Een heuse hooiberg: zo zoet!

Onder een bladerdak dat hoog, groen én doorweekt boven ons hoofd hangt, met een grote rugzak op onze rug, besef ik opeens dat we al de hele dag samen door de lenteregen wandelen. We zijn een weekend aan het ‘proefkamperen’ om te zien of we komende zomer samen een trektocht door de bergen willen maken. De Veluwse bossen bij Hoog Buurlo zijn niets anders dan kletsnat. Wij worden met de seconde natter.

Terwijl de schemer valt, zien we ’m – dat wat later Dé Plek zal blijken te zijn.

Voor ons ligt een kleine, verlaten buitenplaats van een afgelegen boerderij. We drogen wat op, zittend op hooibalen onder het houten, puntige afdak op vier palen. Bij het doorgeven van de theemok staan ze daar opeens: wilde zwijnen. Eén voor één steekt een aantal volwassen dieren rustig het pad over, zo’n vijf meter voor ons. Dan opeens een trits biggen die wat sneller het pad kruisen, bijna snuit-aan-staart. Blij verrast en doodstil kijken we. Supertof!

Het regent nog steeds. Wat te doen? Nog ruim een uur lopen naar de camping, of… de deur van de schuur achter ons maar eens proberen. Die ziet er verlaten en ongebruikt uit: het hek naar het terreintje hangt scheef, op het paadje staat het gras tot kniehoogte. Totaal verbaasd zijn we als we zomaar naar binnen kunnen, de verlichting blijkt te werken en vooral: er is stromend water! Dat laatste is wel noodzakelijk, aangezien onze waterflessen nagenoeg leeg zijn. Binnen oogt het betrekkelijk schoon. Vlakbij de deur ligt een vloer van kaal beton, achterin is een heuse hooiberg. Kortom: hier blijven we! Na het eten, schikken we onze slaapzakken in het hooi. En dan. Daar. Dé Eerste Zoen. Oh! Zo zoet!