Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Onderwijs

De stelling van Paul Scharff: Als je inburgeren belangrijk vindt, moeten gemengde scholen blijven

He is schandelijk dat dit kabinet de segregatie in het onderwijs op haar beloop laat. De zwakste groep kinderen heeft baat bij de omgang met kinderen aan wie zij zich kunnen optrekken, zegt rector Paul Scharff tegen Derk Walters.

U bent de rector van het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam, dat actief streeft naar meer allochtone leerlingen. Wat vindt u ervan dat minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) deze week heeft gezegd dat de overheid niet langer de segregatie in het onderwijs bestrijdt?

„Ik vind het schandelijk. Het wordt te gemakkelijk geaccepteerd. Dit kabinet heeft een grote mond over de inzet die mensen van buitenlandse afkomst moeten tonen om volwaardig deel uit te maken van de maatschappij. Je kunt niet eerst kritiek uiten op allochtonen, omdat ze niet integreren, en vervolgens de segregatie in het onderwijs op haar beloop laten. Dat is onbegrijpelijk, inconsistent.”

Segregatie ontstaat onder meer doordat witte ouders hun kinderen naar witte scholen sturen. Als je dat wilt tegengaan, moet je hen iets laten doen wat ze niet willen. Zo maakbaar is de samenleving niet.

„Maakbaarheid kent inderdaad grenzen. Ouders bepalen de schoolkeuze. Als een ouder iets wil, moet je van goeden huize komen om ertegenin te gaan. Segregatie is ingewikkeld. Dat snap ik, maar is dat voldoende reden om het maar te laten lopen, alsof het niet uitmaakt dat we witte en zwarte scholen hebben?”

De kleur van leerlingen doet niet ter zake. Het doel van onderwijs is dat kinderen goed kunnen spellen en rekenen.

„Dat is een dooddoener. Over de kinderen van hoogopgeleide ouders hoeven we ons geen zorgen te maken, maar kansarme kinderen hebben rolmodellen nodig. De ideale mix is 60 procent kinderen van hoogopgeleide ouders en 40 procent kinderen van laagopgeleide ouders in een klas, of zeventig om dertig. Je moet klassen dus niet mixen op kleur, maar op sociaal-economische achtergrond.”

Verhoogt dat mengen van klassen de onderwijskwaliteit?

„Voor de zwakste groep kinderen is dat zeker zo. Het Nederlandse onderwijs splitst kinderen naar verhouding erg vroeg, op elfjarige leeftijd. Voor de zwakkere leerlingen zou je dat selectiemoment moeten uitstellen, voor de sterkere leerlingen niet. Die sterkere leerlingen zijn in het voordeel. Ze komen uit een goed milieu, waar een krant wordt gelezen en naar het Journaal wordt gekeken. Die zwakkere leerlingen zijn al in het nadeel door die vroege selectie. Als ze dan ook nog op een zwarte school belanden, waar ze vooral leerlingen tegenkomen die in hetzelfde schuitje zitten, hebben ze weinig om zich aan op te trekken.”

Onderwijssocioloog Jaap Dronkers heeft ontdekt dat kinderen op 100 procent zwarte scholen beter presteren dan kinderen op gemengde scholen.

„Dat is ongenuanceerd. Niemand kan mij wijsmaken dat het een voordeel is om kinderen niet in aanraking te laten komen met andere milieus.”

Dat kan zijn, maar het mengen van scholen is mislukt. Wat de overheid ook heeft geprobeerd, niets werkt.

„Dat is waar, als het centrale, landelijke initiatieven betreft. Lokaal lukt het soms wel. Dat ligt vaak aan hoe gemeenten zich opstellen. In Rotterdam wilden groepjes witte ouders op zes of zeven plaatsen proberen om zwarte scholen gemengd te krijgen. De gemeente straalde uit dat ze dat van belang vindt.

„Je moet het inderdaad niet organiseren, met bussen die kinderen vervoeren naar de andere kant van de stad, of met centrale intakegesprekken. Dat geregel van bovenaf heeft ook hypocriete kanten. Zo wilden sommige directeuren van zwarte scholen liever niet te veel witte kinderen, omdat ze dan in het vervolg minder geld zouden krijgen van de overheid.”

Zo bezien is het toch goed dat de minister niet van bovenaf de segregatie wil bestrijden?

„Ik vind het van iedereen goed als hij dat zegt, maar niet van de minister.”

Waarom niet?

„Omdat de minister een voorbeeldfunctie heeft. Naar alles wat zij zegt, wordt goed geluisterd. Als zij enthousiast zou zijn over gemengde scholen, zou dat helpen. In plaats daarvan legt ze zich neer bij de bestaande situatie. Ze gebruikt het argument dat gemengde scholen niet per wet kunnen worden afgedwongen, alsof je iets pas kunt doen als je het wettelijk kunt afdwingen. Ze verlangt kwaliteit, maar weigert die kwaliteit positief te beïnvloeden door gemengde leerlingenpopulaties na te streven.”

Die groepjes ouders die willen mengen, vormen een uitzondering.

„Dat is waar. Daar kun je je bij neerleggen, of je kunt met hen in debat gaan. Veel mensen willen lagere belastingen. Is dat een reden voor het kabinet om de belasting te verlagen? Een ambitieus kabinet gaat uit van zijn eigen kracht.”

U kunt ouders geen ongelijk geven als ze zeggen dat ze niet willen experimenteren met hun kinderen.

„Ik snap dat ze dat niet willen. Ik heb ook bewondering voor ouders die dat experiment wel aangaan. Je wilt voor je eigen kinderen doorgaans wat anders dan voor de rest van de wereld.

Het Rijk kan gedrag niet veranderen.

„Dan moet het ook ophouden met het ontmoedigen van roken of het tegengaan van crimineel gedrag.”

Veel stadswijken zijn ongemengd. Is het zinvol om in die wijken te streven naar gemengde scholen?

„Je ziet dat die ongemengde wijken steeds meer van bovenaf worden gemengd, bijvoorbeeld door een deel van de sociale huurwoningen te vervangen door aantrekkelijke starterswoningen voor yuppen. Waarom kunnen we die ambities wel vertonen in de woningbouw, maar niet op scholen?”

Wilt u dan maatschappelijke problemen oplossen via het onderwijs?

„Ik ben niet Van Kemenade, de vroegere minister van Onderwijs van de PvdA die sterk geloofde dat je maatschappelijke problemen kon oplossen door bepaalde zaken door te voeren in het onderwijs. Dat valt tegen. Dat is misschien maar goed ook. Het andere uiterste is in stand laten wat toevallig gebeurt, bijvoorbeeld door het salaris van ouders, of door een gebrekkige taalvaardigheid van slimme, allochtone kinderen. Is het onderwijs bedoeld om het algemene niveau in Nederland te verheffen? Als je dat vindt, denk dan aan de zwakkere kinderen.”

U lijkt het mengen van scholen te beschouwen als een doel op zich. In de praktijk voelen veel mensen zich goed bij mensen die op hen lijken. Dat geldt voor witte ouders op witte scholen en voor zwarte ouders op zwarte scholen.

„Mensen kiezen inderdaad voor hun eigen groep. Dat geldt ook voor kinderen. Als autochtone en allochtone kinderen elkaar niet op school ontmoeten, versterkt dat de tweedeling in de maatschappij. Ik kan iedereen aanraden om gewoon af te stappen op mensen die anders zijn dan jezelf. Dat moet je niet per wet regelen, maar je kunt wel dat gedrag aanmoedigen. Zie de bordjes met spelregels erop die her en der in Rotterdamse straten hangen, bijvoorbeeld dat de mensen in een bepaalde straat elkaar groeten. Het neigt misschien naar betutteling, maar het is in elk geval een poging om mensen met elkaar in contact te laten komen.”

In steden als Amsterdam en Rotterdam is een goede leerlingenmix niet eens mogelijk, doordat de meerderheid van de leerlingen allochtoon is.

„Dat is waar, maar moet dat een witte school ervan weerhouden om te streven naar meer zwarte leerlingen? Het Erasmiaans Gymnasium richt zich ook op kinderen uit milieus waar het gymnasium niet vanzelf spreekt. We zijn toegankelijk voor alle kinderen die ons onderwijs aan kunnen. We geloven in gymnasiaal onderwijs, ook en juist voor de kinderen die de drempel over moeten.

„Gymnasia zijn vaak witte bolwerken. Rectoren zeggen dat ze wel meer allochtone kinderen willen, maar dat die leerlingen niet komen. Het Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag, dacht daar iets op te hebben gevonden. Die school reserveerde 10 procent van de plaatsen voor allochtone leerlingen. Dat leidde zelfs tot Kamervragen, van de VVD, hoewel de rector alleen maar probeerde om zijn school wat te mengen.”

Waarom kiezen allochtone leerlingen niet snel voor zelfstandige gymnasia?

„Daarvoor kunnen ze veel argumenten hebben. De school kan in een wijk staan waar ze nooit komen. Het gebouw is plechtig. Het soort Nederlands dat de leraren spreken, kennen ze niet. Uit niets blijkt dat allochtone kinderen daar welkom zijn. Dat zijn hoge drempels. Het is vreemd als een rector zegt dat hij niets kan doen aan de aanwas van allochtone kinderen. Je kunt wel iets doen! Een goed voorbeeld is het 4e Gymnasium in Amsterdam. Daar zie je allochtone leerlingen een gymnasiumdiploma halen dat ze zonder die school misschien niet zouden hebben gehaald.”

Witte scholen kunnen ook andere redenen hebben om niet actief te streven naar een gemixte populatie. Zo lijkt mij dat witte scholen eerder verzekerd zijn van aanwas van nieuwe leerlingen als ze wit blijven.

„Mengen moet je wel durven. Een te zwarte school is ook niet goed. Dan krijg je de situatie dat de beter gesitueerde allochtonen zelf ook op zoek gaan naar wittere scholen voor hun kinderen. Dan houd je vooral de laagopgeleide allochtonen over. Dat zou het failliet zijn van de school.

„De vorige school waar ik rector was, het Libanon Lyceum in Rotterdam, dreigde helemaal zwart te worden. Daar is, vooral na mijn tijd, een aardige mix ontstaan in de onderbouw, fiftyfifty. Die school is een mooie ontmoetingsplek. Zo kun je de angst voor elkaar wegnemen. Daar wordt Rotterdam beter van.”

Dus de minister creëert met haar uitspraken geen betere steden?

„Inderdaad.”

U propageert vooral zachte waarden. Dat is nu niet echt in de mode in de politiek.

„Dat bestrijd ik. Inburgering vindt iedereen belangrijk. Het mengen van scholen bevordert dat. Het kabinet gebruikt grote woorden over wat moet worden bereikt, maar veronachtzaamt wat moet gebeuren om dat doel te bereiken.”