Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Zorg

Kanker komt met de jaren

Siddhartha Mukherjee behandelt kankerpatiënten en is kankeronderzoeker. Maar voorlopig reist hij de wereld over, door het succes van zijn boek ‘Keizer aller ziektes: een biografie van kanker’. Sander Voormolen

We kunnen ons beter richten op verlenging van het leven dan op het elimineren van de dood, schrijft oncoloog Siddhartha Mukherjee in zijn veel geprezen boek De keizer aller ziektes: een biografie van kanker. De oorlog tegen kanker is volgens de Amerikaanse arts het beste te ‘winnen’ door dat woord anders te definiëren. Want ook als we alles weten over de biologie van kanker, zullen we die ziekte nooit uit ons leven kunnen bannen.

Mukherjee is pessimistisch geworden over de mogelijkheid kanker definitief te genezen. Daarvoor zag hij te veel patiënten die door een nieuw middel leken te zijn gered – de tumoren smolten als sneeuw voor de zon – maar bij wie de kanker een paar jaar later toch weer terugkwam. Zware chemotherapie of bestraling veroorzaken soms nieuwe tumoren, of de kanker ontwikkelt resistentie tegen het middel waar het eerst van slonk. “Behandelen, genezen, terugvallen, opnieuw behandelen, en weer genezen en terugvallen. Dat zal de praktijk zijn in de kankergeneeskunde de komende jaren”, zegt Mukherjee. “De ziekte kanker is veel ingewikkelder dan de wetenschap zich ooit had voorgesteld.”

Mukherjee was deze week in Amsterdam om de Nederlandse vertaling van zijn boek te promoten. Een week lang reist hij door Europa, zijn agenda tot op de minuut volgepland met interviews en presentaties.

Geplaagd door een jetlag hangt hij achterover in een stoel op zijn hotelkamer. Hij lijkt moe, maar zijn antwoorden op de vragen komen terug als mitrailleursalvo’s. Als zijn ogen dreigen dicht te vallen, staat hij resoluut op. “Vraag alsjeblieft gewoon door”, maant hij, “ik wandel even rond.”

Het aantal kankerpatiënten stijgt pijlsnel. Hoe komt dat?

Mukherjee: “De voornaamste reden is dat wij ouder worden. In 1900 werd de gemiddelde Amerikaan 47 jaar, nu is die levensverwachting gestegen tot ruim 78 jaar. Veel soorten kanker zijn leeftijdsafhankelijk. Een vrouw van dertig jaar heeft bijvoorbeeld een kans van een op vierhonderd om borstkanker te krijgen, bij een vrouw van zeventig is die kans toegenomen tot een op negen.

“Daarnaast is ook het landschap, de omgeving, veranderd. We zijn bijvoorbeeld gaan roken, waardoor vooral veel mannen longkanker krijgen. Een derde reden is dat wij met de moderne medische technieken kanker eerder ontdekken. Daardoor ontstaat een valse indruk dat er ook meer mensen met kanker zijn. Maar bijvoorbeeld door de mammografiescreening komen we nu veel meer gevallen van borstkanker op het spoor die anders gemist zouden worden.

“In de komende jaren zal wereldwijd het aantal kankerpatiënten dat er jaarlijks bijkomt nog verder stijgen tot 10 of 15 miljoen, met opnieuw veroudering en roken als belangrijkste oorzaken. Door nieuwe medicijnen overleven kankerpatiënten ook langer en dat zal ook bijdragen aan de stijging van het totaal aantal kankerpatiënten. Er zijn inmiddels hele gemeenschappen van overlevenden van borstkanker, en die groeien elk jaar. ”

U schrijft: het is niet de vraag óf je kanker krijgt, maar wanneer. Is dat niet wat zwaar aangezet?

“In sommige delen van de westerse wereld is het al zo dat een op de twee mannen in zijn leven kanker krijgt en een op drie vrouwen. Maar niet alle soorten kanker zijn dodelijk. Bijvoorbeeld prostaatkanker bij mannen en borstkanker bij vrouwen zijn redelijk te behandelen. De kans dat je ooit in je leven tumoren krijgt, is heel groot.”

Het verband tussen ziekte en oorzaak is bij kanker vaak vaag. Kunt u dat uitleggen?

“Ja, die vraag krijg ik heel vaak. Er zijn mensen die hun hele leven hebben gerookt en als ze negentig worden nog steeds geen longkanker hebben. Het is een kwestie van statistiek. Carcinogene stoffen in sigarettenrook verhogen de kans dat er tumoren ontstaan; het is alsof het gooien van dobbelstenen bepaalt of ze ontstaan. Daarnaast zijn er individuele verschillen die de gevoeligheid bepalen, bijvoorbeeld hoe iemands immuunsysteem functioneert of hoe zijn metabolisme de stoffen uit de tabak omzet in andere componenten die meer of minder schadelijk zijn. Maar het staat als een paal boven water dat over de hele populatie bekeken, roken longkanker veroorzaakt.”

Vindt u dat iedere kankerpatiënt behandeld moet worden voor zijn of haar ziekte?

“Ik raad mijn patiënten altijd aan om mee te doen met onderzoeken naar nieuwe geneesmiddelen. Ik vind het belangrijk daar niet zo nihilistisch over te doen. Als zo’n behandeling in de context van een experimenteel onderzoek plaatsvindt, dan biedt het ons ook de kans om er nieuwe kennis uit te halen. Dat is erg kostbaar ja, maar in het verleden zijn op deze manier al veel nieuwe therapieën gevonden.”

De hoop op één medicijn dat alle kanker bestrijdt lijkt vervlogen.

“Ja. Kanker blijkt zo divers. Onderzoekers die de genen van tumoren bestuderen, zien een warboel van variaties. Er zijn bijvoorbeeld verschillende vormen van borstkanker die zich totaal verschillend ontwikkelen. Maar zelfs in die grote verscheidenheid is een anatomie te ontdekken. Eén vorm van borstkanker vertoont bijvoorbeeld veel overeenkomsten met maagkanker. We beginnen langzamerhand algemene principes van de kankerbiologie te ontdekken. Dat zijn de achilleshielen van de kanker.

“Ik denk dat sommige soorten kanker door nieuwe medicijnen gericht op deze achilleshielen kunnen veranderen van een dodelijke ziekte in een chronische ziekte. Ik zie dat voor acute myeloïde leukemie en misschien ook voor borstkanker.”

Wat is de rol van het eigen afweersysteem bij het voorkomen van kanker?

“Sommige soorten kanker hangen samen met het ontbreken van een goede afweer, maar we moeten ervoor oppassen de rol van het immuunsysteem te overdrijven. In aidspatiënten die vanwege hun ziekte een ernstig verzwakte afweer hebben zie je veel kaposi-sarcomen en lymfomen optreden, maar ze hebben geen verhoogde kans op longkanker. De relatie met de lichamelijke afweer is dus heel specifiek.”

Hoe kijkt u aan tegen kankervaccins, die kanker veroorzaakt door virussen kunnen voorkomen?

“De vaccinatie van tienermeisjes in Nederland tegen het humane papillomavirus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt is een geweldig voorbeeld. Dit een vorm van kanker die zo te voorkomen is. Op dezelfde manier heeft een hepatitis B-vaccin het aantal gevallen van leverkanker in Azië waar deze virusinfectie veel voorkomt sterk teruggebracht. Ik verwacht ook veel van de vaccins tegen het Eppstein Barrvirus en hepatitis C die nog in ontwikkeling zijn. Die zouden veel lymfomen en levertumoren kunnen voorkomen.”

Er komen steeds meer genetische tests die de gevoeligheid voor kanker voorspellen. Kan kanker uiteindelijk worden voorkomen?

“Steeds meer. Preventie en behandeling beginnen nu te versmelten. Dat zie je bijvoorbeeld bij tamoxifen, een middel tegen borstkanker. Het wordt nu gegeven aan patiëntes bij wie al borstkanker is geconstateerd, maar ook aan vrouwen die tot de risicogroep behoren omdat borstkanker in de familie voorkomt.”

U bent opgeleid als bioloog en heeft zich later gespecialiseerd tot oncoloog. Maakt u dat een betere arts?

“Mijn eerste kanker zag ik door de microscoop, als cellen. Pas later in mijn intellectuele vorming kreeg ik te maken met patiënten en de enorm ingewikkelde psychische consequenties die hun ziekte met zich meebrengt. Dat ik mijn kennis zo van de grond af aan heb kunnen opbouwen, heeft zeker geholpen. In mijn boek gaat het overigens precies andersom: ik begin met de patiënten en ik eindig met met de cellen en de genen.”

Siddhartha Mukherjee. Keizer aller ziektes: een biografie van kanker. Uitgeverij Bezige Bij. pag. €.Een bespreking door Jolande Withuis () staat op nrcboeken.nl.