Eetdate

Koken om te versieren? Verzin een Moldavische herderschotel en gebruik vooral geen bonen.

Eten om de lust op te wekken. Ken Watanabe en Nobuko Miyamoto in Tampopo (1986) Tampopo Year: 1986 Director: Juzo Itami Ken Watanabe
Eten om de lust op te wekken. Ken Watanabe en Nobuko Miyamoto in Tampopo (1986) Tampopo Year: 1986 Director: Juzo Itami Ken Watanabe Photo12

Mijn klasgenoot heeft een blikje gepelde, maar hele mandarijnen op lichte siroop opengedraaid. Steek je middelste vinger er maar in, zegt hij. „Zo voelt het.” Triomf in zijn stem. Zo voelt wat? Ik steek mijn vinger erin. Haal hem er weer uit en lik hem af. „Meisjes”, zegt-ie. De vergelijking komt me, zestien als ik ben, vreemd voor. Maar niet veel later kan ik de proef op de som nemen. En verdomd zeg: de mandarijn. Zo gek was dat trouwens niet: het betrof hier de vriendin van die klasgenoot.

Eten en de lust des vlezes – vruchtvlezes in dit geval – je hoeft geen psychoanalyticus te zijn om de kracht van de combinatie te zien. Het gaat niet alleen om de associaties met de vormen en geuren, maar zelfs het idioom vertoont overlap: proeven, opwarmen, kneden, doppen. Zoals een eidooier sinds de film Tampopo een andere lading kreeg, een lik boter in Last Tango in Paris ranzig werd, zo hebben mijn mandarijnen sindsdien een bijsmaak.

Het is weliswaar een hoop, eh, mandarijnen later, maar toch ben ik verbaasd over het verzoek van dit weekblad of ik mijn licht kan laten schijnen over de lustopwekkende factoren bij een eetdate. Wanneer was de laatste keer dat ik deze vermoede expertise moest aanspreken? Lang geleden. Ik zie dit maar als compliment, men dicht me blijkbaar een grote eroditie toe.

Het hangt er maar helemaal vanaf in welk stadium je relatie zit, zegt mijn geraadpleegde Britse vriend Phil, die bekend staat om zijn grote relevante warenkennis – He’s had more women, than you had hot meals, zeggen ze dan in Engeland. Zo kunnen we aantekeningen vergelijken en een lijstje do’s en don’ts opstellen.

En daar heeft hij natuurlijk een punt. Als je iemand nét van dichtbij hebt leren kennen, hoef je je in de keuken niet uit te sloven. Dan wil je, overmand door eroties als je bent, vooral weten of de onderhavige onderdelen grofweg passen. Je hoofd staat dus niet naar langdurig kloppen, inleidende marinades of ander tijdrovend voorwerk.

Als je indruk wilt maken, doe dan niet die oesters, asperges, vijgen en ander voor de hand liggende, zogenaamd lustopwekkende, maar ge-woon genante ingrediënten. Dat is de culinaire versie van: „Hallo, kom jij hier vaker?”

Probeer evenmin te imponeren met klassieke gerechten. Tien tegen één dat je gaste jouw beef wellington of crêpes suzette in een restaurant al een keer beter heeft gegeten. Maak dus gerust boeuf stroganoff, maar zeg: „Dit is een Moldavische herderschotel, lijkt een tikkie op Stroganoff.” Het is alleszins toegestaan, immers: in liefde en oorlog, om extra te jokken. Dit is het gerecht dat Obama at op de avond dat hij besloot president te worden, zeg je dan. Of: dit was wat Darwin wenste voor hij met de Beagle het zeegat koos. Of: de Dalai Lama zondigt hiermee jaarlijks op zijn vegetariërschap. Het is maar waar je de conversatie heen wilt leiden.

Toch zijn ingrediënten niet onbelangrijk. Het is een flauwe kanttekening, maar met het oog op onflatteuze bijwerkingen is zware kost als bonen niet aan te bevelen.

Drink daarbij niet te veel, of in ieder geval niet meer dan het object van verlangen. Voor je het weet, zit je te bulderen om je eigen slechte grappen. Of drink allebéi zoveel, dat het decorum verloren raakt.

Nog eentje van Phil: zorg voor een grote voorraad chocolaatjes of drop. Mocht het dessert achter de kiezen zijn en de conversatie stokt, dan kun je nog wel lekker samen zitten kauwen. Als dat niet kan, ben je snel veroordeeld tot de bank en de televisie. En „once you got the telly on, you’re dead.”

En tot slot: als je niet tegen de hitte kunt, blijf dan uit de keuken weg.