Niet gestoord door gerinkel en gezwets

De Fransen gaan prat op hun latijnse imborst, op hun anti-autoritaire instelling.

Maar in de openbare ruimte merk je daar weinig van. „Het is hier één lange stiltecoupé.”

„Goedenavond en welkom op uw TGV met eindbestemming Gare du Nord. Gelieve uw mobiele telefoon op stil te zetten en eventuele gesprekken te voeren in de ruimtes tussen de wagons.”

Zo ongeveer begint in Frankrijk elke rit met de hogesnelheidstrein, naar welke bestemming ook. Vervolgens heerst in de wagon een heerlijke stilte. De vriendelijke vraag om medereizigers niet te storen wordt met haast ijzeren discipline nageleefd. In de Franse trein geen opdringerige ringtones, geen ‘Ik zit nu in de trein, en jij?’ of schreeuwerige conversaties. Alleen het geritsel van een krant of zacht getik op een toetsenbord kan de vredige stilte even verstoren. Waar is de latijnse inborst gebleven? De anti-autoritaire instelling? De volgende Franse revolutie zal alvast geen vorm krijgen in de hogesnelheidstreinen. Eén lange stiltecoupé is het.

„In dit soort zaken zijn Fransen behoorlijk gezagsgetrouw”, zegt Marc Prust, een Nederlander die sinds een jaar of vijf in Saint-Germain-en-Laye woont en wekelijks een paar keer richting hoofdstad spoort. „Sinds er een wet is die je verplicht om een fluo hesje in de auto te hebben, heb ik op de snelweg nooit meer een Fransman gezien die zonder zo’n hesje uit de wagen stapt bij autopech.” De stilte in de treinen vindt hij heerlijk. Terug in Nederland, of in de Thalys naar Amsterdam, ergert hij zich aan het lawaai. „En als je vriendelijk vraagt of het misschien een beetje zachter kan, krijg je als antwoord: het is hier toch geen stiltecoupé!”

Hoe anders gaat het eraan toe in Franse treinen. Wie vergeet zijn beltoon uit te zetten en wordt gebeld, kan rekenen op een blik vol onbegrip. De zonderling die het waagt om zijn gesprek toch in de wagon te voeren, wordt boos de coupé uitgekeken. Een knikje of een gebaar met de telefoon volstaat om je buurman/vrouw te laten opveren om je doorgang te verschaffen naar de ruimte tussen twee wagons, waar plaats is om te bellen. In de coupé overheerst de non-verbale communicatie. Het is niet alleen gezagsgetrouwheid. Het heeft ook te maken met respect voor de persoonlijke levenssfeer in de openbare ruimte. Pour vivre heureux, vivons cachés is niet voor niets een bekend Frans spreekwoord: om gelukkig te leven moet we ‘verstopt’ leven.

In tegenstelling tot bij de druk gesticulerende Italianen of hard pratende Nederlanders kun je op straat zelden een telefoongesprek volgen. Ook in cafés en bistrots, waar de tafeltjes wegens ruimtegebrek vaak angstwekkend dicht bij elkaar staan, worden gesprekken doorgaans op gedempte toon gevoerd. Parisiennes kunnen op fluistertoon hun metgezel verwijten dat hij te weinig aandacht voor haar heeft, een kunst op zich. Hoe harder het verwijt, hoe stiller de mededeling, lijkt het wel.

De maaltijd wordt eveneens zelden gestoord door mobiel gerinkel. Een gesprek voeren, dat doe je buiten, vóór de deur. Daar kan meteen gerookt worden, want ook in Parijs heeft de niet-roker het gewonnen van de roker.