Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

Egypte heeft het vertrouwen in het Westen allang verloren

Dertig jaar lang hebben de VS en Europa de nu gevallen dictator Mubarak geholpen. Europa steunt alleen democratie in de Arabische wereld als het volk een Europagezinde regering kiest.

Journalist en schrijver, geboren in 1962. Studeerde politieke wetenschappen in Parijs en Kairo. Auteur van de roman ‘Taxi’.

Om de gebeurtenissen in Egypte te begrijpen, moeten we terug naar de stelregels die voormalig president Mubarak sinds zijn machtsovername in 1981 gebruikte.

Egypte is een zwakke staat. Het Egyptische volk is lui en consumeert meer dan het produceert. Het is een volk dat minachting verdient.

De Verenigde Staten hebben de touwtjes in handen in de Arabische wereld, vanwege de olie en vanuit de overtuiging dat we bondgenoten zijn. Het streven was vrede en stabiliteit, om precies te zijn de vrede van de zwakken en de stabiliteit en continuïteit van hen die Mubarak hielpen regeren.

Het recept van de Wereldbank en het IMF voor economische ontwikkeling moest worden opgevolgd om de VS tevreden te stellen en hun economische steun te blijven ontvangen. Het politieke leven werd de nek omgedraaid. In plaats daarvan nam men genoegen met een vorm van democratische heerschappij waarbij het Egyptische volk alleen maar dacht aan brood en geen boodschap had aan vrijheid.

Het vredesverdrag met Israël moest overeind blijven om het Westen tevreden te stellen. We deden alsof we ons inzetten voor een oplossing van de kwestie-Palestina. In werkelijkheid kon het ons niets schelen wat daar gebeurde.

De politieke islam werd officieel beschouwd als vijandig, maar werd tegelijkertijd ondersteund met alle middelen, vooral met geld uit de bevriende Golfstaten. We zetten de deuren van de Egyptische media, de scholen en de universiteiten wijd open voor de politieke islam, opdat we die – hét schrikbeeld van het Westen – als reden konden aanvoeren voor hulp uit hetzelfde Westen. Israël wil immers geen islamitische staat van de omvang van Egypte als buurland.

De minachting voor cultuur en intellectuelen was diep. Elke politiek-islamitische stroming binnen het leger werd bestreden. Mubarak wilde in geen geval een herhaling van het scenario van de moord op Sadat. Tegelijkertijd deed hij alles eraan om zich te verzekeren van de loyaliteit van de troepen.

Enkele jaren nadat hij aan de macht kwam, werd persoonlijk, financieel gewin steeds belangrijker voor de president. Dit kwam aan het licht door het conflict met de toenmalige minister Abdel Halim Abu Ghazala (Defensie), over provisies in het kader van wapentransacties. Toen Mubaraks zonen halverwege de jaren tachtig hun studie hadden afgerond, begon de fase van het familiebedrijf. Daarna was Mubaraks vrouw Susan aan de beurt. Zij maakte carrière in de politiek.

Enkele decennia Mubarak als machthebber hebben geleid tot diverse, conflicterende krachten binnen het politieke stelsel, te weten: het leger, onder aanvoering van Omar Suleiman, de baas van de Egyptische geheime dienst; de oude garde, geleid door Safwat al-Sharif, die zo’n twintig jaar minister van Informatie was, vervolgens secretaris-generaal van de regeringspartij NDP en voorzitter van de Shura-raad; een groep rond Kamal al-Shadhli, die een paar maanden geleden overleed; en tot slot was er nog de machtige kliek rond Susan Mubarak met onder meer de vroegere minister van Cultuur, die ruim 23 jaar op het pluche bleef, de huidige minister van Informatie en enkele bestuursleden van de Nationale Raad, actief binnen de burgermaatschappij en uiteraard de zakenlieden rond Mubaraks jongste zoon Gamal.

Al deze groepen konden hun gang gaan, zolang ze zich hielden aan de onderlinge afspraak om niet in elkaars vaarwater te komen. De neergang van het dictatoriale regime werd vijf jaar geleden ingezet, toen Gamal Mubarak en de zijnen openlijk dongen naar een dominante positie in de regering. Over deze kliek, die op grove wijze de rechten van burgers schond en hun bezittingen inpikte, werd onder Egyptenaren al hevig gediscussieerd. Bij de jongste parlementsverkiezingen, in november vorig jaar, trok deze groep de macht naar zich toe. Ze pleegde openlijk verkiezingsfraude, om Gamal Mubarak bij de presidentsverkiezingen in september op de troon te krijgen. Ze groeven hun eigen graf.

De revolutie van de afgelopen weken ging uit van jongeren uit de middenklasse en de onderkant van de samenleving. Al snel kregen ze medestanders uit alle lagen van de bevolking, burgers die verlangen naar een einde aan de corruptie, naar meer werkgelegenheid en een aandeel in de economische groei. Mensen uit alle lagen van de samenleving sympathiseren met de revolutie, met uitzondering van hen die profiteerden van het regime en de conservatieven, die de verandering zagen als een bedreiging van hun veilige leventje. Zij vormen niet meer dan 15 procent van de Egyptische samenleving. Deze revolutie begon zonder leider, zonder duidelijk politiek programma en zonder banden met de oppositiepartijen en de moslimbroeders.

Twee weken lang probeerde het regime-Mubarak onverminderd vast te houden aan het beleid dat had gegolden vanaf dag één van de opstand. Dat beleid zag er zo uit: je schept een veiligheidsvacuüm, om de mensen angst aan te jagen, en geeft de revolutie de schuld. Je laat de demonstranten opjagen door een stel relschoppers. Aldus geschiedde op woensdag 2 februari. Het was een scène om nooit te vergeten – hoogopgeleide jongeren met mobiele telefoons in de hand aan de ene kant, ruige types op kamelen en paarden met zwaarden aan de andere kant. Verleden, achterlijkheid en lelijkheid enerzijds, vooruitstrevendheid en het verlangen naar verandering en schoonheid anderzijds.

In de media werd gespeculeerd dat de demonstranten het niet lang zouden volhouden, omdat de Egyptische burgers in meerderheid arm en onbemiddeld zijn en elke dag moeten werken voor hun brood.

De invloed van de politieke islambeweging is opgeklopt om het Westen bang te maken, door te wijzen op de invloed van Iran en de Libanese Hezbollah. Met de realiteit heeft dat niets te maken. Op de oppositie werd het ‘verdeel en heers’-principe losgelaten. Men zocht zogenaamd de dialoog met groeperingen binnen de oppositie. Sommige gingen hierop in, andere wezen het aanbod af. Het gevolg was verdeeldheid binnen de oppositie en geen dialoog.

Echte toezeggingen werden pas gedaan toen het leger onder leiding van Omar Suleiman de overhand kreeg. De hele kliek rond Gamal Mubarak werd afgeserveerd. Gamal Mubarak zelf werd uit de partij gezet. Ministers die hem trouw waren, werden afgezet. Deze laatsten kregen een uitreisverbod. Hun kapitaal werd bevroren. Volksvijand Ahmed Ezz, naaste vertrouweling van Gamal Mubarak en monopolist van de ijzer- en staalindustrie, werd opgeofferd. Ook hij kreeg een uitreisverbod. Daarna volgde Safwat al-Sharif, leider van de oude garde, die al veel invloed had verloren ten gunste van de kliek-Gamal Mubarak. Susan Mubarak was al helemaal uit beeld verdwenen. De president verklaarde dat hij over acht maanden zou aftreden. In een dramatische en aangrijpende toespraak maakte hij duidelijk dat hij op Egyptische grond wilde sterven.

Aan de andere kant stonden de demonstranten. Ze scandeerden leuzen, maakten grappen over zichzelf en het bewind en riepen om het aftreden van de regering. Wat ze eisten, was een democratisch systeem met vrije burgers, pluralisme en vrijheid van meningsuiting. Ze wezen elke vorm van dialoog af zolang Mubarak nog op zijn post zat. Het vertrek van Mubarak had voor hen de hoogste prioriteit, omdat anders de gesloten compromissen zomaar ongedaan konden worden gemaakt.

Mubarak hoopte te kunnen rekenen op de loyaliteit van het leger en probeerde de financiële en economische wereld ervan te overtuigen dat hij alles had gedaan wat mogelijk was om tegemoet te komen aan de eisen. Hij zou zich niet opnieuw kandidaat stellen en zou ook zijn zoon niet naar voren schuiven. Hij had zijn regering gewijzigd en degenen die verantwoordelijk waren voor de economische rampspoed overgedragen aan de justitie. De grondwet zou worden gewijzigd, om de democratie te waarborgen. Er kwam een onderzoek naar de gang van zaken rond de laatste parlementsverkiezingen. Mubarak dacht ook de belangen van de internationale gemeenschap in de regio veilig te stellen.

Wat denken de mensen op de straat over de houding van het Westen? Het Egyptische volk had het vertrouwen in het Mubarakregime en in het Westen verloren. De Europese landen zitten verstrikt in een gecompliceerd web van uiteenlopende belangen. De legitieme en humane principes waarvoor Egyptenaren de straat op gingen, waren voor hen volledig irrelevant.

Wij hebben vertrouwen in de volkeren van deze aarde, maar niet in regeringen, totdat die hebben bewezen dat ze ons vertrouwen verdienen. Hoe kunnen we vergeten dat de VS en Europa dictator Mubarak dertig jaar lang hebben bijgestaan? Europa ondersteunt democratie in de Arabische wereld alleen als het volk een Europagezinde regering kiest die zich inzet voor Europese belangen in de regio.

De revolutionairen gingen net zolang door totdat Mubarak vertrok. Die strijd hebben zij gewonnen. Zij hebben hem ten val gebracht. Ik ben ervan overtuigd dat het politieke en maatschappelijke leven in Egypte voor altijd grondig zal veranderen.

© Die Zeit