Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

In huwelijken die zijn gearrangeerd door ouders is meer angst voor ontrouw

Partners in een gearrangeerd huwelijk zijn jaloerser dan degenen die hun wederhelft zelf hebben uitgekozen. Dat maken de Groningse sociaal-psycholoog Bram Buunk en zijn Argentijnse collega Alejandro Castro Solano op uit een tweetal onderzoeken, één in Groningen en één in Argentinië (Personal Relationships, februari 2011).

In de dierenwereld komt mate guarding, nauwlettend toezien dat de partner niet aan de haal gaat met een ander mannetje of vrouwtje, veel voor. Als mannetjes zulk gedrag vertonen, dient het om hun vaderschap te garanderen.

Ook bij mensen bestaat partnerbewaking. In de Etnographic Atlas (1967), een verzameling cultuurbeschrijvingen, schreef samensteller Peter Murdock dat in maar 4 van de 849 beschreven samenlevingen geen enkele vorm van partnerbewaking voorkomt. Toch bestaan er grote culturele verschillen. Zo verbieden maar weinig westerse mannen hun vrouw contact te hebben met andere mannen. In Saoedi-Arabië mogen getrouwde vrouwen niet zonder hun man de straat op.

Buunk en Castro Solano vermoedden dat de vrijheid van partnerkeuze een belangrijke rol speelt bij partnerbewaking en formuleerden de volgende hypothese: hoe meer invloed ouders hebben op de partnerkeuze van hun kinderen, hoe meer zorgen de partners zich maken over vreemdgaan van de ander. Buunk legde een steekproef van 80 studenten uit 30 verschillende landen – evenveel mannen als vrouwen – een lijst met vragen voor. Hij mat daarmee het verband tussen wat de studenten zagen als de invloed van ouders op de partnerkeuze van kinderen in hun land van herkomst – niet de voorkeur in deze van de studenten zelf – en hun neiging om een oogje te houden op de eigen partner. Dat verband bleek heel krachtig te zijn.

In zijn studie corrigeerde Buunk voor culturele verschillen in ‘collectivisme’, de mate waarin individuen blijk geven van trots, loyaliteit en een sterk gevoel van verbondenheid met de eigen familie of organisatie. Die bleek niet van invloed op partnerbewaking.

Ook binnen één cultuur blijkt de ‘waaksheid’ van partners afhankelijk te zijn van ouderlijke invloed op de keuze van een huwelijkskandidaat. Castro Solano vroeg aan 242 studenten in Buenos Aires in hoeverre zij invloed van hun ouders bij het kiezen van een partner wenselijk vonden en of, en in welke mate, zij zelf partnerbewaking nodig achtten. Degenen die de rol van de ouders belangrijk vonden, hadden ook een sterkere neiging hun partner in de gaten te houden. Dirk Vlasblom