Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Bij Holl is de dood een trooster

Rusland Festival ASKO-Schönberg o.l.v. Reinbert de Leeuw m.m.v. Robert Holl (bas). 10 febr. Concertgebouw, Amsterdam. ****

Geen mooidoenerij, dát is volgens bas Robert Holl (63) typisch Russisch. Het typeerde zijn aanpak in Moessorgski’s Liederen en dansen van de dood. De uitvoering, in de ongehoord kleurrijke, tekstschilderende orkestratie van de Russische componist Alexander Raskatov (57) was een triomf.

Holl maakt precies die herfstbloei door die je een bas van zijn formaat zou toewensen. Zo zielkervend en bedreigend klonk het Wiegenlied van de dood zelden, verpletterend en ontgoochelend was de Veldmaarschalk.

Holl foezelt niet met tonen, liederen zijn voor hem gezongen theater. Wat doodzonde dat dit concert niet werd opgenomen en wat bedrukkend dat het beste deel van het Concertgebouw voor dit repertoire (het balkon) was afgesloten: onvoldoende publiek.

In het kader van het Rusland Festival wijdde het ASKO/Schönberg het programma verder aan eigentijdse Russen. Valery Voronov (1970) vertegenwoordigde de jongere generatie. Zijn taal bleek zowel zinnenprikkelend als uiterst duister. Aus dem stillen Raume, op teksten die gevangenen in de Tweede Wereldoorlog in hun celmuren krasten, is rijk aan ijle akkoorden en onverwachte instrumentale kleuren. Een lepel schraapt langs pianosnaren, Lili Marleen klinkt op een minispeeldoosje; beide sterke effecten.

Duister in meer overweldigende zin was Eastanbul van Vladimir Tarnopolski (1955), de chaotische metropool Istanbul bezongen als kakafonische klankorgie in ABA-vorm. Mooi was het Oosters-mystieke slot met aangestreken bekkens: zo bleef het geheim van de stad intact. Maar tegen Holls zeggingskracht waren Tarnopolski noch Voronov opgewassen.