Niet goed dat er twee Kamers zijn

Hij zit in de senaat, SP’er Tiny Kox, maar is eigenlijk voor opheffing ervan. Eén Kamer is genoeg, vindt hij. Maar roep niet, zoals de PVV: ‘weg met die zooi!’

Tiny Kox keek bijzonder ongelukkig. De fractieleider van de SP in de Eerste Kamer had net het eerste verkiezingsdebat achter de rug, in een Amsterdamse sociëteit. In een lucht van verschaald bier wist Kox niet goed wat hij aanmoest met de keiharde aanvallen op de senaat van PVV’er Hero Brinkman: „Weg met die zooi!” Daar schrok Kox van.

Opvallend, want was het niet juist de SP die jarenlang de Eerste Kamer wilde opdoeken? En stevig uithalen naar de gevestigde machten, was dat niet ook een kolfje naar de hand van een SP’er als Kox, die al in de jaren zeventig voor de partij langs de deuren ging, en buitenparlementaire actie voerde? Misschien was hier iets anders aan de hand. Was Kox niet gewoon ongelukkig dat hij in populisme werd ingehaald?

„U mag de SP populistisch noemen” zegt Kox twee weken later, op een rustiger plek – de wandelgangen van het Eerste Kamergebouw. „Maar als wij iets riepen, ook in onze begindagen, deden wij ook erg ons best iets te wéten. Riepen we iets over gastarbeiders, zoals in de jaren tachtig, dan hadden we wel met ik weet niet hoeveel mensen gesproken en ik weet niet hoeveel boeken gelezen. Dat is echt iets anders dan zeggen: ‘weg met dat zooitje’, zonder te laten zien dat je het probleem hebt verkend. Ik vroeg aan Brinkman: ben je ooit in de Eerste Kamer geweest? Nee, zei hij, ‘maar ik kijk wel tv’. Niet waar natuurlijk, want de senaat ís helemaal nooit op tv.”

U herkent niets in de stijl van de PVV? U denkt nooit: ja, zo deden wij dat ook?

„Nee. Ik heb altijd een hekel gehad aan makkelijk roepen. Hard en duidelijk roepen, dat vind ik nu ook nog goed.”

U schrok er echt van, toen Brinkman dat zei.

„Ja. De PVV is nu de derde partij van Nederland en maakt deel uit van de coalitie. Dan mag je verwachten dat ze zichzelf serieus nemen. Brinkman liet het tegendeel zien. Daar heb ik moeite mee. Mensen met hoofddoekjes halen we uit de bus, zegt de PVV. Doe je daar moeilijk over en zeg je: oké, dan halen we ook iedereen met een gele ster uit de bus, dan krijg je direct de volle laag. Want dan heb je de PVV gestigmatiseerd. Terwijl zo’n voorstel toch ook van dat niveau is? Kom op zeg.

„Zo maar iets roepen is ook slecht voor de reputatie van parlementariërs, die toch al niet overhoudt. In Egypte laten mensen zich doodschieten om een normaal parlement te krijgen, terwijl we hier badinerend spreken over zakkenvullers.”

Deed niet ook de SP daar aan mee?

„Jawel, klopt. Ik vind ook nog steeds dat de salarissen van Kamerleden te hoog zijn. Een volksvertegenwoordiger behoort niet bij de best verdienende 5 procent van de samenleving te behoren. Maar dat is een ander soort oneliner dan ‘weg met die zooi’.

„Overigens vind ik dat deze Kamer zijn waarde wel heeft laten zien. Juist de senaat, en niet de Tweede Kamer, doet nog een poging al die Europese regelgeving in de gaten te houden. Het is niet zozeer deze Kamer, maar het tweekamerstelsel dat zijn tijd heeft gehad.”

Ha, opnieuw een koerswijziging.

„Vroeger dacht ik: het volk moet in opstand komen om de macht over te nemen, want dan kunnen we weer een echte democratie in het leven roepen. Dat vind ik nu een naïeve gedachte. Nu denk ik bij iedereen die zegt ‘schaf maar af zo’n parlement’: daar moet ik eens ernstig mee praten.”

Is het vooral aan u te danken dat de SP anders denkt over de rol van de senaat?

„Dat denk ik wel.”

En nooit het verwijt gehad van een jongere, ruigere SP’er: Tiny, je wordt een grijze senator, een gezeten heer?

„Nee, nooit. Ik ben ook niet zozeer senatoriaal geworden, wij allemaal in de partij zijn gaandeweg tot de conclusie gekomen dat de bevordering van de democratie eigenlijk de hoofdtaak van socialisten is. We zijn inmiddels al een van de oudste partijen van Nederland en hebben consistente en relevante standpunten uitgedacht. En als ik dan in zo’n donker zaaltje van die losse flodders hoor, dan denk ik: laat het me nu eerst even uitleggen. En ja, dat is een tikje ouderwets. Het is ook verwend. Want hier in de Eerste Kamer krijg je ook altijd de ruimte om iets uit te leggen.”

Zonder debat?

„Nou, ik moet toegeven: in de acht jaar dat ik hier nu ben, hebben senatoren wel doorgekregen hoe het knopje van de interruptiemicrofoon werkt. Dat wil niet zeggen dat iedereen die intensief gebruikt.”