850 miljoen euro op een grasveld

Vanavond begint de knock-outfase van de Champions League. Rijke clubs uit grote voetballanden domineren het toernooi al jaren.

850 miljoen euro op een grasveld van 105 bij 68 meter. De boekhouders van Europese voetbalclubs zullen morgenavond watertanden tijdens de wedstrijd tussen Arsenal en Barcelona. De spelersgroep van de Engelse club is zo’n 308 miljoen euro waard, die van de Spaanse zelfs 541,6 miljoen.

In totaal zijn de selecties van de zestien clubs die de komende weken de achtste finales van de Champions League spelen ongeveer 4,4 miljard euro waard, blijkt uit transfergegevens die de Duitse website transfermarkt.de bijhoudt. De jaarbegroting van de gemeente Rotterdam heeft eenzelfde omvang. Vanavond worden de eerste twee wedstrijden gespeeld: AC Milan-Tottenham Hotspur en Valencia-Schalke 04.

FC Kopenhagen en het Oekraïense Sjachtar Donetsk zijn dit jaar de enige twee ploegen die zijn doorgedrongen tot de eliteclub die na de winterstop traditiegetrouw de dienst uitmaakt in de Champions League. De overige veertien ploegen komen weer gewoon uit Engeland (Manchester United, Tottenham, Arsenal en Chelsea) Spanje (Real Madrid, Valencia, Barcelona), Italië (AS Roma, Inter, AC Milan) Duitsland (Bayern München en Schalke 04) of Frankrijk (Olympique Lyon en Olympique Marseille).

Vorig jaar bereikte CSKA Moskou zelfs de kwartfinales, maar kwam ook niet verder. De afgelopen vijf jaar werden de halve finales van de Champions League alleen gespeeld door clubs uit de vijf grote voetballanden. PSV was in 2005 de laatste uitzondering.

De beste zestien clubs van Europa hebben voor het bereiken van de achtste finales 3 miljoen euro van de Europese voetbalbond UEFA gekregen. De acht ploegen die doordringen tot de kwartfinales krijgen nog eens dat bedrag op hun rekening gestort. In totaal keert de UEFA dit seizoen 417,5 miljoen euro uit aan winstpremies.

Daarnaast delen de clubs in de tv-gelden. De hoogte van het bedrag dat door de UEFA wordt overgemaakt, is afhankelijk van de prijs die zenders in hun thuisland hebben betaald om de duels uit te zenden. De Engelse clubs, waarvan de fans dure abonnementen op betaal-tv afsluiten, zijn als gevolg hiervan al jaren de grootverdieners in de Champions League. Vorig jaar kreeg Liverpool, dat al in de eerste ronde werd uitgeschakeld, bijvoorbeeld 8 miljoen euro meer uitgekeerd dan kwartfinalist CSKA Moskou. De verdeelsleutel, die is afgedwongen door de rijke clubs, versterkt de dominantie van de grote voetballanden.

Desondanks speelde Real Madrid zes jaar geleden voor het laatst een kwartfinaleduel. En het naar succes smachtende Chelsea kocht deze winter voor bijna 60 miljoen euro Fernando Torres van Liverpool. Chelsea speelt volgende week dinsdag tegen FC Kopenhagen, waarvan alle spelers samen 41,6 miljoen euro waard zijn.