Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Milieu en natuur

De zacht wiegende cabine van een kraan

Romantische plekken zijn er in de wereld genoeg, maar de plek die ik zocht, heb ik niet meer kunnen vinden. Natuurlijk: kabbelende beekjes, bospaden, zolderkamertjes, intieme terrasjes, een deinend scheepje, een met bloemen versierde arcade, een vennetje, een bruin café – plekken te over. Maar nog nooit vond ik een locatie die voor mij dermate zeldzaam is dat die werkelijk met niemand anders te delen valt dan alleen met degene die ik lief heb. Een plek die alleen van mij kan zijn.

Ik schaam me daar wel enigszins voor. Het lijkt op elitair gedrag: iets willen hebben wat niemand anders kan hebben en daarmee willen pronken. Enkele jaren geleden had ik iets op het oog. Dat was een kraan, een bouwkraan, waarmee schepen worden gelost en geladen. Ik stam uit een familie van kraanbouwers. Hoewel de fabriek, die ooit door een van mijn voorvaders was begonnen, allang in andere handen is overgegaan, heb ik altijd een zwak voor kraantechniek gehouden. En vooral voor plaatsen waar kranen zwenken. Daar is dynamiek, lawaai, schepen, wijde vertes.

Enkele jaren geleden stuitte ik al surfend op een foto van een kraan – ik meen ergens in Friesland – die geen dienst meer deed, maar die in dikke letters op de giek mijn familienaam draagt. De eigenaar, een hotelier, had in de hooggelegen, altijd zacht wiegende cabine een riante kamer ingericht. Dat is de plek, riep ik verheugd in mijzelf, maar ik raakte de digitale vindplaats kwijt en heb de kraan tot op de dag van vandaag niet meer kunnen terugvinden. Mijn ultieme Valentijnsgeschenk zou het zijn die plek weer terug te vinden.