Tussen zinnelijk en vergeestelijkt

Hij werd geboren als zoon van een koperslager en stierf als ‘de begaafdste dichter van België’. Alles daartussen over Karel van de Woestijne is nu superieur geboekstaafd, tot aan de roes van de bevrijding in 1918, die de dichter een dochter opleverde.

NLMD02_W-00807-III-003, 12-06-2007, 12:32, 8C, 3250x2176 (1150+2842), 100%, zwbariet2, 1/80 s, R52.3, G34.1, B41.8
NLMD02_W-00807-III-003, 12-06-2007, 12:32, 8C, 3250x2176 (1150+2842), 100%, zwbariet2, 1/80 s, R52.3, G34.1, B41.8

Peter Theunynck: Karel van de Woestijne. Biografie. Meulenhoff/ Manteau, 540 blz. € 34,95.

De Belgische dichter Karel van de Woestijne (1878-1929) geldt met zijn Noord-Nederlandse collega’s J.H. Leopold en P.C. Boutens als de voornaamste vertegenwoordigers van het Symbolisme, dat rond 1900 de belangrijkste kunststroming was. Van Van de Woestijne bestaat een achtdelig Verzameld werk, zijn journalistieke werk is in maar liefst vijftien delen verzameld en zijn Verzamelde dichtwerk werd in 2007 nog in twee dikke delen opnieuw uitgegeven in een mooi en verantwoorde editie. Maar of hij ondanks zijn faam nog veel wordt gelezen, is de vraag.

Zijn werk houdt vooral academici bezig, die de ene na de andere studieuze publicatie over zijn werk het licht doen zien. Die zijn meestal zo dor geschreven dat een groter publiek er eerder door wordt afgeschrikt dan geënthousiasmeerd. Misschien dat Peter Theunyncks goed gedocumenteerde biografie daarin verandering brengt, want die is helder, toegankelijk en met een aangename distantie geschreven.

Theunyncks biografie is de tweede die aan Van de Woestijne wordt gewijd. In 1942 verscheen al eens een in alle opzichten loodzwaar boek door de latere Leidse hoogleraar P. Minderaa. Het reikte niet verder dan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Ruim veertig jaar later volgde nog een postume aanvulling tot het jaar 1919.

De superieure biografie van Theunynck omvat vanzelfsprekend Van de Woestijnes hele leven, van zijn geboorte in Gent als zoon van een koperslager in maart 1878 tot zijn vroege dood in augustus 1929. ‘Met Karel van de Woestijne is de begaafdste dichter van België van ons heengegaan’, berichtte het Haagse dagblad Het Vaderland.

Van de Woestijne debuteerde op zijn achttiende jaar in het tijdschrift Van Nu en Straks, dat in Vlaanderen, net als De Nieuwe Gids in Nederland, verantwoordelijk was voor een revolutionaire opleving in de literatuur. Dat debuut in een Nederlandstalig tijdschrift was opmerkelijk, omdat Van de Woestijne opgroeide in een verfranst milieu.

Tachtigers

Van de Woestijne werd als dichter beïnvloed door de Franse symbolisten en de Nederlandse Tachtigers, maar ontwikkelde een geheel eigen idioom. Dat idioom beweegt zich tussen zinnelijkheid en vergeestelijking. Je zou Van de Woestijne wegens die zinnelijke inslag een van de weinige Nederlandse decadente dichters kunnen noemen.

In boekvorm debuteerde hij als dichter in 1903 met de bundel Het vader-huis. Zijn debuutbundel werd gedrukt bij de bibliofiele Gentse drukker Jules de Praetere, maar werd in Nederland verspreid bij de Amsterdamse uitgever L.J. Veen. Zijn werk zou vanaf dan in Nederland blijven verschijnen. Al snel stapte Van de Woestijne, zoals zo veel Vlaamse auteurs, over naar uitgever C.A.J. van Dishoeck in Bussum, die tot Van de Woestijnes dood het merendeel van diens imposante productie uitgaf. Voor Van Dishoeck redigeerde hij ook een tijd lang met August Vermeylen, Stijn Streuvels, Herman Teirlinck, Emmanuel de Bom en anderen het tijdschrift Vlaanderen, dat vanaf 1903 als opvolger van Van Nu en Straks verscheen.

Van de Woestijnes eigenlijke debuut in boekvorm was echter niet Het vader-huis, maar de eveneens in 1903 verschenen beknopte studie De Vlaamsche Primitieven. Hoe ze waren te Brugge, want behalve dichter was Van de Woestijne ook kunstcriticus, romanschrijver en journalist. Er zou nog een aantal bundels kunsthistorische opstellen volgen, grotendeels gewijd aan tijdgenoten als George Minne, Albijn Van den Abeele, Valerius De Saedeleer en Karels broer Gustave van de Woestijne, schilders die allen woonachtig waren in Sint-Martens-Latem, destijds het Barbizon van Vlaanderen. Ook Karel van de Woestijne woonde daar van 1900 tot 1906.

Van de Woestijne heeft nooit van zijn literaire werk kunnen leven en had bovendien een echtgenote met een gat in haar hand. Vandaar dat hij in 1906 naar Brussel verhuisde om voor de Belgische regering allerlei vertaalwerkzaamheden te verrichten. Ook werd hij om in zijn levensonderhoud te voorzien Brussels correspondent voor de Nieuwe Rotterdamse Courant.

Censuur

Tot zijn dood hield hij het Nederlandse publiek nauwgezet op de hoogte van het culturele leven in de Belgische hoofdstad, maar ook volgde hij nauwgezet de politiek. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kon hij dankzij vriendschappen met in Brussel gelegerde Duitsers als de dichter Rudolf Alexander Schröder en de uitgever Anton Kippenberg behendig om de censuur heen laveren. Dat maakt vooral zijn journalistieke werk uit die periode tot een unieke bron. In 1920 wordt Van de Woestijne na een heftige strijd docent aan de Gentse universiteit. Dit hoofdstuk in Theunyncks biografie biedt een gedetailleerde inkijk in de Vlaamse kwestie en Van de Woestijnes weinig standvastige standpunt daarin. Ook hier toonde hij het individualisme waarvan zijn hele werk doortrokken is.

Het is verfrissend weer eens een biografie te lezen die zich niet uitput in een analyse van het literaire werk of die uitmondt in een receptiegeschiedenis, maar zich beperkt tot een daadwerkelijke levensbeschrijving van de wieg tot het graf. De leesbaarheid wordt verhoogd doordat Theunynck de anekdote niet schuwt. Zo lezen we bijvoorbeeld hoe Van de Woestijne als 16-jarige door een iets oudere dienstmeid werd besprongen en daardoor mogelijk een levenslang trauma heeft overgehouden, en hoe zijn tweede dochter tijdens het overwinningsvuurwerk bij de bevrijding na de Eerste Wereldoorlog werd geconcipieerd omdat Van de Woestijne de geest kreeg door het gehijg van hoeren en soldaten op de verdiepingen boven en onder hem.

Dergelijke aardigheidjes zorgen voor de noodzakelijke sjeu, maar relevanter is dat Theunynck een goed oog heeft voor de literaire en historische context waarbinnen Van de Woestijne zich beweegt. Die context komt aangenaam uitgebreid aan de orde, waardoor het diafragma van Theunyncks biografie optimaal is. Daarom is het wat merkwaardig dat de ‘autobiografische’ roman-in-brieven De leemen torens, die Van de Woestijne een jaar voor zijn dood met Herman Teirlinck (in Theunyncks woorden zijn ‘beste, intiemste vriend’) publiceert, zo weinig aandacht krijgt.

De detaillering die Theunynck in zijn biografie geeft, is altijd relevant en schiet nooit zijn doel voorbij. De greep die hij daarmee op het leven van Van de Woestijne en op diens omgeving heeft gekregen, maakt zijn biografie tot een onmisbaar werk voor wie de Vlaamse literatuur van het begin van de 20ste eeuw wil begrijpen.

    • Sjoerd van Faassen