. En dat lost de problemen niet op.

Oorlog over een oorlog. Zo kan de stemming op het ministerie van Buitenlandse Zaken in de jaren 2002 en 2003 worden omschreven. Aan de ene kant was er de Atlantisch georiënteerde directie Politieke Zaken die vond dat de Amerikanen gesteund moesten worden in hun streven het bewind van Saddam Hussein desnoods met geweld op de knieën te dwingen. Aan de andere kant, lager in de departementale hiërarchie, bevond zich de directie Juridische Zaken die stelde dat zoiets niet kon zonder resolutie van de Verenigde Naties. Deze afdeling verloor de strijd, maar kreeg zeven jaar later alsnog gelijk toen een onderzoekscommissie concludeerde dat de militaire actie tegen Irak een adequaat volkenrechtelijk mandaat ontbeerde.

De commissie-Davids publiceerde vorig jaar januari een lijvig rapport over de besluitvorming in Nederland rond de op 20 maart 2003 begonnen invasie van Irak. De onderzoekers betitelden de controverse op het ministerie van Buitenlandse Zaken als „hoogst ongelukkig”. Om dit in de toekomst te voorkomen zou de tot 1998 bestaande positie van een volkenrechtelijk adviseur binnen het departement moeten worden hersteld,vond de commissie.

Het was een aanbeveling waar het toenmalige kabinet-Balkenende zich onder het motto ‘geleerde lessen’ geheel achter schaarde. „Ik hecht eraan hier te onderstrepen dat de minister van Buitenlandse Zaken, ik dus, een aparte positie van volkenrechtelijk adviseur op zijn ministerie zal aanstellen”, zei toenmalig minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken in het Kamerdebat over het rapport.

Uit een advertentie in het Nederlands Juristenblad blijkt dat het ministerie nu zoekt naar een totaal ander persoon: iemand die gemiddeld twee keer per jaar een advies opstelt over „actuele aspecten van het buitenlands beleid als belangrijke volkenrechtelijke vraagstukken in het geding zijn”. De werklast wordt geschat op vijf dagen per advies. In totaal dus tien dagen per jaar.

Dat is niet wat de commissie-Davids voor ogen stond. Die stelde dat een „gedegen inbreng van volkenrechtelijke adviezen” op het departement „gewaarborgd” diende te zijn. Vandaar het voorstel voor een volkenrechtelijk adviseur met organisatorisch een onafhankelijke positie binnen het departement. Ook hiermee ging minister Verhagen vorig jaar akkoord.

Volgens de Leidse hoogleraar volkenrecht Nico Schrijver, lid van de nu opgeheven commissie-Davids, strookt de invulling die het huidige kabinet aan de functie geeft niet met de aanbeveling van vorig jaar. „Dit is opmerkelijk en teleurstellend”, zegt hij. De wens van de commissie was dat adviezen van invloed zouden kunnen zijn op de discussies in de ambtelijke top. Daarnaast zouden deze kunnen doorwerken naar andere ministeries, zoals die van Algemene Zaken en Defensie. Ook zou de deskundige op eigen initiatief met adviezen moeten kunnen komen.

Schrijver kan zich „goed indenken” dat als de adviseur al had bestaan, deze betrokken zou zijn geweest bij de voorbereiding van het kabinetsbesluit een politiemissie naar het Afghaanse Kunduz te sturen. Maar ook acht hij het mogelijk dat de adviseur zijn licht zou hebben laten schijnen over de controverse tussen Nederland en Iran over de ter dood veroordeelde Zahra Bahrami. Schrijver: „Er waren hier diverse zaken in het geding, zoals stille diplomatie en mensenrechten. Hadden de VN ingeschakeld kunnen worden? Dat soort vragen speelden.”

De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal (VVD), maakt met de wel zeer part time aan te stellen volkenrechtelijk adviseur een andere keuze. Zijn redenatie is dat de op zijn ministerie aanwezige afdeling internationaal recht kan zorgen voor de dagelijkse volkenrechtelijke advisering. De adviseur is er daarentegen voor zeer bijzondere gevallen. Daarmee blijft de bestaande structuur op het ministerie van Buitenlandse Zaken, zonder speciale plek voor de volkenrechtelijk adviseur bestaan. En daar lag volgens de commissie-Davids nu juist het probleem.