Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

Blij om militaire coup

Zeventien dagen duurden de demonstraties. Zeventien dagen bleef de protestbeweging meestal vreedzaam, ook toen ze werd aangevallen door agenten in burger en zelfs knokploegen. President Obama vond gisteren voor de Engelssprekende wereld de juiste woorden. „Er is iets in de ziel dat smeekt om vrijheid.”

Op de achttiende dag betaalde dit geduld zich uit. In een soort militaire coup. Want zo moet de mededeling van vicepresident Suleiman gistermiddag, dat president Mubarak was afgetreden en de macht had overgedragen aan het Hoogste Raad van de Krijgsmacht van Egypte, toch wel worden samengevat.

Een explosie van vreugde was het gevolg. Na dertig jaar liggen een nieuwe president en nieuwe, democratischer verhoudingen wellicht in het verschiet. Blijdschap over een machtsgreep door het leger dat dit mogelijk maakt: het is even wennen. Zeker voor het Westen dat decennia veel energie en geld in het oude bewind had gestoken. Maar in Egypte is het realiteit. Sterker, de burgerrevolte hoopte op arbitrage van de krijgsmacht die zich, als dienstplichtigenleger, gewoon kon vervreemden van het volk.

En toch kwam de apotheose nog als een verrassing. Want de militairen laveerden zo tussen alle pionnen dat het leek alsof de hoogste officieren in een harde machtsstrijd verwikkeld waren.

Donderdag liet de legerleiding in ‘communiqué nummer 1’ weten dat ze „de legitieme eisen van het volk” steunde. Maar na een mysterieuze tv-rede van Mubarak kwam ze met ‘communiqué nummer 2’: de staat van beleg zou worden opgeheven als er een einde kwam aan de huidige toestand, dus pas nadat iedereen naar huis was gegaan. Ze leek zich rond de macht te scharen.

De civiele structuren van het bewind verkruimelden intussen met het uur. Zo verging het de communistische partijen in Oost-Europa in 1989 ook. Zij het met dit verschil dat die partijen de macht meestal konden overdragen aan een uitgekristalliseerde oppositie, voor wie Amerika juist een stralend voorbeeld was.

Beide is in Egypte niet het geval. Het land gaat een ongewisse overgangsperiode tegemoet. Bij gebrek aan politieke structuren zijn daarin alle mogelijke chicanes en terugslagen denkbaar. Tijd is nodig. Tegelijkertijd wil de burgerij, die nu gewonnen heeft, ook snel resultaten zien. Het evenwicht is dus heel precair.

Er staat veel op het spel: niet alleen voor Egypte zelf maar ook voor de buurlanden in het Midden-Oosten, Amerika, Europa en andere grote mogendheden. De seculiere dictators in Egypte en Tunesië zijn gevallen. Maar het vacuüm dat ze achtergelaten hebben, is nog lang niet opgevuld. Het kan nog alle kanten op.

Amerika en Europa hebben maar een paar opties: net zoveel geduld betrachten als de burgerrevolte in Egypte en steeds steun bieden aan het geweldloze democratische kamp. Obama heeft gisteren een belofte gedaan. Die moet en kan worden ingelost.