Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Een luide gil: het is gebeurd! Mubarak is weg

Uitzinnig van blijdschap begroetten de betogers gisteravond het vertrek van president Mubarak. Dat het leger de macht nog altijd heeft, kon hen niet deren.

Yasseen Gaber (25) is net aan het uitleggen waarom hij meedoet aan de sit-in voor het radio- en televisiegebouw. „Zij hebben leugens verspreid. Ze hebben de Egyptenaren tegen elkaar opgezet”, zegt hij wanneer plotseling iemand een luide gil slaakt, gevolgd door een ‘Allahu Akhbar’, onmiddellijk gevolgd door heel veel ‘Allahu Akhbars’ uit duizenden kelen.

Het is gebeurd. Wat donderdagavond iedereen verwachtte, maar niet gebeurde, is nu toch gebeurd op een dag waarop iedereen bereid was om als het moest tot het bittere einde door te gaan. President Hosni Mubarak heeft de macht overgedragen aan het leger, heeft vice-president Omar Suleiman enkele seconden geleden droog meegedeeld op de staatstelevisie.

„Maar wat is er gebeurd? Wie bestuurt het land? Waar is Mubarak?” Gaber heeft nog moeite het nieuws te verwerken. „Wees nu eens tien minuten gelukkig! Dat zijn zorgen voor later”, roept een vriend.

Rondom ons verandert Kairo in een mum van tijd in een gigantisch straatfeest. Taxi’s en minibusjes rijden rondjes met gillende banden, jongens klimmen op legertanks en zwaaien met de Egyptische vlaggen die de laatste dagen op elke straathoek te koop waren om mee te betogen. De Egyptenaren feliciteren elkaar met ‘Elf mabrouk’ en elke buitenlander wordt nadrukkelijk welkom geheten in Egypte, alsof het land pas nu echt bestaat.

De 26-jarige Fouad Marei heeft een gelukzalige grijns op zijn gezicht. „Ik ben zo trots op wat wij hebben gedaan en vooral op de manier waarop we dit hebben gedaan. Mubarak is echt afgetreden onder druk van het volk alleen.”

Marei woont in Engeland maar is zo snel mogelijk naar Kairo gekomen toen de opstand begon op 25 januari. Sindsdien heeft hij op het Tahrirplein gekampeerd en hij was zo onder de inruk van wat hij daar gezien heeft dat hij er een essay over heeft geschreven onder de titel: de Republiek van Tahrir.

„In Egypte is de voorbije weken een nieuw sociaal contract afgesloten tussen de mensen. Op het Tahrirplein hebben jong en oud, man en vrouw, rijk en arm, christen en moslim elkaar gevonden. Mensen die tevoren nauwelijks contact hadden met elkaar. Dit was bovenal een sociale revolutie. De uitdaging nu is om de resultaten van het Tahrirplein te institutionaliseren, zodat we nooit meer teruggaan naar hoe het vroeger was.”

Hoe dichter bij het Tahrirplein, hoe meer de straten van Kairo zich vullen met uitzinnige mensen. Van pro- of anti-Mubarak is geen sprake meer: iedereen is nu pro-Egypte. Op het Talat Harbplein, waar vorige week woensdag de pro-Mubarakbetogingen begonnen die aanleiding gaven tot zoveel bruut straatgeweld, heeft een bakkerij luidsprekers buiten gezet en is een spontaan feest begonnen. Buitenlandse journalisten worden hier niet langer aangevallen maar vastgegrepen door mensen die hun vreugde willen uitschreeuwen. „Ik ben 25 jaar oud; ik heb nooit iets anders gekend dan Mubarak,” roept een jongeman. „Nu ademen we onze vrijheid in; morgen beginnen we te bouwen aan een nieuw Egypte.”

Op het bankje van een bushalte die beklad is met de slogan ‘Free Egypt’ zit Amr al-Iraqi (28) die zich voorstelt als de minister van Economie in de Egyptische schaduwregering. „Ik was erbij op 25 januari en ik heb meegedaan aan de veldslag tegen de politie op 28 januari. Ik ben zo trots op mijzelf en op heel Egypte.”

Dat de uitkomst van de Egyptische revolutie feitelijk een militaire machtsovername is, lijkt vandaag niemand te deren. „Het leger en het volk zijn als één hand”, zegt Al-Iraqi. „Dat was onze slogan en daar geloven wij vandaag nog steeds in. Maar als het leger plotseling gekke ideeën zou krijgen, dan krijgen ze opnieuw met ons te maken. We hebben bewezen wat de macht van de straat is, en we kunnen dat opnieuw toepassen wanneer we maar willen.”

Het centrum van het Tahrirplein is ontoegankelijk maar niet wegens legercontroles of agressieve Mubarak-aanhangers; er is gewoon veel te veel volk. Er wordt vuurwerk afgestoken, en mensen beschilderen elkaars gezichten met de Egyptische kleuren.

De 29-jarige Mohammed Mustafa is al twee weken niet meer thuis geweest. Hij heeft meegevochten om het Tahrirplein te beschermen. Wat hij van het nieuwe Egypte verwacht? „Vrijheid, gerechtigheid en vooral sociale rechtvaardigheid”, zegt hij. „Onder Mubarak had je alleen rechten als je dicht bij het regime stond.” Hij hamert erop dat zijn strijd vooral om waardigheid ging. „Waardigheid is belangrijker dan eten of geld.”

De 25-jarige Yasseen Gaber heeft inmiddels het nieuws verwerkt. „Ik herinner mij hoe ik als kind op school de foto van Mubarak moest groeten onder het zingen van het Egyptisch volklied. Weet je wat dat was: Egypte onder Mubarak? Hij is erin geslaagd onze gevoelens uit te schakelen. Egypte onder Mubarak leed aan een overweldigende collectieve depressie. Wij bevonden ons in een constante staat van lethargie; er was angst om iets te maken van je leven. En dat is nu allemaal weg.”

Op de Qasr al-Nil-brug, die naar het Tahrirplein voert, stromen duizenden mensen toe. Een van hen is de 31-jarige Sharif Azer. Hij was erbij toen tienduizenden mensen op 28 januari op deze plek de gehate politie van Mubarak letterlijk van de straat verdreven.

„Na de teleurstelling van donderdagavond durfden we vandaag niet teveel hoop te hebben,” zegt hij. „Maar tegelijkertijd had ik vandaag voor het eerst het gevoel dat heel Egypte het Tahrirplein was geworden. Ik denk dat veel mensen de laatste dagen van de vrijheid hebben geproefd en besloten hebben dat dat naar meer smaakte.”

Azer werkt in de mensenrechten en was dus zeer vertrouwd met de schendingen ervan onder Mubarak. „De folteringen, de willekeurige arrestaties, het was mijn dagelijks leven.” Of hij er vertrouwen in heeft dat die nu tot het verleden behoren? „Het stelt mij gerust dat het leger de nadruk legt op de grondwet en de verkiezingen. Maar het spreekt voor zichzelf dat we heel aandachtig moeten zijn voor wat er nu gebeurt. Als het ook maar begint te ruiken naar een militaire dictatuur moeten we klaarstaan. Maar ik denk dat ook het leger nu begrepen heeft dat het Egyptische volk niet meer met zich laat sollen.”