Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Perron vijf, of perron twee

De meest romantische plek is één van de perrons op het Centraal Station van Amsterdam. Perron vijf? Of was het perron twee? Dat vergeet je dus kennelijk. Maar hoe hij, mijn kersverse vriend, daar toentertijd kwam aanlopen, in z’n zwarte spijkerjasje, dat is haarscherp in mijn herinnering opgeslagen. Ik kwam aan vanuit Maastricht, waar ik studeerde. Hij haalde me op. Samen zouden we doorreizen naar Zaandam, waar hij woonde. Thuis bij zijn ouders. Het was de eerste keer dat we elkaar in Nederland ontmoetten. Een week of wat eerder waren we, met de andere jongeren van het reisgezelschapje, teruggekomen uit Italië. Vanaf Amsterdam ging het verder. Het voelde ondanks de vakantieweken wat onhandig. Ik vond ’m een beetje schutterig, zoals hij liep, daar op het perron. Ik bleek vast en zeker ook heel gewoon. Drie jaar later stonden we weer op datzelfde perron. We woonden inmiddels samen en wilden elkaar ringen geven. Vriendschapsringen, die later onze trouwringen geworden zijn. We hadden de ringen samen uitgezocht. Hij bedacht de datum waarop we ze elkaar zouden geven. De kortste dag van het jaar. Want we hadden elkaar rondom de langste leren kennen. Ik bedacht de plaats. Datzelfde perron. We wisten natuurlijk wel waarom we die ringen wilden dragen. Ik blijf bij jou, bij jou ben ik thuis. Dat hebben we tegen elkaar gezegd, op dat ene perron tussen de vele andere van het Centraal Station van Amsterdam. En ook al weet je het, toch voelt het bijzonder als je dat elkaar hoort zeggen, dáár. Ik kom er nog regelmatig, voor de stad of op doorreis. Dan is er altijd even dat ene perron, en zie ik ’m weer lopen, in z’n zwarte spijkerjasje.