Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

Mengen wit en zwart gaat door

Bestrijding van segregatie op scholen blijft van belang, zeggen wethouders. En het gaat door. Al zou het prettig zijn geweest als de minister gemeenten bleef steunen.

Ze zijn verbaasd, teleurgesteld en trekken zich vooral niets aan van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Eerder deze week maakte die bekend dat de bestrijding van segregatie op scholen niet langer rijksbeleid is. „Ik wil geen blauwdruk opleggen: gij zult mengen”, stelde de minister. Maar negentien onderwijswethouders zeggen hun beleid niet te zullen veranderen, zo blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad. Bestrijding van segregatie blijft voor velen wél een speerpunt van beleid. Al is de aanpak van zwarte en witte scholen lang niet overal het zelfde.

Neem de gemeente Deventer. Die streeft ernaar basisscholieren in hun eigen buurt naar school te laten gaan en wil voorkomen dat welgestelde ouders ‘vluchten’ naar betere, wittere scholen buiten de wijk. Onderwijswethouder Marco Swart (VVD) overweegt geen moment dat beleid te stoppen. „Wij gaan niet mee in de Haagse omslag. De afgelopen jaren hebben we steun van het kabinet gehad, maar we kunnen het ook zonder.”

Jeroen Kreijkamp (D66), onderwijswethouder in Utrecht, sluit zich daarbij aan. „Met alle respect, wij hebben geen landelijk beleid nodig voor onze projecten om segregatie te bestrijden.” Kreijkamp ergert zich eraan dat in de Utrechtse wijk Lombok een zwarte school pal naast een witte school staat. „Een onwenselijke situatie, ook al is wetenschappelijk nog niet is bewezen wat de invloed is op resultaten in het onderwijs.”

Los van de vraag of de kleur van de school de kwaliteit bepaalt, heeft een school volgens diverse wethouders een bredere functie in de maatschappij. „Het is meer dan een plek waar kinderen leren lezen, schrijven en rekenen”, zegt Lenie Scholten (Eindhoven, GroenLinks). „Hun maatschappelijke vorming is gebaat bij een gemengde school.” De wethouder spreekt uit ervaring. Ze groeide op in het katholieke Zuiden, met naar sekse gescheiden onderwijs. „Ik heb dat altijd als een tekort in mijn vorming ervaren.”

Wethouders van Almere, Arnhem, Emmen, Enschede, Groningen, Heerlen, Leeuwarden en Zaanstad zeggen nauwelijks zwarte scholen binnen hun gemeentegrenzen te hebben. Mariet Thalens-Kolker (PvdA), wethouder in Emmen noemt het „een Randstedelijke discussie vanachter Haagse bureaus”. Wat niet wil zeggen dat scholen in die steden niet gesegregeerd zijn. Maar de verschillen zijn daar meestal van sociaal-economische aard. In de Randstad is een zwakke school vaak een zwarte school. „Wij hebben hier net goed zo te maken met concentraties zwakke leerlingen”, zegt Thalens. Ook die segregatie van kansrijke en kansarme scholieren lijkt de minister te accepteren.

De geïnterviewde CDA-wethouders zijn uiterst tevreden met de koerswijziging van hun minister. „Haar keuze is de mijne”, zegt Hugo de Jonge (Rotterdam). Hij was hiervoor politiek adviseur van de toenmalig staatssecretaris. Ook partijgenoot Dion van Steensel uit Dordrecht prijst de minister. „Het idee dat je door mensen te mengen later burgers krijgt die zich meer vrij voelen om met anderen samen te leven, vind ik vrij naïef. Ik ben voor het in stand houden van subculturen. We hebben hier hele witte scholen waar veel aso’s op zitten, ik vind dat prima. Vanuit de veiligheid van de eigen groep ontwikkel je zelfvertrouwen.”

Volgens wethouders van andere partijen zijn de opmerkingen van de minister vooral ideologisch: een poging van het CDA om het bijzonder onderwijs te beschermen. Confessionele scholen mogen leerlingen weigeren op basis van het geloof. Dat druist in tegen spreidingsbeleid waar sommige gemeenten mee experimenteren.

In Nijmegen geven ouders bij een centraal aanmeldpunt de school van hun voorkeur op. De gemeente bepaalt waar ze geplaatst worden. Wie een broertje of zusje op de gewenste school heeft, krijgt voorrang. Een kind maakt meer kans als voor een buurtschool wordt gekozen. Ten slotte weegt de gemeente mee of de leerling helpt de verdeling van kansrijke en kansarme kinderen in een balans van 70/30 te brengen. Dat is volgens sommige experts de verhouding waarbij kinderen van laagopgeleide ouders zich aan hun klasgenootjes kunnen optrekken, terwijl die daar geen nadeel van ondervinden.

„Tegenstanders van ons beleid worden gesterkt door de opmerkingen van de minister”, zegt Henk Beerten (D66), wethouder in Nijmegen. Drie jaar geleden maakte het vorige kabinet nog geld vrij voor proeven om segregatie tegen te gaan in Nijmegen en elf andere steden. Nog voor die eind dit jaar zijn afgerond, trekt de minister de conclusie dat wat ze beogen niet belangrijk is.

Dat brengt een psychologische reactie teweeg, voorspelt de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (PvdA). „Het effect is dat ouders die hun best doen de school in hun buurt te mengen, merken dat dit niet meer op prijs gesteld wordt door Den Haag.” Net als wethouders in Rotterdam en Almere zegt hij dergelijke ouderinitiatieven te blijven ondersteunen.

Waar Asscher zich echt over opwindt, is niet zozeer de opmerking van de minister dat zwarte scholen nu eenmaal de realiteit zijn, maar de bezuinigingen die zij heeft aangekondigd. „Scholen die het al moeilijk hebben, krijgen het nog moeilijker.” Ook andere wethouders zijn geschrokken van de bezuiniging van 300 miljoen euro op passend onderwijs, onder meer voor leerlingen met zogenoemde ‘rugzakjes’ die de minister vorige maand bekendmaakte.

Tegelijkertijd vrezen wethouders verdere beknibbeling op integratiebeleid. Niet alleen op scholen, maar ook op sociaal beleid in arme wijken dat de integratie ten goede zou moeten komen. Marco Swart (Deventer): „Als je eenmaal een wijk hebt die compleet zwart is, wordt het buitengewoon lastig om nog een gemengde school te creëren.”

En, tot slot, hoe hebben de wethouders eigenlijk zelf een school voor hun kind gekozen?

De Rotterdamse CDA-wethouder De Jonge noemt zichzelf „geen type dat met een bakfiets de halve stad doorfietst om de kinderen een zogenaamd veilig heenkomen te bieden”. Zijn oudste van zes jaar gaat naar „een zwarte en resultaatgerichte wijkschool” in de buurt. Zijn kinderen worden overigens ook als ‘zwart’ geregistreerd, want ze hebben een Libanese moeder.

Bijna alle wethouders zeggen hun kinderen simpelweg naar een kwalitatief behoorlijke buurtschool te hebben gestuurd.

„Als ik kies voor mijn kinderen, ben ik ben helemaal niet politiek correct”, zegt Marieke Moorman (Tilburg, PvdA). „Ze zitten op een perfect gemengde school, maar daar was mijn keuze niet op gebaseerd.”

Met medewerking van Mark Hoogstad

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Mengen wit en zwart gaat door (12 februari, pagina 5) staat dat de gemeente Nijmegen bepaalt op welke scholen kinderen worden geplaatst. Dit is onjuist. Deze beslissing is in handen van de gezamenlijke schoolbesturen in Nijmegen. De criteria voor plaatsing van leerlingen zijn wel onderdeel van het gemeentelijke antisegregatiebeleid van Nijmegen.