Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

's Nachts op de Dom

„Ga je mee de Dom beklimmen?” Ik rinkel met mijn sleutelbos voor haar ogen. „Ik ben gids.” Een donderdagnacht in augustus 1990, omstreeks half drie. De Woolloomoolloo, huisdiscotheek van het Utrechtsch Studentencorps. Waar ik als buitenstaander een ‘knor’ ben. En zij als vrouw een ‘gleuf’. Corpsjargon.

Hij reikte haar een biertje aan: het ballerige, brallerige type dat zich hier in jaarclubs en disputen aan het voorradige vlees opdringt. Dat sloeg ze niet af. Hem wel. Hij hield aan, zij zag mij. Liep op me af. Lang, volle mond, rode lippen, buitenmodel rode bril onder een bos goudhaar.

Ze zet de handen in haar heupen en speelt verontwaardiging: „En wat ga jij doen om mij te redden?” In mijn broekzak voel ik de sleutels van de Domtoren. Met voorspelbare symboliek zijn ze mij bij m’n aanstelling als gids, een paar maanden eerder, toevertrouwd als ‘sleutels tot de stad’.

Licht maken is uit den boze – deze nacht mag de toren geen baken zijn voor buitenlui. Gewijde stilte, doorbroken door het geschuifel van onze voeten. Met elke trede hoger wordt ademhalen zwaarder. Plots klinkt het carrillon. In het aardedonker van de smalle wenteltrap tast ik naar haar hand. Haar vingers grijpen stevig in de mijne.

De treden: 318, 319, 320... Ik open de deur naar de ommeloop op 70 meter hoogte. Hoogzomer. Roodgerande horizon. Zij wijst mij haar huis, ik haar het mijne. Rechterhand op haar heup, linkerarm gestrekt langs haar hoofd. Met mijn borst leun ik zachtjes tegen haar rug. Onder ons slaapt de stad.

Nog elke dag word ik wakker, met uitzicht op de Dom, naast Georgie Geurts, het meisje uit deze schets.