'Waarom heb jij niet de partner die je wilt?'

Mr. Annelies Penning, de bekendste relatiebemiddelaar van Nederland, heeft weer volop cliënten. Mensen zijn teleurgesteld geraakt door oppervlakkig ‘daten’ via internet.

‘Ik werk niet voor mensen als ik geen kans van slagen zie.’

'Los die jeugdtrauma's op. Waarom zou je er een nieuwe liefde mee lastig vallen?'
'Los die jeugdtrauma's op. Waarom zou je er een nieuwe liefde mee lastig vallen?'

Ze was jong, blond, mooi en ze was rechter. Elk televisieprogramma wilde haar wel hebben, geen blad waar ze niet in stond, van Playboy tot het Reformatorisch Dagblad. Dat was 25 jaar geleden, toen mr. Annelies Penning haar eigen relatiebemiddelingsbureau begon. Ze groeide uit tot de bekendste relatiemakelaar van Nederland, en de succesvolste gemeten aan het aantal matches dat ze tot stand bracht, en ook het deftigste bureau. Advertenties uitsluitend in landelijke kwaliteitskranten, cliënten op hbo- of academisch werk- en denkniveau, liefhebbers van kunst en cultuur, een voorliefde voor reizen, wandelen en literatuur.

Annelies Penning is nu 60 jaar, zilvergrijs en verzorgd tot in de puntjes. Ze ontvangt in haar werkappartement in Rotterdam. Een kleine kamer, sober ingericht, is kantoor en spreekkamer. Aan de wand boeken over boeddhisme, natuurgeneeskunde, psychologie. Op de houten tafel een vaas roze rozen. Een paar jaar heeft ze wat minder relatiebemiddeling gedaan. Om twee redenen. De eerste: internetdating. Plotseling gingen mensen zelf op zoek. Niks mis met internetdaten hoor, zegt Annelies Penning. Prima manier om afspraakjes te krijgen. Maar, bedoelt ze, verwacht niet dat je zo een serieuze levenspartner vindt. Want, ze zegt het voorzichtig, lang niet iedereen zet met die intentie zijn profiel op een relatiesite. Zeker mannen niet.

Maar wat ook meespeelde: ze hoorde cliënten zo vaak vertellen over hun „blokkades en valkuilen” in de liefde. Mensen met een verwrongen beeld van de andere sekse, met angst zich te binden, of juist te veel gericht op pleasen van de ander. Pijn en frustratie kortom, waardoor elke nieuwe relatie is gedoemd te mislukken. „Ik dacht: als we nou eerst eens probeerden die problemen op te lossen.” Ze wilde cliënten intensiever begeleiden, coachen, soms leek het meer op therapie.

Dat heeft ze altijd goed gekund, problemen van anderen oplossen. Als jurist bij de kinderbescherming, als advocaat en als kinderrechter. Ze was net dertig. „Vaak waren mensen al zo blij als ze merkten dat ik ze zag, echt naar ze luisterde.” Toch vroeg ze ontslag, ze was 37. Als je haar vraagt waarom ze ineens geen rechter meer wou zijn maar relatiebemiddelaar, geeft ze twee antwoorden. Het officiële antwoord is dat ze in die tijd begon met mediteren, uitkwam bij „de diepere lagen” in zichzelf en zich begon af te vragen of ze de rest van haar leven wilde „puinruimen binnen het juridische kader” of juist iets wilde opbouwen. Mensen samenbrengen, hun gezamenlijke geluk groter laten worden dan de optelsom van hun individuele geluk. Naïef? Misschien. Idealistisch? Zeker, dat is ze nog.

De andere reden was dat ze op haar 34ste weduwe werd. Alles wat ooit belangrijk leek, veranderde. „Ik had het geluk gekend, en wilde dat ook voor anderen.” Wat meespeelde: een plotseling vrijgekomen lijfrente maakte haar financieel onafhankelijk. „Ik kon me een eigen bedrijf permitteren.” Dat ze zo snel zes medewerkers in dienst moest nemen, had ze niet verwacht. Niet gewild ook, want ze is geen manager.

Nu runt ze haar bedrijfje weer alleen. Ze is hertrouwd. Over haar eigen zoektocht naar een nieuwe man wil ze niets zeggen, want „een dokter moet niet praten over zijn eigen ziektes”. Ze zegt wel dat ze haar man niet heeft gevonden via haar eigen klantenbestand, maar hem toevallig ontmoette in de Albert Heijn. Ze heeft geen kinderen, maar wel een ‘fantastisch cadeaukind’, de volwassen dochter van haar eerste echtgenoot. Ze lijkt alles te vertegenwoordigen wat haar cliënten in een vrouw zoeken. Ze houdt van koken, hardlopen, reizen, is dol op theater, concerten, volgt graag een cursus over de geneeskrachtige werking van gember of de functie van mededogen in het boeddhisme.

Van internetdaten hebben veel mensen hun bekomst. Te anoniem, te vaak afgewezen of teleurgesteld. Dus komen ze weer bij Annelies Penning. Ze bemiddelt niet meer op de klassieke manier, waarbij een cliënt een jaarcontract afsluit en verschillende kandidaten uit haar bestand ontmoet. Nu biedt ze de ‘Personal Partner Search’ waarbij ze de klant (meestal vrouwen) in een paar sessies inzicht bijbrengt in de relatiemarkt anno 2011 en ze samen uitstippelen hoe de partner het best kan worden gevonden. Voor mensen (meestal mannen) in de ‘Exclusive Search’ gaat Annelies Penning zelf op zoek en zij selecteert uiteindelijk de kandidaat in wie zij het meest fiducie heeft. Ideaal voor mensen die niet met naam en foto op internet willen of zich geen dates in het openbaar kunnen veroorloven. En dat zijn heus niet allemaal bekende Nederlanders, zegt ze, maar ook mensen die wegens hun werk niet te openlijk kunnen opereren. De huisarts in een klein dorp, de directeur van een bekend bedrijf.

Per jaar heeft ze zo ongeveer honderd cliënten, meer vrouwen dan mannen, tussen de 35 en 65 jaar. De een heeft aan één advies genoeg, de ander spreekt ze wekelijks, is het niet op haar kantoor, dan wel in een restaurant, in een museum, of bij de klant thuis.

Dat klinkt exclusief. En duur. Maar de prijzen zijn mild, zegt Annelies Penning. Een eerste gesprek van 2,5 uur kost 200 euro. De persoonlijke partnerzoektocht 1.500 euro, de prijs voor de exclusive search is niet openbaar. Kans op slagen: 60 procent.

Weigert u weleens mensen als cliënt?

„Ik ben selectief. Dat geeft me niet altijd een goede naam, want mensen verwarren dat met arrogantie. Maar ik wijs mensen niet af, het heeft alleen weinig zin voor mensen aan het werk te gaan als ik geen kans van slagen voor ze zie. Het eerste contact is altijd een telefoongesprek, waarin we afstemmen of het zin heeft door te gaan. Ik ben geen datingbureau. Ik help mensen een duurzame relatie te vinden. Ik moet een indruk hebben van wie ze zijn en wat ze wensen en of ik daarin kan voorzien.”

En dat kunt u opmaken uit één telefoongesprek?

„Ik heb geleerd vrij snel te achterhalen wat voor iemand ik aan de lijn heb.”

Doe eens voor? Stel, ik ben een man van 47 en ik bel u. Wat vraagt u me?

„Ik vraag wat je aanleiding is om contact met me op te nemen.”

Omdat ik een partner zoek, natuurlijk.

„Heb je ooit eerder een serieuze relatie gehad.”

Nee, eigenlijk niet.

„Dus je bent nooit getrouwd geweest, nooit langer dan een paar maanden een relatie gehad?”

Af en toe een scharrel. Maar verder ben ik al jaren vrijgezel.”

Annelies Penning stopt het rollenspel. „Dit roept vragen op. Een volwassen man die zich nooit lang heeft kunnen binden. Zoekt hij op de verkeerde plek, is het pure pech, of is er een onderliggend probleem waardoor hij zich niet openstelt? Daar kom ik in een telefoongesprek niet achter, maar vaak weet je wel binnen vijf minuten of iemand een redelijk mens is – bereid tot introspectie en eventueel verandering.

„Kijk, ik ben snel klaar als blijkt dat iemand getrouwd is en er een tweede relatie bij zoekt. Of als iemand zijn partner twee maanden geleden heeft verloren en denkt dat de oplossing voor het lijden een nieuwe partner is. Of een man van 60 die een vrouw van onder de dertig zoekt. Daar begin ik niet aan.”

En als u mensen dan thuis ontvangt, is dat soms schrikken?

„Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand hier morsig binnenkwam, of vies rook. Eigenlijk doen ze altijd hun best. Soms denk ik: iets anders zou je beter staan, of iets slanker is mooier.”

Zegt u dat ook?

„Als ik denk dat iemand daar tegen kan, ja natuurlijk. Laatst was hier een jonge man. Leuke vent, behoorlijk knap. Maar zoveel meer kansen zonder buikje. Dat zeg ik. En als hij wil, bespreek ik zijn voedingspatroon met hem.”

U bent toch geen diëtist?

„Ik vraag altijd naar eten, roken, drinken. Bijvoorbeeld: ‘Ik wil graag voor je koken. Wat zal ik voor je maken?’ Dan kan er een heel menu uitrollen, of iemand kan niks verzinnen, noemt alleen maar toetjes, of is vegetariër, of zegt dat hij niet van die enge dingen lust. Dat zegt veel. Iemand kan geprikkeld raken door vragen over zijn drankgebruik. ‘Ja zeg, ik ben echt geen alcoholist.’ Of hij drinkt nooit in z’n eentje, heeft ooit gerookt, maar is daar nu vanaf. Allemaal relevante informatie.”

Klein gebrek geen bezwaar?

„In principe niet. Er was een man die leed aan dwangneuroses, die heb ik geadviseerd zich aan te melden bij een gespreksgroep. Ik voel me ook verantwoordelijk voor de potentiële partners met wie ik iemand in contact breng. Dus ik zeg het er altijd bij als iemand een bijzondere eigenschap heeft. Nobody’s perfect. Maar accepteer dat de ander dat ook niet is. Zeker vrouwen hebben door pijn en teleurstellingen uit het verleden vaak defensiemechanismen ontwikkeld, en een eisenpakket. Zeggen: ik ben heel kritisch. Noem het liever selectief, zeg ik dan. Praat niet over eisen, maar over wensen en verlangens. En ik vraag ze waarom ze zelf denken dat ze niet de partner hebben die ze willen. En waarom zij denken de moeite waard te zijn voor een man.”

Au.

„Ik maak me niet populair door het te zeggen. Maar vrouwen kiezen vaker voor de vorm, mannen voor de essentie.”

En dat betekent?

„Vrouwen willen een man met een hoge opleiding, goede baan, behoorlijk inkomen. Mannen worden niet verliefd op een titel, baan, of inkomen. Als hij van een vrouw houdt, zal hij trots zijn op wat ze maatschappelijk heeft bereikt en haar steunen als ze het zwaar heeft. Maar maatschappelijk succes is geen voorwaarde om een goede partner te zijn. Voor vrouwen wel.”

Misschien weten vrouwen uit ervaring dat een man het slecht verdraagt als zij succesvoller is?

„Verplaats je even in de schoenen van die man. Hoe komt het over als een vrouw zegt: ik moet wel tegen hem op kunnen kijken. Wij vrouwen gaan de strijd aan met een man. Is het een idee hem eens te vragen of het klopt wat we voelen? Misgunt hij ons echt het succes, is hij wel jaloers? Of denken we dat? Een relatie is geen wedstijd, het is een teamsport.”

Ja, dus...?

„We verkeren in een tussenfase. Vrouwen zijn de laatste decennia gaan studeren, ze zijn financieel onafhankelijk, de zorg voor kinderen kunnen ze alleen af. Voor al die dingen hadden ze vroeger een man nodig. Mannen moeten daaraan nog even wennen. Daarmee kun je hem best helpen. Sta hem toe dat hij het lastig vindt. Vraag je af wat jij kan doen om er samen uit te komen, in plaats van alleen te eisen dat hij zich aanpast.”

Dat doen vrouwen, eisen stellen?

Ze dreunt op: „Hij moet sociaal zijn, maar geen allemansvriend. Persoonlijkheid hebben, maar niet dominant zijn. Invoelend en gevoelig, maar geen watje. Ten minste 1 meter 80, maar liefst langer. Al die clichés moeten worden doorbroken. Waarom kan een sterke persoonlijkheid geen 1 meter 75 zijn? Je wilde een mannelijke man? Accepteer dan dat hij zich minder goed emotioneel kan uiten. Hij heeft jou nodig om emoties los te maken. Heb je een leuke homovriend met wie je altijd zo heerlijk kletst, prachtig, maar verwacht het niet van een echtgenoot. Een mannelijke man zal een vrouwelijke vrouw willen. Wat zijn dan jouw vrouwelijke kwaliteiten? Als je moeite hebt daarop een antwoord te vinden, straal je het blijkbaar niet uit.”

En mannen zijn zeker lekker ongecompliceerd?

„Mannen zijn veel makkelijker weg te bemiddelen. De meesten zoeken een intelligente vrouw, prettig in de omgang, geïnteresseerd, een goede gesprekspartner, iemand bij wie ze zich veilig voelen. Aan wie ze wat kunnen overlaten. En tegen dat laatste verzetten veel vrouwen zich.”

Wat laten ze graag aan vrouwen over?

„Wat is onze sterke kant? Het onderhouden van sociale contacten. Etentjes organiseren, vrienden bellen, collega’s uitnodigen. Dus dat doen wij. Klagen vrouwen: ‘waarom moet ik dat allemaal doen?’” Ze heft haar handen in onmacht. „Als je liever wilt dat hij het doet, vráág hem dat dan. Jij wilt toch ook horen: je doet me een plezier als... Of: jij kan dat beter dan ik, kun je me helpen? Als je honing wilt verzamelen, moet je de bijenkorf niet omstoten. Als een man van je houdt, is hij bereid veel te doen.”

Willen mannen niet gewoon een lekker ding?

„Mannen letten net zo op uiterlijk als vrouwen doen. Maar ze vinden andere dingen mooi dan wij denken. Al dat sleutelen aan rolletjes en rimpels, dat hoeft niet zo voor hen. Kraaiepootjes vinden ze niet zo erg, wij vinden onszelf vijf pond te zwaar, hun valt dat niet op.”

Maakt het verschil als mensen een partner zoeken met wie ze geen kinderen meer willen?

„Natuurlijk. Begrijp me goed, aantrekkingskracht is belangrijk voor een relatie. Maar hoe vaak vallen vrouwen voor wat zij ‘foute mannen’ noemen. Wel aantrekkelijk, maar geen relatiemateriaal. Bedenk wat je met iemand wilt delen. Sommige stellen delen alleen nog de kinderen. Is dat voldoende? Wat is een goede relatie?”

Nou?

„Een goede relatie bestaat uit drie elementen: betrokkenheid, vertrouwelijkheid en affectie. Zo iemand leeft met je mee als je een sollicitatie hebt, je neemt hem of haar in vertrouwen als je een probleem hebt en je bent in staat de gevoelens van verbondenheid lichamelijk te uiten. Dat kan ook een arm zijn om de schouders of een aai over de bol.”

Zo’n relatie kun je toch ook hebben met je zus of je beste vriend?

„Zeker. Ik laat mensen altijd een lijstje maken met mensen met wie ze een relatie hebben. Staan er dertig mensen op de lijst, dan moeten we toch eens praten. Staat er één op, of is je beste vriend iemand die je zes maanden geleden ontmoette, dan heb je blijkbaar moeite met hechten. Heb je nog contact met oud-collega’s, ben je een leuke oom voor je nichtjes?”

Stel dat je genoeg van dat soort relaties hebt. Waarom dan nog op zoek naar ‘die ene speciale’?

„Een partner om het leven mee te delen, is blijkbaar een basisbehoefte. Na eten, drinken, een dak boven je hoofd en veiligheid wil een mens zich met een ander verbonden voelen en het leven delen.”

Is seks onmisbaar in een goede relatie?

„Ik noem het liever intimiteit, of affectie. Het is zeker belangrijk. Maar als mensen alleen lepeltje lepeltje willen liggen, is dat ook prima.”

En dan nu de hamvraag: waar vind je een partner?

„Vaak denken mensen terug aan hoe ze hun eerste partners vonden. Ze denken: ‘ik ben 38, ik ga toch niet in de kroeg staan?’ Nee, natuurlijk niet, je bent geen 23 en student. Maar weet wel dat 85 procent van de partners elkaar vindt in de directe omgeving. Dus ga naar dat seminar van je werk, doe eens een cursusje filosofie als dat je boeit, ga bij een hardloopclub als je graag jogt.”

En daar hebben mensen zin in en tijd voor?

„Als je het te druk hebt om een partner te zoeken, heb je ook geen tijd om een relatie te onderhouden. Je zult er met liefde en toewijding aan moeten werken, net zoals je een hond traint of een kind opvoedt.”

Mensen lopen er liever niet mee te koop dat ze ‘op zoek’ zijn.

„Mensen zonder partner zijn geen stumpers. Je kunt heel leuk zijn, en toch alleen. Zoals je ook tijdelijk geen baan kunt hebben. Ik raad mensen aan eens aan goede vrienden te vragen waarom zij denken dat ze nog alleen zijn. Niet als grapje tussendoor, maar serieus. Misschien zullen ze vertellen dat je niet de indruk wekt dat je iemand zoekt. Vraag ze om tips, vraag ze mee te kijken of zij een vrij iemand in hun werk of omgeving kennen.”

Ordinair koppelen?

„Wat is daar mis mee? Overigens gebeurt dat vaker met alleenstaande mannen dan met vrouwen.

Waarom?

„Vrouwen zijn degenen die de collega van hun man te eten vragen omdat ze weten dat hij alleen is. Een alleenstaande vriendin, die op zoek is, zal ze misschien als een bedreiging zien voor haar eigen huwelijk. En dus nodigt ze haar niet uit. Helemaal gek is dat niet, 70 procent van de alleenstaande vrouwen boven de 25 heeft ooit een relatie gehad met een getrouwde man.”

U brengt een man en vrouw samen. En ze leefden nog lang en gelukkig?

„Dat kan. Ik heb een lijstje met acht kwaliteiten waaraan mensen moeten voldoen om de meeste kans te maken op een succesvolle relatie.

Welke acht?

„Die ga ik niet weggeven. Eén ervan is zelfinzicht. Iedereen heeft wel een jeugdtrauma. Onvoldoende geknuffeld, niet gewaardeerd om je talenten, onvoldoende gezien en gehoord. Los dat verleden op. Dat helpt. Echt. Als je het mij zo precies kan vertellen, kun je het ook verwerken. Waarom zou je dat neerleggen bij een nieuwe partner als iets om rekening mee te houden?”

Vrouwen willen graag alles delen. Hun gevoelens én hun tijd.

„Of juist niet. Dan hebben ze hun leven ingevuld en op een rijtje: altijd met de vriendinnen op wintersport, een keer per week naar de sauna met die vriend, met de oudste dochter naar het theater. En ja, dan zijn er van die avonden dat ze denken: ‘had ik maar een partner’. Maar een relatie kun je niet naar believen inzetten als vertroosting voor de stille uurtjes.”