Dit is een artikel uit het NRC-archief

Politiek

Eerste Kamer: Haagse of provinciale staatsgreep?

De stemming begint er een beetje in te komen. Nederlanders hoeven niet weken op een plein te staan roepen om de regering een signaal te geven. Wij houden verkiezingen. Zondag en maandag zijn hier lijsttrekkersdebatten. Voor welke verkiezingen ook al weer? Voor de Provinciale Staten. Maar de lijsttrekkers in Middelburg en Leeuwarden zullen we nooit

De stemming begint er een beetje in te komen. Nederlanders hoeven niet weken op een plein te staan roepen om de regering een signaal te geven. Wij houden verkiezingen. Zondag en maandag zijn hier lijsttrekkersdebatten. Voor welke verkiezingen ook al weer? Voor de Provinciale Staten. Maar de lijsttrekkers in Middelburg en Leeuwarden zullen we nooit kennen.

Op 2 maart mag u naar de stembus voor de raarste verkiezingen die we kennen. U weet niet wat er bij u in de provincie speelt, welke coalitie daar bestuurt, wat de partijen vier jaar geleden beloofden en wat zij er van hebben gemaakt. Gefeliciteerd als u één Statenlid bij naam kent. En toch zegt iedereen dat u voor de Provinciale Staten moet gaan stemmen  over drie weken.

Die Statenleden kiezen op 23 mei de Eerste Kamer. Daar gaat het om. Die Eerste Kamer moet het kabinet-Rutte aan een meerderheid helpen. Althans  volgens VVD, CDA en PVV. De oppositie in de Tweede Kamer wil graag dat
de Senaat - net als nu – vijandig gebied blijft voor het kabinet. Daardoor zijn de provinciale verkiezingen dit jaar sterk gepolitiseerd. Den Haag walst vrij schaamteloos over de provincies heen om de eerste electorale test van het gedoogkabinet uit te knokken.

Twee opiniepeilingen van eind deze week spreken elkaar opgewekt tegen. Volgens de één (Synovate in opdracht van Elsevier) halen de drie gedoogregerende partijen samen een kleine meerderheid van de 75 zetels in de Eerste Kamer. Volgens de andere peiling (TNS/Nipo voor Binnenlands Bestuur) zit dat er niet in, omdat te weinig aanhangers van de drie (mee-)regerende partijen van plan zijn te gaan stemmen. Vooral de PVV zal nog tweederde van de mogelijke achterban moeten wakker schudden.

Deze opleving van de belangstelling voor de Eerste Kamer is verklaarbaar maar opportunistisch en vrij riskant. Opportunistisch omdat men aan ‘de overkant’ de Senaat bij voorkeur doodzwijgt. Mocht het VVD, CDA en PVV
lukken een meerderheid te veroveren, dan wordt die vervolgens geacht er voor te zorgen dat we vier jaar niets meer van de Eerste Kamer horen.

De belangstelling voor de Eerste Kamer is dus wat de coalitie betreft tijdelijk en uitsluitend gericht op onderwerping van een Kamer die het coalitie- en gedoogakkoord niet heeft ondertekend. Een soepele coalitiemeerderheid lijkt handig maar het risico is dat het grootste nut van de Eerste Kamer wordt teniet gedaan.

Om maar iets te noemen, of de Senaat een parlementaire enquête houdt over twintig jaar privatisering hangt waarschijnlijk af van wie daar straks de meerderheid heeft. Een gedweeë Eerste Kamer is handig voor Rutte c.s. maar kan de bedoeling niet zijn van ons tweekamerparlement. Beide Kamers zijn medewetgever. Beide controleren het regeringsbeleid.

Onbegrijpelijk is de zorg van CDA en VVD en PVV niet. Sinds 1918 heeft de regerende meerderheid in de Tweede Kamer nooit genoegen hoeven nemen met een minderheidspositie in de Eerste Kamer. Tussen 1888 en 1918 kwam
dat wel voor. Dat kostte het kabinet wel eens een wetsontwerp, maar de huidige gedoogconstructie dwingt het kabinet ook in de Tweede Kamer tot lenigheid. En zelfs bevriende meerderheden in de Senaat hebben het wel
eens laten afweten.

De Eerste Kamer  werd in 1815 ingesteld op voorstel van de Belgen om als slaperdijk te fungeren tegen ‘de waan van de dag’: de Tweede Kamer die via directe verkiezingen de wil van het volk uitkraamde. De leden van de ‘nadenk-Kamer’ werden eerst voor negen jaar, daarna voor zes jaar en pas sinds 1983 voor vier jaar gekozen. Maar altijd getrapt, via de provinciale verkiezingen. Allemaal om de langere adem en de meer bezonken blik te bevorderen. En concurrentie met de belangrijkste Kamer te vermijden. Die dreigt nu door het opstoken van het coalitiepolitieke
vuurtje.

Door nu politieke verschillen in de Eerste Kamer aan te scherpen, dreigt Den Haag van die Kamer een één-dag-in-de-week kopie van de Tweede Kamer te maken. Herhaling is niet nuttig. En ongewenst gezien de wankele
legitimatie die uitgaat van verkiezing van senatoren via de al niet zo door het volk gedragen Statenleden. Bovendien, als de Senaat ook aan eerstelijnspolitiek gaat doen, dan wreekt zich het gebrek aan conflictregeling voor als de Kamers elkaar vierkant tegenspreken.

‘De kracht van de Eerste Kamer is haar zwakte’, heeft W.F. de Gaay Fortman, de voormalige ARP-minister eens opgemerkt. Minister Donner memoreerde de uitspraak dinsdag bij zijn herdenking van oud-senator Jan Vis. Die laatste behoorde tot de vooraanstaande denkers over onze parlementaire democratie die in de loop der jaren de toegevoegde waarde van de Senaat meer gingen waarderen. Als een verstandig, minder-partijdig soort veiligheidsklep in het democratische systeem.

Voorwaarde voor het vervullen van die rol is dat de straks gekozen senatoren  - ook de Brinkmannen en Hermansen die terugkeren aan het hoofd van hun fractie - zich niet lenen voor bestuurlijke dwang uit het Torentje of de minderheidscoalitielogica van de overzijde van het Binnenhof. De Eerste Kamer kan de regering behoeden voor slechte wetgeving en ondoordachte bestuursklussen mits zij vereend is. Saai, rustig, weloverwogen en zonder ijdelheid.

De kiezers kunnen hun bijdrage leveren door de komende weken vooral op hun provincie te letten. Vond u het fijn dat uw energiebedrijf werd verkocht aan een buitenlands concern? Werd het bedrijventerrein mooi gesaneerd? Stem dan op de partijen in uw provincie die dat van harte steunden. Niet op Job Cohen of Emile Roemer omdat u hen zo aardig vindt. Zij staan op geen enkele lijst. Stem provinciaal. Laat Den Haag 2 maart niet kidnappen. Dat is ook niet goed voor de Eerste Kamer.