Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Kranten

Koppen maken is de kunst om kort en krachtig te knallen

Koppen vatten het nieuws samen, en geven de krant kleur en urgentie. Maar geslaagd zijn ze niet altijd. Wat zijn de regels?

Koppen maken is een kunst.Die zin zou ook een goede (zij het niet erg originele) kop kunnen zijn boven een artikel over het maken van krantenkoppen. Kort, maar krachtig. Met een mooie cadans door die drie gutturale ‘k’-s kort na elkaar, aangejaagd door de bilabiale plosief ‘p’.

Een kop die ‘lekker bekt’, dus. Ja, ook fonetiek speelt een rol in krantentaal.

Maar is de kop ook feitelijk juist? Is het inderdaad een ‘kunst’ wat eindredacteuren op de krant elke dag tegen zaktijd, zweet parelend op het voorhoofd, zitten te doen?

Hoe dan ook is het een race tegen de klok. Koppen maken gebeurt helemaal aan het eind van het journalistieke proces, tussen 11.00 uur en 13.30 uur, als de pagina’s van de krant beginnen te ‘zakken’ (een uitdrukking die verwijst naar de tijd dat de pers nog onderin het redactiepand stond). En de kopij wil nog wel eens op zich laten wachten.

De kop maken, of schrijven (bij Amerikaanse kranten heet het nog steeds headline writing), gebeurt dus vaak op het nippertje, onder druk van vormgevers en drukkers die verder willen, en van schrijvende collega’s, die argwanend in de gaten houden in welke vijf of zes woorden hun genuanceerde prachtstuk nu weer zal worden samengevat.

Sinds de krant met computers wordt gemaakt gebeurt dat trouwens grotendeels in stilte. Geen chef hoeft meer over de zaal te roepen: „Twee keer zesendertig over drie!” (In normaal Nederlands: „Zou je boven dit stuk misschien een kop willen maken van twee regels over drie kolommen, in een letter van zesendertig punten, het liefst voor de krant zakt?”) Elke eindredacteur kan tegenwoordig in zijn computer op de pagina kijken en een kop intikken – na een creatieve steekvlam, natuurlijk.

Goeie koppen geven de kern van de zaak weer, maar maken de pagina’s ook levendig en geven de krant urgentie – nog afgezien van de bonus van een briljante taalvondst, of een goeie woordgrap. Engelse en Amerikaanse kranten zijn daar beter in dan Nederlandse, die laveren tussen saaie zakelijkheid (Overheidsinnovatie is infrastructuur, zag ik zaterdag boven een stuk in deze krant) en sensatie (De Dikke is dood, zoals de Telegraaf kopte na een afrekening in het milieu – boven een foto van de dikke dode).

Hoe doet deze krant het?

Een lezer uit Hollandsche Rading vond het vreemd dat de redactie boven een stukje over de rustige vrijdag op het Tahrirplein in Kairo de kop had gezet Dag van Vertrek verloopt vreedzaam, journalisten mishandeld. Hij vond dat samen een „dubieuze slagzin” en „onbegrijpelijk van de redactie”.

Tja. Die kop heeft in elk geval de merites van de onbedoelde humor. Op zichzelf is het ook niet ongebruikelijk om in een kop staccato twee verschillende feiten te vermelden. Maar in dit geval was het contrast iets te groot. In het stuk stond dat de dag „betrekkelijk vreedzaam” was verlopen. De kop had dus beter kunnen luiden Dag van Vertrek: geen rellen, wel journalisten mishandeld, of zoiets. Het weinigzeggende „betrekkelijk” gooit in elk geval – terecht – geen hoge ogen onder koppenmakers.

Een lezer uit Utrecht stoorde zich aan de „onnodig denigrerende” kop Polis voor biddende kraamhulp in trek over klanten van een Pro Life-verzekeraar. Er had beter, vindt hij, kunnen staan Christelijke zorgpolis in trek. Nu worden de klanten te kijk gezet als religieus topzware „excentriekelingen” – terwijl het stuk juist heel neutraal en zakelijk is.

Dat vind ik ook. Hier heeft de koppenmaker een ‘leuke’ kop gezocht, om de lezer het stuk in te trekken, en deze kop had best gekund boven een reportage, of een geestig stukje met een knipoog. Maar dit was een gewoon, zakelijk nieuwsbericht van 306 woorden – zet er dan ook gewoon een zakelijke kop boven.

Een lezer uit Blaricum maakt bezwaar tegen de kop Bleker krijgt subsidie als natuurboer in Groningen, die vorige week op de voorpagina stond. Er is geen sprake van „subsidie aan de staatssecretaris”, meent de lezer, maar hooguit van „een redelijke vergoeding” aan diens familie voor het teruggeven aan de natuur van kostbare landbouwgrond.

Nee, staatssecretaris Bleker krijgt geen subsidie, maar boer Bleker kreeg die wel. Hier lijkt mij de steen des aanstoots niet zozeer de kop (want zo staat het ook in het stuk), alswel de suggestie en de prominente plek van het artikel. Er wordt een schandaal mee gesuggereerd: moet je lezen, die Bleker gaat bezuinigen op natuur, maar incasseert intussen zelf wel mooi natuursubsidie.

Maar had Bleker dan vijf jaar geleden die vergoeding moeten laten lopen omdat hij in een visioen voorzag dat hij ooit een bezuinigende staatssecretaris van Landbouw zou worden? Het is nuttig om te weten dat de boer gebruikmaakte van een regeling die de bewindsman nu misschien gaat beknotten, zeker. Maar een schandaal lijkt het me niet.

Goed aan die kop was in elk geval het actieve werkwoord.

Een geslaagde kop is geen opeenstapeling van woorden, maar een (slag)zin waarin iets gebeurt. Dus liever niet Selectie vooraf student hoger onderwijs, waarmee de krant dinsdag cryptisch opende.

Tot slot. Taalfouten in een kop zijn een gruwel. Een lezer vraagt zich sarcastisch af, of er in de krant nog wel eens iemand lijdt. Hij verwijst naar de kop op de site Khamenei: de VS zal een onherstelbare nederlaag leiden. Vreselijk, ja – er kan helaas nog altijd zo’n knoert van een taalfout doorheen glippen. Sommige eindredacteuren krijgen nog koude rillingen van een ‘pijler’ van de katholieke kerk die ooit als ‘peiler’ in druk verscheen.

Maar déze fout is snel gezien en ongedaan gemaakt. Dat is weer het voordeel van een site, vergeleken met de papieren krant. Daar zit je vast aan je fout, als koppenmaker.

Koppen maken is misschien geen kunst, maar wel een kunststukje.