Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Rood, rood, rood

Valentijnsdag is van levensbelang voor rozenkwekers. Hun omzet staat onder druk door rozen uit Kenia en Ecuador.

Rozenafval bij kweker Van der Knaap in Zevenhuizen. Rozenteler P.v.d. Knaap uit Zevenhuizen heeft het in de aanloop naar Valentijnsdag wat drukker. Foto: Peter de Krom
Rozenafval bij kweker Van der Knaap in Zevenhuizen. Rozenteler P.v.d. Knaap uit Zevenhuizen heeft het in de aanloop naar Valentijnsdag wat drukker. Foto: Peter de Krom

Een goede rozenkweker heeft ritme. Hij zit in een flow. Eind oktober staat zijn kas propvol rozen in knop. Op tijd voor Allerzielen. Eind december moet hij weer scoren: Kerst. Halverwege februari opnieuw: Valentijnsdag. Dan is het door naar Pasen, Moederdag en de Finse afstudeerfeesten in mei.

Een grootbloemige rode roos bloeit eens in de zes weken. Maar een roos is geen machine. Vriest het in november en groeien de Happy Hours of Red Naomi’s te langzaam, dan gaan de lampen aan en de temperatuur omhoog. Maar met beleid. Te hard knallen heeft geen zin. Kerst haalt de rozenkweker dan wel, maar met Valentijn betaalt hij op de veiling de prijs. Te dunne stelen. Op de veiling rekenen handelaren hem er genadeloos op af.

Maandag is het Valentijnsdag. Alle feestdagen zijn belangrijk voor kwekers, maar Valentijnsdag is cruciaal, zegt Robert van den Broek. Twintig jaar werkt hij bij P. van der Knaap Rozen, een kweker in het Zuid-Hollandse Zevenhuizen waar jaarlijks tien miljoen rozen – allemaal rood – de kas verlaten. „Het gekke is dat Valentijnsdag twintig jaar geleden niet eens bestond in Europa”, zegt Van den Broek. De bedrijfsleider loopt door het gangpad van de kas. Hier laat hij een rozenknop door zijn vuist glijden ter inspectie. Daar peutert hij in een zakje dat om een struik hangt. „Beestjes.” Goede roofmijten die strijden tegen spintmijten.

Al had de dag wel bestaan, het Nederlandse rozenseizoen liep van maart tot oktober. „Niemand had lampen. De kas ging in de herfst koud en in de lente startte de zaak weer op.”

Eerst bedacht een slimmerik de kassen vol te hangen met warmtelampen, iets later kwam Valentijnsdag overwaaien uit de VS. „Dat had een enorme invloed”, zegt Van den Broek. „We behaalden toen wel 20 procent van onze jaaromzet uit Valentijnsdag.” Inmiddels is dat wat minder. Met de komst van goedkopere buitenlandse – Afrikaanse – rozen is dat veel minder, voegt hij toe. Dat neemt niet weg dat het spannende tijden zijn voor rozenkwekers.

Kijk naar de prijs. Drie weken geleden deden de Happy Hours van P. van der Knaap 40 cent op de veiling. Anderhalve week later, Valentijnsdag komt dichterbij, is de prijs geklommen naar 1,24 euro. „Dezelfde roos: 80 centimeter lang met een grote rode bloem”, zegt Van den Broek.

De cijfers van bloemenveiling FloraHolland laten zien hoe de valentijnsgekte eind januari en begin februari toeslaat in de rozenhandel. De verkoopcijfers laten rond Valentijnsdag een forse piek zien (zie grafiek).

Op rozenkwekerijen in en rond het Westland en Aalsmeer wordt deze week hard gewerkt. Bij P. van der Knaap Rozen is zestien man in de weer. Tien in de kas, zes in de schuur. De knipploeg zet de rozen onmiddellijk op water in de koeling. Daar kunnen de bloemen acclimatiseren en op kleur komen. Een nacht maakt het verschil tussen een sombere paarsrode en een romantische dieprode knop.

Na de koeling gaan de rozen naar de schuur. Roos voor roos worden ze in de sorteermachine gehangen. Het apparaat neemt het over. Afknippen op 80 centimeter, bundelen in bosjes van twintig en inpakken in een glanzend cellofaantje, het is het werk van hakmessen en vlugge robotarmen. Vader Van der Knaap, de eigenaar totdat hij de zaak aan zijn zoon overdroeg, bundelt de bosjes in bakken. Klaar voor de vrachtwagen. Op naar de veiling, ruim op tijd voor Valentijnsdag.

Waarom is een rode roos dé bloem voor Valentijnsdag? „Het is de liefdesbloem, maar waarom... Weet je. Geen idee”, zegt Erik Spek. Hij is directeur van Jan Spek Rozen, een rozenveredelaar uit Boskoop. Spek kweekt zelf geen rozen maar kruist verschillende soorten op zoek naar bloemen die nog mooier, wilder, feller of beter houdbaar zijn. Het is monnikenwerk. Met miniatuurkammetjes petrischaaltjes en kwastjes wordt stuifmeel van een roos op het stampertje van een andere soort aangebracht. In drie jaar worden de nieuwe roosjes geplant, getest en gekeurd. Het leeuwendeel eindigt in de groenbak. „We beginnen met 15.000 unieke soorten plantjes en houden daar jaarlijks zes of zeven van over”, zegt Spek. Succesnummers gaan de hele wereld over en kunnen miljoenen opleveren.

Als ontwerper van nieuwe rozen weet Spek wat de trends zijn. In het buitenland is de vraag gevarieerd. „De VS zijn meer seizoensgebonden. In het voorjaar willen mensen geel en wit, terwijl in het najaar herfsttinten juist in zijn. Oranje enzo.” In Nederland is het met Valentijn rood, rood, rood en een beetje wit, zegt Spek. „Alle rode rozen die kwekers op de markt brengen, kunnen ze kwijt. Kwestie van een hartje erop en klaar.”

De rode roos is de koningin der bloemen en met minder dan de koningin wil je het niet doen, zegt Ger Kleis. Hij is oud-leraar Nederlands aan het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam. Hij schreef in 2007 een cultuurgeschiedenis van Nederlandse rozenkwekers (De rozenteelt in Nederland, Hes & de Graaf). Zelf houdt hij van wildere tuinrozen. „Kasrozen zijn doorgefokt. Het is net fabrieksbrood”, zegt hij. De roos kwam in Oud-Griekse geschriften voor als de koningsbloem, zegt Kleis. „Dat kwam door de geur, kleur en vorm.”

In de Middeleeuwen werd de roos een veel gebruikt symbool in de kerk „Maria werd afgebeeld met twee rozen: een witte en een rode”, zegt de schrijver. „Wit stond voor maagdelijkheid en rood voor passie. De passie voor Maria werd op den duur passie in de liefde.” De connotatie van een rode roos met passie werd versterkt door de Franse dichter Guillaume de Lorris. Rond 1230 schreef hij Roman de la Rose.

In vierduizend versen vertelt De Lorris een verhaal over een man die een ommuurde tuin binnendringt. Als het hem met moeite lukt, plukt hij een adembenemende roos. „Natuurlijk een metafoor voor het liefdesspel”, zegt Kleis. De Lorris beschreef flirten op zijn Middeleeuws, waar edelmannen onbereikbare vrouwen begeerden.

Scoren met Valentijn is geen overbodige luxe voor Nederlandse rozenkwekers. Omzet en winst staan al jaren onder druk. Het aantal rozenkassen in Nederland neemt snel af. In 2000 waren er 932 rozenkwekers in Nederland. In 2009 waren er 260 over, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Vorig jaar mei ging een kweker uit Zevenhuizen, praktisch de buurman van P. van der Knaap, failliet. Het openbare faillissementsverslag leest als een analyse van een sector in nood. „De oorzaak van het faillissement [is] gelegen in de huidige marktomstandigheden in de bloemkwekerijsector, concurrentie uit het buitenland en de in 2008 sterk gestegen energiekosten, terwijl tegelijkertijd sprake was van een dalende verkoopprijs c.q. prijsval”, aldus de curator. Een uitzendbureau dat vier werknemers leverde, vroeg het faillissement aan toen er geen salaris werd uitgekeerd. De gemeente had serieuze interesse de grond op te kopen om er woningen te bouwen, maar de eigenaar weigerde op het aanbod in te gaan.

De concurrentie komt uit Ecuador, Kenia, Ethiopië, Rusland en Colombia. Enorme bedrijven, lage arbeids- en stookkosten maken het daar goedkoper rozen te kweken. De kosten om de rozen per vliegtuig naar consumenten in Europa, Azië en Noord-Amerika te vervoeren, nemen ze voor lief.

Nederlandse kassen zijn per vierkante meter productiever, maar de kosten om rozen in het dichtbevolkte Nederland te kweken, zijn hoger. Nederlandse kwekers beschikken over computersystemen die automatisch licht reguleren. Ze hebben kleine energiecentrales die op gas elektriciteit en warmte opwekken. Ze beschikken over schermdoeken die ’s nachts het felle licht dempen voor de buitenwereld. Ze beschikken over uv-filters die het afvalwater zuiveren en deels weer hergebruiken om vervuiling van sloten te voorkomen.

„Die investeringen kosten enorm veel geld. Kosten die buitenlandse kwekers niet hebben”, zegt Van den Broek, de bedrijfsleider. „Het levert mooie bloemen op, maar toch hebben wij veel last van buitenlandse kwekers. Er zit rommel tussen.” Hij klaagt over Poolse handelaren die hun rozen een maand van tevoren hamsteren en rozen in de koeling opslaan om die nu tegen een hogere prijs op de markt te gooien. „Dan moet je niet verbaasd zijn als je bloemen na twee dagen verlept zijn.”

Het is niet de eerste keer dat Nederlandse rozenkwekers de handel naar het buitenland zien verdwijnen, zegt Ger Kleis, de schrijver en historicus. In de zeventiende en achttiende eeuw waren Nederlandse rozen befaamd. Engelsen kwamen naar Nederland om rozen te kopen voor hun siertuinen. In 1810 werd Nederland getroffen door een economische crisis. „De meest fantastische rozen werden naam- en roemloos naar Frankrijk verscheept. In Nederland was er geen geld meer voor mooie tuinen”, zegt Kleis.

Toen de welvaart weer op niveau was, kochten Nederlanders rozen uit Frankrijk. „Dat waren die Nederlandse rozen maar nu met een mooie naam en een hoge prijs. Nee, niet echt een goed voorbeeld van Hollandse koopmansgeest”, zegt Kleis.

In de proefkas van Jan Spek, het veredelbedrijf in Boskoop, wijst Erik Spek naar een lichtgele roos. De bloemblaadjes zijn versierd met een rood randje. „Matige bloem. Maar zet ’m in Ecuador en wow. Knalgeel, je weet niet wat je ziet”, zegt Spek. „Door de koele nachten en de hoogte, op 2.500 meter, groeit de roos langzamer, maar wordt de bloem wel groter en feller. Echt heel exclusief.” Met andere woorden: onzin dat buitenlandse kwekers alleen maar rotzooi produceren. „Nederlandse kwekers zijn over het algemeen goed. Nergens is het klimaat in de kassen zo stabiel als in Nederland, perfect voor rode rozen”, zegt Spek. Maar Nederlandse kwekers hebben het gewoon zwaar, erkent Spek. „De kleintjes sneuvelen. De groten moeten groter worden om te blijven draaien. Het worden steeds meer fabrieken. De charme van het telen is er wel een beetje van af.”

Jan Spek Rozen draait prima, zegt directeur Erik Spek. „Familiebedrijf. Altijd zuinig gefinancierd”, zegt hij. Twintig jaar geleden leverde Spek alleen aan Nederlandse telers. Nu vliegt hij de wereld over om zijn klanten te bedienen. Wie wil er nou geen internationaal succes? Maar ergens zou Spek alleen maar aan Nederlandse telers willen verkopen, zoals vroeger. „Dat zijn toch de jongens die je kent.” Hij draait een shagje – Van Nelle. „Zo zit de wereld niet in elkaar.”