Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Hockey

Sport in beeld

Doelman Tim Thomas van de Boston Bruins na gevechten van zijn team met de Montreal Canadiens tijdens een wedstrijd Boston, VS, 9 februari 2011. Foto Reuters Boston Bruins goalie Tim Thomas stands at his net, surrounded by sticks and gloves following multiple fights against the Montreal Canadiens, in third period action during their NHL hockey game in Boston, Massachusetts February, 9 2011. REUTERS/Adam Hunger (UNITED STATES - Tags: SPORT ICE HOCKEY IMAGES OF THE DAY)
Doelman Tim Thomas van de Boston Bruins na gevechten van zijn team met de Montreal Canadiens tijdens een wedstrijd Boston, VS, 9 februari 2011. Foto Reuters Boston Bruins goalie Tim Thomas stands at his net, surrounded by sticks and gloves following multiple fights against the Montreal Canadiens, in third period action during their NHL hockey game in Boston, Massachusetts February, 9 2011. REUTERS/Adam Hunger (UNITED STATES - Tags: SPORT ICE HOCKEY IMAGES OF THE DAY) REUTERS

We beelden ons in hoe het gegaan is. Er heeft zich een veldslag voorgedaan, met dit slagveld als gevolg. Dit was een National Hockey League wedstrijd, dus er waren, volgens Wikipedia, maximaal twintig man op de baan (bij andere wedstrijden, bijvoorbeeld op de Olympische Spelen, kunnen het er maximaal tweeëntwintig zijn). Stel u voor hoe ze op de vuist gaan, met die omvangrijke equipage, het hockeyspel eigen. Bonkerdebonk. Hun helmen hebben allicht voortanden gered.

Waar lijkt dit nu op? Op een abstract kunstwerk, althans het ijs. Een soort Victory Boogie Woogie van Mondriaan. Even onvoltooid: de frutsels liggen klaar om vastgeplakt te worden. Op een andere manier doet het beeld denken aan een overhaast verlaten feestje. Brand brak uit, de gastvrouw moest met spoed naar het ziekenhuis, zoiets. Ook komt in gedachten een metro of station, waar zojuist een bomaanslag heeft plaatsgehad. In plaats van de schoenen die je daar altijd ziet, liggen er hier handschoenen. Overigens is het slagveld misschien veel groter: we zien immers maar acht sticks.

Het boeiendst is dat wat je niet ziet. Het publiek kijkt omhoog, wijst, klapt in de handen. Beslecht het scorebord soms de strijd in het voordeel van het ene kamp, omdat het andere is begonnen met matten? Of schudden twee kemphanen elkaar de hand en slaan ze elkaar op de schouders, ten teken dat ‘het weer goed is’? We zien het niet en dat intrigeert, net als het gevecht dat we niet gezien hebben. Al kijkt de doelman nog zo verveeld.

Pieter Kottman