Nieuwe laag verf voor het Tahrirplein

Na het feest van het vertrek van Mubarak is het Tahrirplein schoongemaakt en opgepoetst. Bij sommigen heersen wel zorgen over het leger.

Het grootste gevaar op het Tahrirplein gisteren waren de agressieve taxichauffeurs die zich een weg probeerden te banen door de menigte. Twee dagen na het vertrek van president Hosni Mubarak op vrijdagavond is het Egyptische plein waar gedurende 18 dagen geschiedenis werd geschreven gisteren opnieuw opengesteld voor het chaotische verkeer.

’s Ochtends hadden soldaten van de militaire politie het tentenkamp op het Tahrirplein met geweld opgebroken. Ze trokken tenten en plastic zeilen omver en maanden de resterende betogers aan om te vertrekken. Op een paar schermutselingen na verliep dat zonder veel verzet van de zijde van de demonstranten.

Onmiddellijk daarna werd het plein in bezit genomen door een legertje van vrijwillige schoonmaakploegen, voor het grootste deel scholieren. Gewapend met kwasten en verfpotten begonnen zij de stoepranden en metro-ingangen van een nieuwe laag verf te voorzien. Enkele jongens klommen op het standbeeld van de 18de-eeuwse verzetsstrijder Omar Makram om het op te poetsen. Zelfs de klinkers waarmee de betogers het Tahrirplein hebben verdedigd, zijn zo goed en zo kwaad mogelijk teruggelegd waar ze werden opgebroken.

„Wij willen ons land schoonmaken”, zegt de 20-jarige Noor Mohammed. „We willen de wereld tonen dat wij klaar zijn om mee te helpen aan de heropbouw. We hopen dat als mensen zien dat wij dit vrijwillig doen ze straks ook zorgvuldiger gaan omspringen met hun omgeving.”

Niemand heeft hun gevraagd om naar hier te komen, zegt de 17-jarige Aytam Khaled. „Het is spontaan gegroeid op Facebook. Het gebeurt niet alleen op het Tahrirplein maar een beetje overal in Kairo. Ik weet dat sommigen willen blijven tot al hun eisen zijn ingewilligd maar ik vind dat het nu tijd is om te beginnen met de heropbouw.”

Niet iedereen is daar gelukkig mee. Op de rotonde in het midden van het Tahrirplein staan nog een paar tenten overeind. In een ervan zit de 23-jarige Hani Khaled die vrijdag nog revolutionaire graffiti spoot op een overheidsgebouw hier in de buurt. Khaled wil helemaal nog niet weg van het Tahrirplein.

„De mensen die hier vandaag voor het eerst komen kijken, begrijpen gewoon niet hoe bijzonder het is wat hier de afgelopen weken is gebeurd”, zegt hij. „Mubarak is nog maar twee dagen weg. Waarom gunnen ze ons niet een beetje de tijd om waardig afscheid te nemen van Tahrir?”

Langs één kant van het plein staat nog een podium waar het leger nog enkele duizenden betogers tolereert. Velen onder hen zijn in verhitte discussies verwikkeld met omstanders die willen weten waarom zij zonodig moeten blijven.

Activist Kareem al-Behirey heeft zich helemaal in het zweet gewerkt om de mensen rondom hem te overtuigen, zonder veel resultaat.

„De mensen willen weten waarom wij niet willen vertrekken”, zegt Al-Behirey. „Het is simpel: wij willen niet dat Mubarak wordt vervangen door een dictatuur van het leger. We willen dat eerst de noodtoestand wordt opgeheven, dat alle politieke gevangenen worden vrijgelaten en dat er een regering wordt samengesteld met ten minste 70 procent vertegenwoordiging van de Egyptische burgers. Zodra ze dat doen, zullen we vertrekken.”

Hoogleraar politieke wetenschappen Mustafa Kamal al-Sayed van de Universiteit van Kairo geeft het leger het voordeel van de twijfel. „Ik denk dat ze zich gaan houden aan hun belofte om afstand te doen van de macht na vrije verkiezingen. Omdat zij een professionele instelling zijn en omdat ze weten dat de jongeren die Mubarak hebben verdreven opnieuw in opstand zullen komen mochten zij dat niet doen.”

We maken een „uniek moment in de Egyptische geschiedenis mee”, zegt Al-Sayed. „Decennialang zijn de Egyptenaren volgzaam en onderdanig geweest. Dat is voorbij. We zijn mondig geworden en er is een nieuwe politieke factor, de jongeren, die zich niet het zwijgen zullen laten opleggen.”

Een paar uur later kwam het leger voor een deel tegemoet aan de eisen van de betogers. Het parlement werd ontbonden en de grondwet werd opgeschort. De legerleiding beloofde ook dat zij voorlopig niet langer dan zes maanden aan de macht zal blijven in afwachting van het organiseren van vrije parlements- en presidentsverkiezingen.

Over het opheffen van de noodtoestand, die van kracht is sinds de moord op president Anwar Sadat in 1981, repte het leger met geen woord. In een eerdere mededeling had het leger wel beloofd dat de noodtoestand zal worden opgeheven „zodra de veiligheidssituatie dat toelaat”.

Een factor van onzekerheid is de dreiging van stakingen in verscheidene sectoren en de vraag hoe het leger daarmee zal omgaan. Onder andere het treinpersoneel is in staking. „Ik denk niet dat het leger geweld gaat gebruiken tegen de stakers”, zegt Al-Sayed. „Het zal van de ministeries afhangen hoe ze met stakingen omgaan. De staking in de banksector is bijvoorbeeld opgelost door de banken gewoon te sluiten op maandag en dinsdag.”