De stemmen bij elkaar kleuren

Dirigent Risto Joost (1980) heeft grote plannen met Het Nederlands Kamerkoor.

„Ik had eigenlijk net besloten op te houden met het dirigeren van koren.”

Hij begint pas in september, maar nu al leidt Risto Joost het Nederlands Kamerkoor in een programma rondom Brahms en diens collectie oude muziek. „Toeval”, lacht hij. „Ik val in. Het gekke is dat ik eigenlijk net had besloten op te houden met het dirigeren van koren en met het zelf zingen als countertenor om me op orkestdirectie te richten. Maar dit was een te mooie kans om met een vast eigen ensemble te werken.”

Risto Joost (1980) is een perfectionist. „Zo zijn wij Esten: individualisten en perfectionisten”, zegt hij. „Kijk maar naar de sport. In teamsport stellen we niks voor.”

Dat de meeste koorleden van het Nederland Kamerkoor een generatie ouder zijn dan hij, weerhoudt hem niet van het geven van kritiek. Het treffen van een volmaakte zuiverheid blijkt lastig in Brahms’ Schaffe in mir Gott, ein reines Herz. „Mag het ietsje minder, eh, harig?” zegt hij. „De klank moet opener, met meer positieve liefde.” Een alt aarzelt: „Is het zo oké dan?” Joost glimlacht: „Probeer de stemmen nog meer bij elkaar te kleuren, als honing en melk die samenkomen.”

Het Nederlands Kamerkoor heeft er wel eens glorieuzer bijgestaan. De huidige vierjarige subsidie stopt in 2012, voor daarna is de positie – zoals voor alle podiumkunstenaars – onzeker. Daar komt bij dat veel van de vaste zangers niet meer de allerjongsten zijn, terwijl het concurrerend professioneel kamerkoor Cappella Amsterdam, dat opereert met minder dan een kwart van de subsidie, internationaal meer opzien baart.

„Natuurlijk verontrust de actuele situatie me”, zegt Joost. „Ter illustratie: in heel Groot-Brittannië is maar één professioneel gesubsidieerd kamerkoor. Het is lastig om de traditie te verdedigen. Het Nederlands Kamerkoor is een koor dat zich onder leiding van specialisten decennialang met vaste zangers heeft verdiept in zes eeuwen koormuziek. Het is een van de beste koren van Europa. Dat bouw je niet zomaar op, maar je breekt het af in een vingerknip.”

Joost heeft een half jaar geaarzeld over zijn aantreden in Amsterdam. „In Estland ben ik de vaste koordirigent bij de opera, en dirigeer ik ook hele producties. Maar omdat ik niet óók artistiek leider ben, blijft je invloed beperkt. Dat frustreert me wel eens. Ik denk dat ik hier, met een topensemble als dit, ervaring kan opdoen die me verder zal brengen.”

Hij noemt zichzelf een „meervoudig dirigent”. „Koordirigenten zijn vaak te sterk gericht op het woord”, vindt hij. „Bij orkesten creëer je de frasering vanuit het ritme. Die puur muzikale benadering kan ook in koormuziek heel goed werken, dus ik probeer beide benaderingen te combineren.”

Dat hij zelf nog steeds actief is als zanger, heeft ook enige invloed. Hij grijnst. „Hoe? Ik dirigeer eigenlijk gewoon zoals ik het als zanger wil horen. Vroeger zong ik alles voor, maar daarmee ben ik gestopt. Het is beter dat zangers snappen wat ik bedoel, dan dat ze me kopiëren.”

Met veel liefde praat Joost over zingen, het zangersvak. Zijn keuze voor het dirigeren is een verstandskwestie, beaamt hij. „Als dirigent kan ik meer verschil maken. Maar als zanger sta je dichter bij de muziek; daar maak je zelf de klank. Dat zal ik missen.”

Volgend jaar keert Joost als verse chef-dirigent terug voor vier programma’s, op de langere termijn verheugt hij zich op een nieuwe kameropera met een grote rol voor het koor. Zijn ambities zijn helder. „Op niveau blijven is gemakkelijk”, zegt hij. „Maar ik wil de klank van het Nederlands Kamerkoor in verschillend repertoire nog verder oppoetsen, opdat elke stijl echt anders klinkt.”

Uit de bibliotheek van Brahms, Het Nederlands Kamerkoor o.l.v. Risto Joost. Morgen in Arnhem, 16/2 Leeuwarden, 17/2 Amsterdam, 18/2 Utrecht, 19/2 Den Haag. Inl: nederlandskamerkoor.nl