In Oeganda ben ik wel zwart

Mirjam Blaak (54) is Gevolmachtigd Minister voor Oeganda in Nederland.

„Er lopen veel Afrikagekken rond en ik heb het geluk dat ik geadopteerd ben.”

Hoe vaak Mirjam Blaak het niet heeft moeten uitleggen. Dat zij, blank en blond, hier in Nederland de regering van Oeganda vertegenwoordigt. Dat ze in 2003 haar Nederlandse paspoort verruilde voor een Oegandese pas. En nu opkomt voor de Oegandese belangen in de Benelux en bij het Internationale Strafhof in Den Haag – het hof dat in 2005 arrestatiebevelen uitvaardigde tegen rebellenleider Joseph Kony en vier commandanten wegens moordpartijen in Noord-Oeganda. Twee commandanten zijn inmiddels dood, Kony is nog voortvluchtig.

„Een ontzettend drukke, maar rewarding job”, zegt Blaak. Ze reist voor haar werk tussen Den Haag en de Oegandese ambassade voor de Benelux in Brussel. Ze woont in Wassenaar (‘een bescheiden rijtjeshuis hoor’) maar het gesprek vindt plaats op de bank bij haar echtgenoot in Voorburg. Ook in een rijtjeshuis. Niet alleen het Internationale Strafhof ligt op een steenworp afstand, maar ook het Speciale Hof voor Sierra Leone. De man van Blaak is daar rechter. Hij is Senegalees. Blaak: „In oktober hadden we hier een religieuze wedding.”

Blaaks eerste echtgenoot was Oegandees. Hij overleed in 2004. Ze kregen twee kinderen: een jongetje dat kort na zijn geboorte in 1991 overleed en een zoon die nu 21 is en in Londen studeert. Zijn foto staat op de schouw. Blaak: „Hij heeft wel twee paspoorten.”

U moet het toch nog een keer uitleggen. Hoe wordt een Nederlandse vrouw gezant namens Oeganda?

„Heel simpel, president Museveni zei in 2003: ‘je moet voor mij gaan werken, ik heb graag dat je ambassadeur wordt in Den Haag’.

U kende Museveni.

„Ik ken Museveni al sinds de jaren tachtig, toen hij nog een guerrillaleider in de bush was en ik voor de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR werkte in Kenia. Ik leerde hem persoonlijk kennen kort voordat hij in 1986 aan de macht kwam. Zijn vrouw en kinderen had ik veilig naar Zweden weten te brengen toen Museveni nog streed. Zij zeiden tegen hem: ‘Je moet contact opnemen met Mirjam’.”

En hij bleek geïnteresseerd?

„Ja, hij vroeg me of ik wat relaties voor zijn National Resistance Movement kon leggen bij westerse ambassades in Kenia. Hij wist dat ik zeer gecommitteerd was aan zijn doelstellingen. Nu ik niet meer voor de VN werkte, kon ik mijn interesse voor de beweging van Museveni tonen. Drie dagen nadat hij in 1986 president werd, vloog ik naar Oeganda.”

Waar u meer dan vijftien jaar bleef.

„Ik zette er een eigen bedrijf op. Ik vertegenwoordigde buitenlandse handelsbedrijven in Kenia, Oeganda, Tanzania en Zuid-Soedan. En ik ging in het toerisme aan de slag. Ik leerde er mijn man kennen, een arts en minister van Defensie die vijf jaar in Museveni’s leger had gevochten. En ik werkte voor de beweging van Museveni. Geen betaalde baan maar iets dat ik vrijwillig deed, een by the way. In 2003 wilde ik terug naar Nederland zodat onze zoon hier naar de middelbare school kon gaan. Toen benoemde Museveni mij dus. Ik ging werken als deputy op de ambassade in Brussel en werd Gevolmachtigd Minister voor Nederland en ambassadeur bij de internationale organisaties in Den Haag.”

Waarom verbond u zichzelf aan een Afrikaanse oud-rebellenleider?

„Ik was natuurlijk een beetje onervaren, ik kwam net van de universiteit. Machtsovernames en politieke omwentelingen waren nieuw voor mij. Maar ik vond de mensen uit Oeganda zeer oprecht in hun standpunten. Veel mensen waren bang dat Museveni alles zou nationaliseren maar hij heeft getracht alles te liberaliseren. Zelfs het water en de elektriciteit zijn geprivatiseerd. Net als de Nederlanders vragen wij in Oeganda ons nu af of de overheid er niet een klein beetje de hand in moet houden.”

U zegt ‘wij in Oeganda’.

„Ik heb één paspoort. Ik moest in 2003 kiezen en Oeganda stond geen dubbele nationaliteit toe. Inmiddels wel, maar nu kan ik geen Nederlandse pas krijgen omdat ik diplomaat ben. Misschien vraag ik na mijn carrière wel een Nederlands paspoort aan, hoewel ik dan misschien een inburgeringsexamen moet doen. Dat heb ik voor de grap weleens gedaan maar zakte met een 5, haha.”

U ziet zichzelf echt als Oegandese?

„Ja. Ik ben al dertig jaar bij het land betrokken. Het voelt heel prettig. Afrika kruipt in je bloed, of je er nou geboren bent of niet. Africa grows under your skin . Er lopen veel Afrikagekken rond en ik ben er één van. Ik heb het geluk dat ik geadopteerd ben door Oegandezen die zeggen: hier hoor je thuis. Fantastisch. Het zijn gastvrije mensen, meer dan Nederlanders. Ik ben geen Nederlandse meer.”

Wat inspireert u in Oeganda?

„De natuur, de mensen. Het sociale aspect – dat is in Nederland een beetje verloren gegaan. Omdat er in Oeganda geen verzorgingsstaat is, zorgen kinderen zelf voor hun ouders. Ja, ze moeten wel. Maar in Nederland gaan ouderen langzaam dood achter de geraniums.”

Wat is er onprettig?

„Na een verkeersongeluk proberen mensen als haviken horloges en mobieltjes te roven voordat ze hulp verlenen. Bijzonder tragisch. Terwijl de mensen aan de andere kant ontzettend sociaal bewogen zijn. In Noord-Oeganda zijn ze na de twintig jaar durende nachtmerrie van het Verzetsleger van de Heer toch bereid Joseph Kony te vergeven.”

Wat was een hoogtepunt in uw werk?

„Ik was vorig jaar betrokken bij de organisatie van de conferentie in Kampala over de herziening van het Statuut van Rome (het oprichtingsstatuut van het Internationale Strafhof uit 1998, red). Het verliep fantastisch. Er werd besloten dat het hof in de toekomst ook het misdrijf ‘agressie’ mag vervolgen, de instigators van een illegale aanvalsoorlog bijvoorbeeld.” (Het hof mag nu genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vervolgen als een land dat niet zelf kan of wil, red.).

Toen zei Museveni: Mirjam, geweldig gedaan?

„Nee. Wel kreeg ik een staande ovatie van alle aanwezige delegaties om kwart voor twee in de nacht.”

Bent u vaak in Oeganda?

„Vorig jaar vijf keer. In december hadden we in Kampala terugkomdagen, met alle Oegandese ambassadeurs. Die kennen mij nu wel. Het grappige is dat ik in Oeganda nooit het gevoel heb: ik ben blank en de rest is zwart. In Nederland vraagt men altijd: ‘Hoe komt het dat jij gezant bent van een zwart land?’. In Oeganda ben ik gewoon geaccepteerd. Daar ben ik de witte met het zwarte hart.”

Het Oegandese blad Rolling Stone riep eind vorig jaar op homo’s te doden. U vertegenwoordigt dat land.

„In Oeganda hechten we aan persvrijheid, dat principe vertegenwoordig ik. Natuurlijk wil ik niet dat homo’s worden opgehangen, maar dat zal ook nooit gebeuren in Oeganda. Men is inderdaad niet zo gek op homoseksuelen, dat heeft te maken met culturele verschillen. Acceptatie vergt tijd.”

Volgende week zijn er verkiezingen in Oeganda. Analisten vrezen wederom voor corruptie. Begrijpt u dat?

„Ja, maar het wil niet zeggen dat er geen corruptie is in Nederland. Dat wil niet zeggen dat ik corruptie goedkeur. Ik heb me er zelf nooit schuldig aan gemaakt. In Oeganda worden er maatregelen genomen. Met Nederlandse hulp is een commercial court opgezet, voor ondernemers. Zodat investeerders het vertrouwen in Oeganda behouden. Ik voel me absoluut niet aangesproken als zou ik een land dienen dat corrupt is en mensenrechten schendt. Je kunt zulke zaken het beste van binnenuit bestrijden. Ik ben blij dat de vraag wordt gesteld.”