Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Veilig op de afdeling hartbewaking

Eerste hartfilmpje, een tweede, nog een. Er gebeurde van alles en ik liet het maar toe.

Dik een uur was ik thuis buiten bewustzijn geweest. Toen ik bijkwam en het geweld in mijn borstkas langzaam afnam, kon ik een taxi bellen. Die bracht mij, door de sneeuwjacht, naar de eerste hulp.

Artsen deden onderzoek naar de oorzaak van mijn pijn. Mijn eigen onderzoekende gedachten zouden hun werk pas doen toen ik twee dagen later weer thuis was en de eerste proeve heb gedaan van naar bed gaan, inslapen en doorslapen, gewoon wakker worden, opstaan voor een nieuwe dag. De onrust en de sneeuw zijn nog lang niet weg.

Voor het eerst in mijn leven had ik in een ziekenhuis gelegen. Mijn grijze hoofd-met-pensioen werd ontvangen met ‘zo, jongedame’, plus een kopje thee.

Het was koud in het ziekenhuis, ik had m’n sokken aangehouden en m’n zwarte sjaal om. Een deken vragen kwam niet in me op. Stemmen vanachter het gordijn, op de gang. Een vrouw riep. Een man riep harder. Nieuw personeel voor de nachtdienst was over de sneeuwwegen binnengeglibberd. Ik lag er veilig.

Ik vouwde me op onder het laken, mijn hart toverde mijn oma in m’n hoofd. Als 24-jarige zat ik, dochter van haar jonggestorven dochter, alleen aan haar bed toen ze stierf. Die nacht logeerde ik bij haar, ik was weer in haar huiskamer met het Djokja-zilver, onder haar dak. Ik voelde de onvoorwaardelijke liefde van het kind dat ik toen was. M’n hartritme golfde ergens over een scherm; ik hoorde de pieps die het uitzond.

Zo bekeken kan de afdeling hartbewaking een romantische plek zijn – in een kille, witte wereld.