Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Tweedeling bij DNB

De opvolger van president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) krijgt straks een baan in de luwte. Wellink, die diverse aanvaringen met leden van de Tweede Kamer en twee ronduit kritische rapporten achter de rug heeft, vertrekt omdat zijn benoemingstermijn van zeven jaar afloopt.

Wellinks opvolger blijft ‘onze man’ bij de Europese Centrale Bank in Frankfurt, die de Europese rente- en geldpolitiek vormgeeft. Maar in Nederland zelf wordt een collega in de directie eerstverantwoordelijk voor het toezicht op banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Deze directeur zal bij toezichtsonderwerpen ook het eerste aanspreekpunt zijn voor de minister van Financiën en daarmee ook het boegbeeld worden tegenover de buitenwereld, inclusief de Tweede Kamer.

De gekrompen taak van de president is een van de voorstellen van minister De Jager (Financiën, CDA) voor een intensievere verhouding van de Staat met de twee financiële toezichthouders, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank. De AFM houdt ter bescherming van de consument primair toezicht op het gedrag van financiële marktpartijen en op de markten zelf, DNB controleert primair de soliditeit van de partijen. Toezicht klinkt abstract, maar de gevolgen gaan elke Nederlander aan. De mondiale kredietcrisis, de steunacties voor bijvoorbeeld ABN Amro/Fortis en ING en de Icesave- en DSB-debacles hebben de burgers geconfronteerd met enorme kosten. Het vertrouwen in de financiële wereld en in de toezichthouders is nog lang niet terug bij wat het geweest is.

Het is de vraag of de maatregelen een bijdrage leveren aan het noodzakelijke herstel, en zo ja, welke. De minister wil de controle van de commissarissen en toezichthouders op AFM en DNB zelf versterken, inclusief het voorschrift om functieprofielen bij directiebenoemingen op te stellen en een „betekenisvolle herbeoordeling” te maken als bijvoorbeeld een DNB-directeur wordt herbenoemd. Het zou wel van ernstig plichtsverzuim getuigen als zulke benoemingen nu ongezien worden getekend.

Het ‘hoogtepunt’ in de gewijzigde relatie tussen minister en toezichthouders is een zogeheten interventiepiramide met een scala aan instrumenten waarmee de minister meer greep krijgt op het functioneren van de toezichthouders. Het ademt ongezond wantrouwen tegenover personen die de Kroon zelf heeft benoemd. Het draagt bij aan onnodige formalisering zo niet juridisering van de onderlinge relaties. Maar bovenal organiseert het kabinet een tweedeling in de directie van De Nederlandsche Bank waar juist eenheid van visie en effectief optreden is vereist.