Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Media

Koffiekloppertjes

Karel Knip

In deel twee van zijn beroemde serie ‘De natuurkunde van ’t vrije veld’ komt Minnaert te spreken over geluid. Licht was meer zijn ding, om het zo eens te zeggen, maar de notities over geluid zijn ook heel bijzonder, vooral omdat de muzikale Minnaert er zoveel emotie aan toevoegt.

Hoe natuurgeluiden ons meestal in een dromerige rust brengen, en dat een bijzondere beklemming ontstaat als ze plotseling wegvallen. Goethe, Nietzsche, Schopenhauer, Hugo, Pollema, iedereen wordt erbij gehaald. Schopenhauer als de man die razend werd van lawaai.

Minnaert was een echte onderwijzer, hij hoopte zijn lezers altijd in beweging te krijgen en gaf overvloedige aanwijzingen voor zelfwerkzaamheid. En hij drong aan op systeem in de waarnemingen. Zo maakte hij streng onderscheid tussen ‘geluid’ en ‘gerucht’ en nam hij met kennelijke instemming de gerucht-classificatie van Davidson over. (Klasse III: instorten van een muur. Klasse V: ontploffen van een ketel. Klasse VI: gevecht van zware mannen op de bovenverdieping van een huis.) Anders dan geluid hebben gerucht en geraas geen duidelijke toonhoogte.

Minnaerts lezers moesten ook oefenen in de analyse van gerucht, dat nogal eens uit verschillende bronnen samenvloeit. Minnaert noemt de elektrische tram als oefenobject, maar de hedendaagse trein voldoet inmiddels beter. Wat zijn er al niet een typische treingeluiden. Het rollen van de wielen natuurlijk, soms het geratel van een ‘vierkant’ wiel. Dan de motor, waaruit tegenwoordig het vreemdste gezang klinkt. Het knarsen van de draaistellen. Het persluchtsysteem voor het sluiten van de deuren.

Maar ook subtieler: het slepen van de pantograaf langs de bovenleiding. Het aantrekken van de rem. Het piepen van de vering. Soms het gonzen van de TL-verlichting, als de donderende ventilatie even uitvalt.

Ook in het eigen huis kan met geruchtanalyse geoefend worden. Doe het ’s avonds laat, als de straten verlaten zijn en de TV is gedoofd. Wat blijft er over? De computer met zijn zoemende harde schijf en suizende ventilator. Zet hem uit. Dan? Misschien weer het zacht gonzen van oude TL-armatuur en wat andere elektrische toestellen, teweeg gebracht door ‘magnetostrictie’. Dat is het krimpen en weer terugveren van metalen onder invloed van een wisselend veld. Verder: het tikken van verwarmingsbuizen die afkoelen. De hond die zucht in een droom, het geritsel van een vlinder die ergens achter een gordijn ligt te sterven. De kleine stem van zachte regen, buiten.

Het mooiste gerucht dat in heel stille stilte hoorbaar kan worden is het tikken van een doodskloppertje. In een betonnen huis met stalen meubelen zal het niet gauw klinken omdat het doodskloppertje de kever is die vooral als houtworm bekend staat. Hij leeft in droog hout en gebruikt het zachte tikken, dat hij met kaken en/of schilden opwekt, om soortgenoten te lokken of te verjagen. Communicatie, zeg maar. Er zijn niet veel mensen meer die weten hoe een doodskloppertje klinkt, maar Sjoerd Tiemersma van de Nederlandse Entomologische Vereniging is er nog een. Een beetje zoals het tikken van een horloge, beaamde hij. Het hangt ervan af hoe goed het hout resoneert waartegen geklopt wordt.

Het woord ‘kloppen’ is overigens niet op zijn plaats, het wordt gebruikt om de associatie met Magere Hein te maken. Het is echt tikken. Vandaar de Engelse naam ‘death-watch’.

Zo komen we terecht bij de koffiebekertjes hier op de foto. Ze staan in een kantoor, maar dat doet er nu even niet toe. Het zijn heel gewone PS (polystyreen) koffiebekertjes zoals de Maas International-automaat ze op verzoek naar buiten werpt. De automaat hervult ook leeggedronken bekers, duurzaam, maar in de praktijk wordt er getapt in gloednieuwe bekers, bekers die als het ware nog ruiken naar de fabriek. De bekertjes op de foto waren gevuld met espresso/zwart/sterk. Ze worden nooit helemaal leeggedronken omdat de espresso zo ongelooflijk snel afkoelt. In plaats daarvan wordt steeds weer nieuwe koffie gehaald, het is gratis.

In de loop van de dag hoopt zich daardoor naast het het toetsenbord een hele batterij bekertjes op waarin nog een bodempje espresso/zwart/sterk staat. De geur van verschaalde koffie is soms niet te harden, maar daar staat tegenover dat de bekers een aardig kunstje vertonen. Ze maken zachte geluidjes. Iets harder dan doodskloppertjes doen, maar toch zo zacht dat het de meeste mensen ontgaat. Wie het ééns opmerkte, hoort het altijd. Het getik lijkt nog het meest op het geluid van een kloddertje spuug dat vanaf 20 centimeter hoogte in de koffie valt. Het kan uren doorgaan, steeds met intervallen van een paar minuten.

Maar wat het opwekt is een raadsel. Een tijdlang is gedacht dat zich om een of ander reden op de bekerbodem lucht- of dampbellen afzetten die in vaste regelmaat opstegen. Maar er beweegt niets, helemaal niets in een beker die tikt. Het is ook niet het ritmische aanzuigen van lucht naar de kleine ruimte onder de beker. Zet je de bekers schuin op een lucifershoutje dan tikken ze nog steeds. Het getik blijkt bij nader inzien ook helemaal niet gekoppeld te zijn aan de koffie, koud leidingwater wekt het ook op.

Wel is gebleken dat een beker die de hele dag heeft staan tikken ’s avonds thuis niet meer tot tikken is te bewegen. Niet met koffie, niet met water. De zelfstandig onderzoeker staat met de handen in het haar. Hij bedacht nog dat de gestage verdamping iets bijzonders teweeg kon brengen in het grensgebied tussen vloeistof, lucht en bekerwand. Maar hij zou niet weten wàt. Je ziet er niets.

Zijn laatste hypothese is dat de PS-bekertjes belast met een zekere wandspanning door de fabrikant worden afgeleverd, zoals ook glas onder spanning kan staan. Als het polystyreen van de bekers in de loop van de tijd wat water absorbeert treedt een fysische ontspanning op die gepaard gaat met discrete vormverandering. Met kleine rukjes neemt het plastic een wat andere vorm aan. Ach, misschien is het wel je reinste quatsch.