Van de sul, de goedgebekte diva en het geplette hondje

Cover van het boek King : Een komedie van Aat Ceelen
Cover van het boek King : Een komedie van Aat Ceelen

Aat Ceelen: King. Een komedie. Nieuw Amsterdam, 191 blz. € 16,50***

Eens in de paar jaar publiceert acteur en regisseur Aat Ceelen een roman of een bundel korte verhalen. Daar valt zijn achtergrond als theatermaker altijd duidelijk in te herkennen. Ceelen werkt samen met Alex van Warmerdam en in zijn romans en verhalen heerst een met Van Warmerdam vergelijkbare voorliefde voor zwart-komische mistroostigheid en absurdistisch realisme.

Ook in Ceelens nieuwe korte roman King is het theater nooit ver te zoeken. Hoofdpersoon King is een onverbeterlijke kluns van zestig, vrij omvangrijk van gestalte bovendien, en zijn eindeloze struikel- en valpartijen worden slapstickachtig uitgemeten. Het gat van kwaad tot erger: in het park vlakbij zijn huis raakt zijn voet klem in een hekje, of hij belandt languit op de grond in de bosjes, waar zijn hand in een vers gelegde hondenhoop terecht komt. Die probeert hij dan weer schoon te krijgen door te graven in aarde, waarna hij erachter komt dat een dierbare ring van zijn vinger is gegleden. Enzovoorts.

Het is allemaal functionele onhandigheid: het verhaal van King draait om de ontmoeting tussen deze smoezelige vrijgezel en zijn ogenschijnlijke tegenpool: de smaakvol geklede diva-op-leeftijd Annie, die elke dag haar hondje uitlaat in het park. Nadat King op onnavolgbare wijze het arme beestje tot twee keer toe heeft geplet, zonder fatale gevolgen, probeert hij de goedgebekte Annie te ontlopen, uit angst dat zij hem nogmaals de huid vol scheldt. Er volgen nieuwe struikelpartijen in de bosjes, waar Annie en haar hondje hem uiteindelijk uitgeblust op de grond liggend aantreffen. Het leidt tot een romance met gezellig scherp gekift.

Aat Ceelens boeken worden vooral gewaardeerd om het vindingrijke taalgebruik. Toch leunt de pretentieloze romantische komedie die King is wel degelijk grotendeels op de hoofdpersoon. Het is allemaal geen hogere psychologie: King is het type ruwe bolster, blanke pit, die opmerkingen maakt als ‘krijg nou de blafschurft’. Na zijn ontmoeting met Annie laat hij zonder al te veel strubbelingen zijn vastgeroeste gewoonten los omwille van de liefde.

Prachtig is de scène waarin King zijn wekelijkse avondje houdt met de ‘Rotterdamse Bach Vereniging’: vier mannen op leeftijd die met de versterker op tien als wilde pubers tekeergaan op cantates en orgelconcerten, onder het genot van bitterballen en veel alcohol, tot ze aan het eind van de avond met ‘drankverhitte koppen driftig mee orgelen in weidse gebaren’ onder het luidkeels schreeuwen van ‘Bach, Bach!’.

King is een stuk luchtiger en conventioneler dan Ceelens eerdere werk. Dat kun je vergelijken doordat er aan het eind van het boekvijf korte verhalen uit eerdere bundels zijn toegevoegd. Dat riekt naar bladvulling, maar de verhalen zijn een herdruk waard. Ze tonen bovendien dat Ceelens talige experimenteerzucht af en toe best vervelend kan zijn. Al met al steekt King gunstig af bij deze ‘best of’-selectie en dat heeft te maken met de personages, die hier beter getypeerd zijn en veel meer uitnodigen om mee te leven. Zonder dat het al te diepzinnig wordt: je hoopt op een happy ending, en die krijg je ook.

Ewoud Kieft