Emigreren is in, maar waarheen?

Bezoekers van de emigratiebeurs vinden Nederland te jachtig, vies, vol en verhard. Maar laat hun werkgever of personeel dat nog niet horen.

Het is een hal vol dromen. De emigratiebeurs. Elfduizend bezoekers kwamen afgelopen weekeinde naar een industrieterrein in Houten om zich te oriënteren op vertrek uit Nederland. Niet voor een vakantie of een wereldreis. Maar voor altijd.

Tussen crèmekleurige multiplex panelen laten tientallen landen zich van hun beste kant zien. Met kleurige posters van natuurschoon, lekkernijen en bezienswaardigheden. Opgewekte heren en vriendelijke dames vertellen over elk aspect van de landen die ze promoten. Ook Zeeuws-Vlaanderen was voor de vierde keer aanwezig om zich als buitenland binnen Nederland te presenteren.

De ene bezoeker heeft zijn droom verder uitgewerkt dan de ander. Ronald van Hijkoop staat klaar om met zijn vrouw en twee kinderen te vertrekken naar Zweden. Ze hebben zich uitgebreid georiënteerd en volgen een cursus Zweeds aan de Volksuniversiteit. Van Hijkoop wil alleen eerst zeker zijn van een baan. In Zweden is voor een hovenier minder werk dan in Nederland.

Freddy Blank (41) heeft een nog onbestemd emigratiegevoel, zegt hij. Hij werkte in een callcenter, tot hij kort geleden zijn baan kwijtraakte. Hij twijfelt nog of hij wel weg wil. En waar naartoe. Italië trekt hem, maar de taal lijkt hem lastig. Of Canada?

Nederland verlaten is in. Begin deze eeuw nam de emigratie sterk toe en bereikte in 2006 een piek, met 132 duizenden emigranten. In 2010 vertrokken 118 duizend mensen, toch weer zevenduizend meer dan het jaar ervoor. Bezoekers aan de beurs vertellen dat ze willen vertrekken omdat ze Nederland te druk en jachtig vinden. En te vies, lawaaierig en vol. Of ze vinden het leefklimaat „verhard”.

Sandra, een Nederlandse van Surinaamse afkomst, zou een onderneming willen opzetten in Suriname. Omdat ze haar omgeving daar nog niet over verteld heeft, wil ze niet met haar volledige naam in de krant. Ze vindt Nederland benauwd, onveilig, intolerant en gestresst. En duur. „Vroeger ging je naar Nederland voor een redelijk leven en wat luxe. Maar je salaris gaat naar de belastingdienst en schulden. Uitgaan is duur, dus een beetje ontspannen is er ook niet bij.”

Bij een van de stands over Suriname zijn ze verbaasd over de aandacht voor het land. Niet alleen van Nederlanders van Surinaamse afkomst, maar vooral van autochtone Nederlanders. Veel (jonge) ondernemers ruiken een kans, vertelt standhouder Siegfried Hanenberg. „Oké, je verdient minder in Suriname, maar het leven is goedkoper. In Suriname zijn minder regels. Het is lekker weer. En de taal hè, gewoon Nederlands.”

Naast jonge mensen zijn ook bezoekers van middelbare leeftijd goed vertegenwoordigd op de emigratiebeurs. Zo rond hun vijftigste maken mensen kennelijk de balans op. Wat wil ik nog verder? Ria en Guus, twee vrouwen van vijftig, hebben allebei een mooie baan in de gezondheidszorg. Maar ze willen liever in Portugal appartementen verhuren aan toeristen. „Als je nog iets wil, moet je het nu doen”, zegt Guus. „Als je wacht tot je zestig bent, ben je te laat.” Maar ze realiseren zich ook de risico’s van hun beslissing. Omdat de plannen op het werk nog niet bekend zijn, willen ze alleen met voornaam in de krant.

Meer bezoekers houden hun dromen van het buitenland geheim. Een ondernemer en zijn vrouw vertellen enthousiast over een mogelijke nieuwe start in Italië. Om vervolgens na een slapenloze nacht op te bellen. Hun verhaal mag niet in de krant, want de onderneming moet nog verkocht worden en het personeel weet van niks, leggen ze uit. En wie weet, blijft de droom altijd een droom.