Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Voor Russen is Egypte ver weg en dichtbij

De berichtgeving van de Russische staatstelevisie over de opstand in Egypte verschilt weinig van die van westerse kwaliteitsmedia. Op zichzelf is dat niets opzienbarends. Buitenlands nieuws wordt in Rusland wel vaker professioneel verslagen, zeker als het zich ver weg afspeelt. Maar in dit geval is die vrije hand toch opvallend. Zeker als je beseft dat iedere nieuwsuitzending door het Kremlin wordt gecensureerd en het regime genoeg redenen heeft om zich zorgen te maken over de ontwikkelingen in Egypte.

Poetins populariteit heeft in recente peilingen een dieptepunt bereikt van 20 procent, zijn land zinkt langzaam weg in een moeras van corruptie en wanbestuur. Het enige wat veel Russen er nog van weerhoudt de straat op te gaan is hun betrekkelijke welvaart, die voorlopig nog door de hoge olieprijs wordt gegarandeerd. Maar wat gebeurt er als binnen afzienbare tijd de olieputten in West-Siberië zijn uitgeput, zoals analisten voorspellen?

Als er iets is waaraan de menigte op het Tahrirplein het Kremlin doet denken, dan is het wel de Oranje Revolutie in Oekraïne. Daar bewerkstelligden in 2004 op het centrale plein in Kiev ook vele tienduizenden een machtswisseling. Het schrikbeeld van die revolutie doofde pas een jaar geleden, toen Viktor Janoekovitsj de presidentsverkiezingen won en de vriendschap met Moskou werd hersteld.

Ook in de gedrukte pers werd uitvoerig commentaar geleverd op Egypte. Zodra het ging over parallellen met de situatie daar, benadrukten commentatoren de afwezigheid in hun land van de ‘islamitische factor’. Natuurlijk hebben Poetin en president Medvedev in eigen land amper te vrezen van dat islamisme. Dat blijft voorlopig voorbehouden aan hun buurlanden in Centraal-Azië.

Maar als je ‘islamisme’ vervangt door ‘fascisme’, kom je in Rusland bij een zelfde onvoorspelbare machtsfactor uit. Sinds in december 7.000 agressieve voetbalfans voor de muren van het Kremlin demonstreerden en een paar jongeren uit de noordelijke Kaukasus halfdood sloegen vormen zij een woedende politieke kracht, die zich door niemand de wet laat voorschrijven.

Een andere les die Poetin uit Egypte kan trekken is dat een revolutie geen leiders hoeft te hebben, zoals in Kiev wel het geval was. De gedachte dat als je elke vorm van georganiseerde oppositie maar de kop indrukt je altijd aan de winnende hand bent, gaat dus niet altijd op.

Het Kremlin besefte dat voor het eerst toen na afloop van de Wit-Russische presidentsverkiezingen op 19 december in Minsk 40.000 betogers het aftreden van president Loekasjenko eisten. Die betogers kwamen in hoofdzaak voor zichzelf en niet voor de negen onderling ruziënde oppositieleiders, voor wie ze slechts minachting hadden.

Maar waar Poetin nog het meest van geschrokken moet zijn toen hij naar de Russische televisie keek, is de opstelling van het Egyptische leger, dat weigerde de opstand neer te slaan. De Russische krijgsmacht is de afgelopen jaren getroffen door hervormingen en bezuinigingen. Het officierenkorps is gedemoraliseerd. Eind vorig jaar ontsloeg president Medvedev van de ene dag op de andere enkele generaals uit de generale staf. Zonder opgave van redenen. Sindsdien regent het beloftes van hogere soldij, nieuwe woningen voor officieren en uitbreiding van het arsenaal. De redenen daarvoor laten zich nu makkelijk raden.

michel Krielaars