Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Economie

Dansen in een metro die straks even niet rijdt

In de grote steden rijden volgende week veel minder trams, bussen en metro’s. Als protest tegen de korting op het openbaar vervoer.

Eerst feesten, dan staken. Het openbaar vervoer in Amsterdam ziet er de komende dagen anders uit dan anders. Werknemers van het Amsterdamse vervoersbedrijf GVB staken maandag om te protesteren tegen het kabinetsplan om 120 miljoen euro te bezuinigen op het stadsvervoer in de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Maandag rijdt zo’n 40 procent van de trams, bussen en metro in de hoofdstad niet.

Om hen te steunen hebben honderden mensen aangekondigd vanavond vanaf negen uur te gaan feesten in de metrotoestellen van het GVB. Een eerder initiatief voor een soortgelijk dansfeest werd deze week afgeblazen nadat 2.500 mensen hadden laten weten te komen. Een andere initiatiefnemer deed daarop een oproep op Facebook het feest alsnog doorgang te laten vinden. Het GVB is niet blij de ‘metrorave’, maar zegt het dansfeest wel een sympathiek gebaar te vinden. De Amsterdamse staking is de eerste in een serie van drie. Dinsdag volgt Den Haag (vervoersbedrijf HTM), woensdag Rotterdam (RET).

Het kabinet denkt dat de steden de bezuiniging kunnen terugverdienen door het vervoer openbaar aan te besteden. Maar de vervoersbedrijven vinden dat onrealistisch omdat ze de afgelopen jaren al veel efficiënter zijn gaan werken. De verkeerswethouders van de drie steden, allemaal VVD’ers, zijn het daarmee eens. Zij vrezen dat de bezuinigingen leiden tot het schrappen van lijnen, lagere frequenties en hogere tarieven. De steden krijgen ook nog te maken met een bezuiniging van 200 miljoen op het openbaar vervoer in heel Nederland, waarvan een nog onbekend deel hen treft.

Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) vindt dat het stadsvervoer nog efficiënter kan. „Er zijn altijd weer nieuwe mogelijkheden, de wereld staat niet stil”, zei ze afgelopen donderdag in een debat in de Tweede Kamer. Daarnaast moet het stadsvervoer ook „een bijdrage leveren aan het op orde brengen van de overheidsfinanciën”, aldus Schultz.

De verplichte openbare aanbesteding is een breuk met de lijn van het vorige kabinet dat de steden juist een uitzonderingspositie wilde laten behouden. In de rest van Nederland is het openbaar vervoer de afgelopen jaren al openbaar aanbesteed. De ervaringen daarmee zijn prima, blijkt uit een evaluatie van Twynstra en Gudde die eind vorig naar de Tweede Kamer werd gestuurd. Aanbesteden heeft geleid tot tot lagere kosten, een even zo goed vervoersaanbod, en tevreden reizigers.

Toch kleven aan openbare aanbesteding in de drie grote steden risico’s. De vervoersnetwerken zijn omvangrijk en complex. Het is dus lastig dienstregelingen van bus, tram en metro goed op elkaar te laten aansluiten. Ook de rails in de steden vormen een probleem. Het laten rijden van alleen bussen is eenvoudiger dan het specialistische onderhoud van rails. Verder zijn mogelijke problemen na een openbare aanbesteding in de stad veel zichtbaarder dan op het platteland. Politici zijn er daarom huiverig voor. Naast meer risico’s spelen ook emotionele redenen mee. Vervoersbedrijven zijn al lang in hun stad actief, er zijn nauwe banden met de lokale overheid.

De Tweede Kamer is zwaar verdeeld over het kabinetsplan. VVD, CDA, en PVV zijn voor en vinden de stakingen van volgende week voorbarig. De andere partijen vinden de aanbesteding „een onzalig plan”. Deskundigen onderkennen de risico’s maar staan er wel achter. „Er valt ook wat te verdienen”, zegt Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft: „Goedkoper en beter openbaar vervoer. Ik zie geen reden om het niet te doen.” Van Wee oppert het eerst eens in één stad te testen.

Ook volgens vervoerseconoom Erik Verhoef van de Vrije Universiteit in Amsterdam kun je met „slimme concessies” verder komen dan nu, met één bedrijf zonder concurrentie: „Maar dan moet je wel veel creativiteit aan de ondernemers laten. Niet alleen een takenpakket dichttimmeren en kijken wie dat voor het minste geld kan doen.”

In het buitenland, bijvoorbeeld in Londen en Stockholm, zijn succesvolle openbare aanbestedingen geweest. Maar het grote verschil is dat de gemeentelijke vervoersbedrijven daar zelf stapsgewijs onderdelen aanbesteden, bijvoorbeeld een aantal buslijnen. Het bedrijf wordt zo een soort regisseur dat het ‘rijden’ uitbesteedt en zelf verantwoordelijk blijft voor bijvoorbeeld dienstregelingen, ontwerpen van het lijnennet, en marketing. De RET werkt aan de invoering van een soortgelijk model.