Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Jeremy Irons als een brute beurshaai

De ironie is de makers van Margin Call niet ontgaan. Ze wilden een film maken over de financieel-economische ineenstorting van 2008. Maar door diezelfde financiële crisis was het heel lastig om genoeg geld bij elkaar te krijgen om de film te kunnen maken.

Maar daar zat de jonge Amerikaanse regisseur JC Chandor dan toch achter de tafel bij een persconferentie op het filmfestival van Berlijn, waar zijn debuutfilm Margin Call als eerste film in competitie is vertoond. Met aan zijn zijde de grote acteurs Jeremy Irons en Kevin Spacey. Chandor leek het zelf nog nauwelijks te geloven dat hij in Berlijn mocht aanschuiven. De financiële crisis heeft al vele documentaires opgeleverd, maar Margin Call is met Wall Street: Money Never Sleeps van Oliver Stone een van de eerste speelfilms die financiële crisis bij de kop neemt.

De film speelt tijdens de nacht voorafgaand aan de crisis bij een kleine investeringsbank op Wall Street. Een wizzkid ontdekt er dat de financiële pakketten die de bank verkoopt feitelijk niks meer waard zijn. De jongste bedienden zijn de enigen die de ingewikkelde mathematische constructies begrijpen, die ten grondslag liggen aan de handel in slechte hypotheken. De oudere generatie is de draad al lang kwijt geraakt. Die wordt vertegenwoordigd door Spacey, die nog enigszins probeert te handelen in overeenstemming met zijn geweten, en Irons die er geen enkele moraal op nahoudt.

Het probleem met films over beurshaaien en snel geld is dat ze er al snel aantrekkelijk uitzien, hoe kritisch de bedoelingen van de filmmakers ook zijn geweest. De strakke pakken, de dure auto’s, de geur van wilde beesten op de beursvloer – ze zijn moeilijk van hun charme te ontdoen. Dat is de val waar regisseur Oliver Stone nu twee keer is ingelopen met zijn Wall Street-films. Chandor pakt het anders aan. De doorwaakte nacht voorafgaand aan de crisis is uitermate deprimerend. Deze gevoelsarme kerels, ongeschoren balancerend op de rand van de afgrond, zijn op geen enkele manier benijdenswaardig. Dat de commerciële vooruitzichten van Margin Call door het ontbreken van romantisering beperkt zijn, is wel zo consequent voor een film die kritisch staat tegenover doorgeschoten winstbejag.