'Mijn vader wilde dat ik stukadoor werd'

Grafisch ontwerper Anthon Beeke werd beroemd met het blotemeisjesalfabet. In Amstelveen is te zien hoezeer hij het straatbeeld jaren bepaald heeft met zijn affiches.

Anthon Beeke voor zijn kunstwerk sperma alfabet 'Eiaculatum' Foto Roger Cremers Nederland, Amstelveen, 09-02-2011 Anthonie (Anthon) Johannes Beeke (Amsterdam, 11 maart 1940) voor zijn kunstwerk sperma alfabet in glas genaamd 'EIACULATUM' Beeke is een Nederlands grafisch ontwerper. Portret bij zijn tentoonstelling in Museum Jan van der Togt, PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Anthon Beeke voor zijn kunstwerk sperma alfabet 'Eiaculatum' Foto Roger Cremers Nederland, Amstelveen, 09-02-2011 Anthonie (Anthon) Johannes Beeke (Amsterdam, 11 maart 1940) voor zijn kunstwerk sperma alfabet in glas genaamd 'EIACULATUM' Beeke is een Nederlands grafisch ontwerper. Portret bij zijn tentoonstelling in Museum Jan van der Togt, PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2010

‘Kijk, dit ding had anders gemoeten”, zegt Anthon Beeke (69) met irritatie in zijn stem. „Het is niet honderd procent”. Hij wijst op de tekstopdruk van een van de vele affiches die hij voor toneelgroep Globe heeft gemaakt, en die nu te zien zijn in het Amstelveense Museum Jan van der Togt. De onvolkomenheden bij de druk van de veelal erg sexy affiches, die ooit op reclamezuilen hingen, storen Beeke, maar het valt hem zwaar precies aan te duiden wat er mis is.

Beeke is vorig jaar getroffen door een herseninfarct, en heeft daardoor moeite met het verwoorden van wat er in hem omgaat. Het woord ‘ding’ komt in de loop van onze wandeling steeds vaker voor, zelfs om mensen aan te duiden. De weergave van zijn woorden, hieronder, is derhalve veelal een soort samenvatting, want soms komen we in het gesprek pas door omwegen aan de weet, wat Beeke bedoelt. De aanhalingstekens moeten dus met een korreltje zout worden genomen.

Maar vrolijk is hij wel – breed lachend loopt hij rond over zijn tentoonstelling in Amstelveen. Er is er trouwens nog eentje, tegelijkertijd. In de tramtunnel in Den Haag hangen nog meer affiches van deze grafisch ontwerper. Zijn oeuvre is gigantisch: ook door hem vormgegeven boeken en tijdschriften, huisstijlen en andere dingen.

Anthon Beeke is duidelijk in een goed humeur vandaag. „Ik heb zoveel gedaan, op mijn gebied. Zo hard gewerkt. En vaak hartstikke goed.” Al merkt hij wel op dat er op deze zonnige middag in Amstelveen maar één bezoeker de weg heeft gevonden naar dit particuliere museum, gesticht door de industrieel die vermaardheid verwierf met het Tomado-rekje.

U hebt uw Studio Anthon Beeke vorig jaar gesloten. Maakt u nog nieuw werk tegenwoordig?

„Ja, het laatste half jaar weer. Leuke kleine dingetjes. Al die opdrachten van vroeger, voor boeken, voor affiches – dat heb ik gehad. Vroeger werkte ik bijna alleen in opdracht. Nu moet ik mijn eigen dingen veroveren. Ik ben bezig met een serie...” Op dit moment maakt Beeke met handgebaren duidelijk dat hij fotografeert. „Eigen werk. Maar geen portretten van afzonderlijke mensen. Anders.”

Dat moet een hele overgang zijn – geen stok meer achter de deur in de vorm van een opdrachtgever.

„Ja, ik hoef niks meer. In opdracht werken was ook wel fijn: je deed het, en dan was je ervan af.”

U hebt heel veel gemaakt, en in veel opzichten zelfs het straatbeeld bepaald – op de twee tentoonstellingen van nu hangen veel opvallende affiches die me zijn bijgebleven. Alleen nooit gerealiseerd dat ze van u waren. Hoe komt dat? Is er geen vaste stijl-Beeke?

„Je moet elke keer opnieuw beginnen. Je afvragen: waar gaat het hier om bij deze opdracht. En dan daarvoor een ding maken.”

Op dit moment citeert Sasha Happée, de vroegere zakelijk directeur van Beekes studio die hem begeleidt, een door de graficus vroeger graag gebezigde uitspraak: „having a style is like being in jail” – als je een vaste stijl hebt, is het net alsof je in de gevangenis zit.

Toch wordt u tegenwoordig wel gecategoriseerd door kunsthistorici. U zou in het grafisch ontwerpen een modernist zijn, en het verzet tegen het functionalisme hebben aangevoerd.

„Ik zie mezelf niet als kunstenaar. Ik ben een ontwerper. Dat vind ik al heel wat. Ik streef niet naar een hogere status. Ontwerpen is een laagdrempelig ding. Dat design en ontwerpen tegenwoordig in de belangstelling staan, begrijp ik wel. In de kunst is nu niet zo veel aan de hand. Er worden geen keuzes gemaakt, kunst is een dood ding vaak. De mooie dingen zijn voor een heel klein publiek. Er moeten weer nieuwe jongens komen. Denk ik.”

Als ontwerper bent u een selfmade man, afgezien van een jaartje op de Kunstnijverheidsschool (nu de Rietveld Academie).

„Mijn vader was stukadoor, en wilde dat ik ook in dat vak kwam. Op mijn veertiende vond ik werk in een slagerij in de buurt waar we woonden, achter de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Verdomde slagerij. Ik vond het vreselijk, maar ik moest werken. Maar ik keek en zag. Op een dag portretten van Nicolaas Wijnberg – die vond ik zo ongelofelijk mooi. Ik ben begonnen als assistent van Jan van Toorn. Ik dacht: dat wordt niks. Zo ben ik selfmade man geworden: bemoei je er niet mee.”

Is het een voor- of een nadeel, man van de praktijk zijn?

„Voor mij is het heel goed geweest. Maar als ik wel een opleiding had gehad, had ik meer gezien en geweten. Had ik meer gehad om op te staan. Ik moest het maar zoeken. Ik ben wel eens jaloers geweest op wie dingen hadden meegekregen.”

We lopen verder over de tentoonstelling, die grotendeels bestaat uit theateraffiches uit de jaren tachtig en negentig, voor toneelgroep Globe en Toneelgroep Amsterdam. Die voor Globe zijn meestal in zwart-wit, die voor TGA in felle kleuren. Maar verder zijn ze heel verschillend, zowel in opzet als in de keus van de elementen. Voor zover dat foto’s zijn, heeft Beeke ze zelf genomen. „Ik heb mezelf leren fotograferen. Zo moeilijk is dat niet.”

Als model gebruikte Beeke meestal geen professionals, maar mensen uit zijn omgeving. Op de affiche voor Count your blessings uit 1992 is het doorgroefde gezicht van zijn eigen moeder te zien, lurkend aan een sigaret. „Dat puntje, dat gloeit niet genoeg, dat hadden ze anders moeten drukken”, merkt Beeke op. Toen de voorstelling in première ging, was zijn moeder net overleden. Liep hij door de stad, en zag haar overal hangen.

Veel van uw werk is is nogal shockerend, op een bepaalde manier. Er zijn ook vaak geslachtsdelen in beeld, zowel mannelijke als vrouwelijke. Sommige schouwburgdirecteuren plakten uw affiches af met stickers over de edele delen. Waren uw opdrachtgevers wel altijd ingenomen met uw werk?

„Je moet doen wat je moet doen. Ik overlegde wel vooraf met de opdrachtgever, over de opzet. Ik las de stukken, informeerde me, en bedacht wat ik moest doen. Een affiche is een statement: dit is het, hier gaat het om. Je moet inzoomen. Maar als het ontwerp er eenmaal af was, dan was het er. Meestal vond iedereen het wel okay.”

Toch heeft eenmaal een opdrachtgever een affiche afgewezen. In 1990 ging Beekes ontwerp voor Andromache van Racine, in regie van Gerardjan Rijnders, Toneelgroep Amsterdam te ver. Op de affiche druipt vieze smurrie langs de benen van een model. Beeke heeft deze affiche in eigen beheer laten drukken, en natuurlijk in Amstelveen opgehangen. De vervangende affiche die hij voor TGA maakte – waarop je hetzelfde model zielig en niet meer druipend in een hoekje ziet zitten – hangt er niet.

Het is nu in de mode om te klagen over de seksualisering van het straatbeeld, onder andere vanaf billboards. Uw werk was in zekere zin daarvan de voorbode.

„Praten, praten van oude mensjes. Dat vroeger alles beter was. Ik weet het niet. Waarden blijven precies hetzelfde. Ik heb maar één manier gezien om de dingen te doen. En dat heb ik overal gedaan.”

Wat vindt u van de steeds grotere rol van design in ons leven? Wordt de wereld er mooier of lelijker op?

„Iedere dag nog mooier. Wat eens mooi was, is over honderd jaar ook nog mooi. Iets is niks, of het is fantastisch. Er komen altijd weer nieuwe dingen. En als je het dan gemaakt hebt, dan is het voorbij. Maar het Tomado-rekje is altijd goed geweest. Er komen steeds nieuwe mooie dingen bij. Met hele lelijke dingen heb ik niks te maken, die houd ik weg. Daar heb ik geen last van.”

Beekes beroemdste werk is het zogenaamde blotemeisjesalfabet uit 1969, in later jaren door hem aangevuld met leestekens – zo bekend dat het een paar jaar geleden nog werd geplagieerd. In Amstelveen is aan het eind van de tentoonstelling een werk uit 2008 te zien dat als de opvolger van de blote meisjes kan gelden: het Eiaculatum, een alfabet in helder glas dat gebaseerd is op de grillige vormen dat door een man geloosd sperma aanneemt.

Er is een groot verschil met het blotemeisjesalfabet. De twaalf modellen werden daarvoor door Beeke zó neergelegd, dat het alfabet in grote lijnende omtrekken volgde van een bestaande klassieke letter Romein – de Baskerville Old Face, inclusief verdikkingen, versmallingen en schreven.

Het Eiaculatum is heel anders: alle letters zijn grillig en op het oog wanordelijk gevormd, net als spermadruppels. Een glasmaker heeft ze op zijn aanwijzing gevormd, terwijl Beeke er naast stond.

De ontwerper bekijkt zijn werk met genoegen, nog steeds breed glimlachend. Uren praten hebben zijn formuleringsbekwaamheid niet doen toenemen. „Dit is een leven”, zegt hij ten afscheid.

De expositie is t/m 13 maart te zien in het Museum Jan van der Togt, Dorpsstraat 50, 1182 JE Amstelveen. Open wo-vr 11-17 u, za en zo 13-17 u. De tentoonstelling ‘Striker: 50 jaar affiches van Anthon Beeke’ is tot 7 maart te zien in de De Affiche Galerij, op station Spui in de tramtunnel van Den Haag. Elke dag van 6-24 u. De website beeke.nl biedt een goed overzicht van Beekes werk in verschillende genres.